![]() |
|
| Deze preek lezen als PDF-bestand | Deze preek downloaden als Worddocument |
|
Van afwaswater tot Grand Cru Johannes 2:1-11
Heb je wel eens aan een kleuterjongetje gevraