Deze preek lezen als PDF-bestand Deze preek downloaden als Worddocument


Doelgericht gemeente zijn :: Discipelschap
n.a.v. 1 Tessalonicenzen 1
 

Als je eenmaal 35 jaar oud bent, lijkt de aftakeling van lichaam zo’n beetje te beginnen, tenminste zo ervaar ik zelf. Het ergst merk ik het, als ik gymlessen geef. Dan voel je toch dat je niet meer zo jong bent als je graag zou willen… Stoer verberg ik dat natuurlijk voor mijn leerlingen, maar dat lukt helaas niet altijd. Het valt uiteindelijk heus wel op, dat de meester altijd maar aan de kant blijft staan. En als hij wél een keertje meedoet, hijgt en zweet hij het meest van allemaal…

Zo gaf ik laatst een leuke les in het zwaaien aan de ringen. De kinderen moesten van mij hun voeten naast elkaar houden en de benen laten doorzwaaien in de richting van het plafond. Vervolgens wilde ik ze een halve draai om de as van het lichaam laten maken op het dode punt van de zwaai. De kinderen deden hun best, maar ze bakten er niet zoveel van. Dus gaf ik allerlei nuttige tips en aanwijzingen: “Voeten bij elkaar!” “Zet de draai in vanuit je heupen, niet met je handen of je voeten beginnen!” “Draai op het dode punt, dus… nu!” Weer deden ze hun best, maar veel verbetering trad er niet op. Uiteindelijk verzuchtten een aantal kinderen een beetje geïrriteerd: “Doe het zelf maar! We snappen er niets van. Wat bedoel je met ‘inzetten vanuit je heupen’? En wat is het ‘dode punt’? Laat het dan eens zien!” Toen moest ik er dus wel aan geloven. Oude meester Ite ging zelf in de ringen hangen en begon te zwaaien. Al zwaaiend legde ik uit wanneer je op het dode punt van de zwaai bent en hoe je dan een draai om je as inzet. Hijgend en met een rood hoofd van de inspanning liet ik de kinderen het weer proberen. En ja hoor: ze deden m’n voorbeeld na en nu lukte het de meeste kinderen wel!

 

Voordoen is dus veel effectiever bij het lesgeven dan met woorden uitleggen wat er moet gebeuren. Zo is het ook in het volgen van Jezus. Wie een discipel van Jezus wil zijn, moet Hem volgen om van Hem te leren. Iemand volgen gaat veel verder dan van hem leren. Als je iemand volgt, beheerst dat je hele leven en zo leer je niet alleen van wat je hóórt, maar ook van wat je ziet en ervaart.

In de christelijke gemeente wordt ook onderwijs gegeven. Maar een doelgerichte gemeente zal meer doen dan lesgeven over de theorie van het geloof. Het doel van een gemeente is namelijk niet ‘leerlingen maken’, maar ‘discipelen maken’! Deze preek probeert een antwoord te geven op de vraag, wat discipelschap in een doelgerichte gemeente inhoudt.

 

In de bijbel komen we een christelijke gemeente tegen, die hierin een voorbeeld voor ons is: de gemeente van Tessalonica. Paulus was ooit in deze Griekse stad geweest en had daar de Joodse synagoge bezocht. Drie sabbatten lang behandelde hij er de Bijbelse profetieën en legde uit dat deze over Jezus gingen. Slechts een handjevol Joden kwam tot geloof, maar wel een groot aantal Grieken.

Zo was daar een gemeente ontstaan, die vanaf het begin veel tegenwerking kreeg te verduren van de Joden. (Hand.17:1-14) Toch bleef deze jonge gemeente het geloof vasthouden én ervan getuigen. Paulus wilde regelmatig terug om deze gemeente te bezoeken, maar dat lukte hem niet door tegenwerking van de satan. (1Tess.2:18) Daarom stuurde Paulus zijn medewerker Timoteüs en die kwam bij Paulus terug met goede berichten: “… nu is Timoteüs teruggekomen met het goede bericht over uw geloof en liefde. Hij heeft ons bovendien verteld hoezeer u ons altijd als voorbeeld neemt en hoe u er even vurig naar verlangt ons te zien als wij u.” (1Tess.3:6)

Paulus schrijft de gemeente vervolgens een prachtige, bemoedigende brief. We lezen daarvan het eerste hoofdstuk:

Van Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan de gemeente in Tessalonica, die toebehoort aan God, de Vader, en de Heer Jezus Christus. Genade zij u en vrede.

Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is en hoe standvastig u blijft hopen op de komst van Jezus Christus, onze Heer.

God heeft u lief, broeders en zusters. Wij weten dat hij u heeft uitgekozen: onze verkondiging aan u overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de overweldigende kracht van de heilige Geest.

U weet hoeveel we voor u hebben betekend toen we in uw midden waren. U hebt ons nagevolgd, en daarmee de Heer: onder zware beproevingen hebt u het woord ontvangen met de vreugde van de heilige Geest.  Zo bent u een voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje geworden.

Want het woord van de Heer heeft zich vanuit uw gemeente niet alleen in Macedonië en Achaje verspreid, uw geloof in God vindt ook weerklank buiten die gebieden. Wij hoeven daarover niets te vertellen; iedereen praat erover hoe wij door u zijn ontvangen en hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God, te dienen en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.

 

Als er één apostel is geweest, die invulling heeft gegeven aan de Grote Opdracht, is het Paulus wel met zijn lange zendingsreizen. De Grote Opdracht staat in het bekende vers Matteüs 28:19: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” (vertaling NBG’51)

 

Op het eerste gezicht staat er twee keer dezelfde opdracht: discipelen maken én hen leren onderhouden wat ik bevolen heb. Discipelen zijn toch leerlingen? Toch is dat niet helemaal waar. Een discipel is méér dan een leerling. Zoals ik al eerder zei: een discipel is een ‘volgeling’ en dat heeft met je levensinvulling te maken.

Zo maakte Jezus zelf ook zijn discipelen, door slechts twee woorden: “Volg Mij!” De twaalf hadden aan die eenvoudige opdracht gehoor gegeven. Ze gingen niet elke dag naar een leerschool om ’s avonds weer thuis te zijn - nee, ze waren dág en nácht bij hun Meester. Ze leefden met Hem, gingen waar Hij ging, sliepen waar Hij sliep, kortom: de discipelen deelden hun leven met hun Meester. Zo leerden ze van de woorden die Hij sprak, maar nog meer van de dingen die Hij deed:

  • Het aanschouwelijk onderwijs dat Jezus gaf toen Hij de storm op het meer kalmeerde, bracht de discipelen tot de erkenning: “U bent werkelijk Gods Zoon!” (Matt.14:22-33)

  • Jezus leerde de discipelen dienstbaarheid door zélf hun voeten te wassen. (Joh.13)

  • Jezus leerde hen lief te hebben, door zélf zijn vijanden lief te hebben: Hij genas het oor van Malchus, dat Petrus had afgehakt toen ze Jezus gevangen namen in de hof van Getsemane. (Luc.22:50-51) Hij bad voor degenen die Hem aan het kruis sloegen: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.” (Luc.23:34)

  • Toen Hij opstond uit de dood, was dat een onmiskenbaar voorbeeld van de hoop die wij hebben op een eeuwig leven: “Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren.” (1Cor.15:20-23)

Het onderwijs van Jezus gaat verder dan woorden: het is een voorbeeld om te volgen. Hij leert ons door zijn leven, sterven en opstaan wat geloof, hoop en liefde werkelijk inhouden.

 

De gemeente in Tessalonica had deze lessen begrepen en toegepast. Het was een doelgerichte en actieve gemeente. Daarom prijst Paulus hen in het begin van zijn eerste brief. In vers drie komen we de drie bekende termen tegen: geloof, hoop en liefde. De gemeente heeft een levend geloof dat dingen tot stand brengt, een krachtige liefde en ze blijft vasthoudend hopen op de komst van Jezus. Deze drie sleutelwoorden zou je als hedendaagse gemeente ook kunnen gebruiken om jezelf te toetsen: in hoeverre zijn wij een doelgerichte gemeente?

 

De basis van een doelgerichte gemeente

Wat is eigenlijk de basis van al het goede dat Paulus in de gemeente van Tessalonica signaleert? Vers vier is er duidelijk over: het begon met Gods verkiezende liefde. God houdt zielsveel van de wereld en heeft het beste met de mensen voor. Hij wil niet dat iemand verloren gaat, maar Hij wil alle mensen zich bekeren. (Joh.3:16, 2Petr.3:9) Wie dus het offer van Jezus aanvaardt, ís voorgoed gered. Gods liefde voor zondige mensen is de basis van alles wat Hij doet. Maar hoe komen die zondige mensen dat te weten? “…er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.’ Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden?” (1Cor.10:13-15a)

Daar hebben we die Grote Opdracht weer! Gods liefde moet verkondigd worden! Iedereen moet het weten: er ís redding, er ís een oplossing, er is hoop! Dat kun je vertellen met woorden, woorden die ondersteund worden door de overweldigende kracht van de Heilige Geest. Gods Geest is in staat om onze woorden zoveel kracht bij te zetten, dat mensen overtuigd raken van de waarheid van Jezus. Dit maakt ons gelovigen aan de ene kant heel groot en aan de andere kant klein. Groot, omdat God ons wil gebruiken om zichzelf bekend te maken. Waaraan hebben we dat te danken? Wat ziet God in ons, dat Hij ons zo’n belangrijke taak wil geven? Aan de andere kant maakt het ons klein, omdat onze woorden zonder de kracht van de Heilige Geest niet veel kunnen uitwerken. De Heilige Geest is het uiteindelijk die mensen overtuigt en over de streep kan trekken.

 

Verkondigen is voorleven

Paulus was een begaafd redenaar. Hij kon altijd rekenen op een aandachtig luisterend gehoor. Maar in het eind van vers vijf zien we, dat het niet alleen de wóórden van Paulus waren, die zo’n verandering teweeg brachten in Tessalonica. “U weet hoeveel we voor u betekend hebben, toen we in uw midden waren,” schrijft hij. Dat houdt in, dat Paulus in woord én daad een belangrijke rol speelde. Hij heeft door zijn manier van leven en aanwezigheid laten zien wat het is om een volgeling van Jezus te zijn. Hij heeft vast verteld van zijn ontmoeting met Jezus: hoe hij van een vervolger een volgeling was geworden. (vgl. Hand.26) Paulus leefde ook voor, dat een discipel een dienend persoon is, die anderen nooit tot overlast is, maar altijd tot zegen. Daarom zorgde hij meestal voor zijn eigen levensonderhoud. De evangelist Lucas schrijft in Handelingen 20:33-35, hoe Paulus afscheid nam van de gemeente in Efeze: “Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: ‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.’” Het was dus de dienende levenshouding van Paulus, die samen met zijn woorden en de kracht van de Heilige Geest ook de mensen van Tessalonica overtuigde van Gods liefde.

 

Het doel van de gemeente: discipelen zijn én discipelen maken

Het gevolg van Paulus’ optreden, was dat de mensen in Tessalonica hem navolgden en daarmee de Heer, zo lezen we in vers zes. De Heer is momenteel onzichtbaar, maar door discipelen van Jezus na te volgen, volgen we Hém! Dat geeft ons als gemeente een belangrijke maar ook kwetsbare positie… Goed voorbeeld doet goed volgen – maar zijn wij wel een goed voorbeeld? Alleen door zélf Jezus te volgen als discipel, kunnen we andere mensen tot discipelen maken. Jezus volgen betekent, dat Hij in heel ons leven een rol speelt. Niet alleen op zondag, of alleen in de kerk of … Nee, altijd en overal zijn wij een deel van het lichaam van Christus! Altijd en overal zijn wij de tempel van de Heilige Geest. Alleen dán kan Hij zijn overweldigende kracht tonen, zodat mensen zich “tot God keren om Hem, de levende en ware God, te dienen.” Discipelen van Jezus hebben dus het doel om door hun navolging anderen tot discipel te maken.

Het gevolg van de navolging kan beproeving zijn. Voor Tessalonica was dat letterlijk vervolging en tegenwerking. Voor ons lijkt het allemaal niet zo heftig. Maar in hoeverre word jij tegengewerkt door je familie, je collega’s, je vrienden of de maatschappij waarin we leven? Waarin ervaar jij belemmeringen om voluit discipel te zijn? Hoe vaak doen dan we geen water bij de wijn? Laten we ons alsjeblieft niet afleiden! Toevoeging van water maakt goede wijn slap van smaak. Zulke wijn is niet aantrekkelijk. Laten we blijven getuigen van Gods liefde, zodat we tijdens beproevingen zullen smaken als zuivere wijn. In Tessalonica bleven de discipelen volharden en daarom werden ze een voorbeeld voor andere gelovigen.

 

Een doelgerichte gemeente is een bemoediging voor alle discipelen

Wat een bemoediging is het als ons discipelschap opvalt bij andere christenen! Een bemoediging voor die anderen, maar ook een bemoediging voor onszelf. Wat zullen de gelovigen in Macedonië en Achaje blij zijn geweest, dat er nog anderen waren, die ondanks de tegenwerkingen vast bleven houden aan de waarheid.

Als christen kun je je soms heel alleen op de wereld voelen: wie houdt er nog rekening met God? Maar Godzijdank zijn er nog veel mensen die Hem kennen en oprecht willen volgen! De plaatselijke gemeente is eigenlijk maar een klein onderdeeltje van het éne grote Lichaam van Christus, te vinden in alle volken en landen van de wereld!

Ook voor de kleine gemeente van Tessalonica was het een bemoediging om te horen dat hun geloof gezien wordt. Wat zal het hen hebben geholpen om te lezen dat iedereen erover praatte, hoe zij de discipelen hadden ontvangen en zich hadden bekeerd. Het hielp hen om - ondanks verdrukking en tegenwerking – vol te houden en Jezus te verwachten.

Doelgerichte gemeenten herkennen elkaar, bidden voor elkaar en bemoedigen elkaar.

 

Een doelgerichte gemeente vindt weerklank buiten de gemeente

Dat kan natuurlijk alleen, als het geloof meer is dan een mooie theorie. Het gaat daarbij om samenleven in eenheid en liefde – dat is een opdracht voor nu. En het gaat er ook om, dat je als gemeente toekomstperspectief hebt te bieden voor straks: er is hoop, want Jezus redt ons van het komende oordeel.

Toen Jezus nog lichamelijk bij zijn discipelen was, zei Hij al wat het kenmerk van de gemeente moest zijn: “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” (Joh.13:34-35)

 

Discipelen die Jezus volgen, leven zoals de Meester leefde: ze hebben net als hun Meester de redding van zondige mensen op het oog. Ze wijzen net als de Meester op het Koninkrijk van God, het Koninkrijk van de liefde. Ze leven samen in en vanuit liefde voor de ander, dienend, hoop gevend, samenbindend en bemoedigend. Geloof is dan geen droge theorie over wat je zou moeten doen. Nee, het is zoals Paulus schrijft aan de Galaten: “Van belang is alleen geloof dat zich uit in daden van liefde. (Gal.5:6, vertaling Groot Nieuws Bijbel)

Het draait dus om echtheid. Dat vindt weerklank bij mensen die de liefde van God en Jezus nog niet kennen. Mooie woorden klinken er al genoeg; er is meer behoefte aan mooie daden. Een doelgerichte gemeente bestaat uit échte discipelen, die Jezus in alle facetten van hun leven proberen na te volgen. Discipelen willen leven tot eer van God, tot dienst aan elkaar en als hoopgevend en levensveranderend voorbeeld voor mensen buiten de gemeente. Dán komt er buiten de gemeente ook aandacht voor Gods mooie woorden, zodat de Heilige Geest met zijn overweldigende kracht iets kan uitwerken.

 

Geloof, hoop en liefde – dat zijn precies de dingen waar alle mensen behoefte aan hebben. Elk mens stelt zich bewust of onbewust deze vragen:

  • Wat geeft me warmte en liefde?

  • Wat is de zin van alles?

  • Waar loopt het allemaal op uit?

Op deze vragen heeft de doelgerichte gemeente toch een antwoord!?

 

Amen

 

Capelle aan den IJssel, 20 februari 2005

 


Lied:     Opwekking 8     Door de Heilige Geest (We are one in the Spirit)

De bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders aangegeven – ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004

Deze preek is gehouden ter bewustwording van het begrip 'doelgerichte gemeente', als voorbereiding op de campagne “Veertig doelgerichte dagen”.
Voor meer informatie zie www.doelgerichtegemeente.nl, www.doelgerichtleven.nl,
www.purposedriven.com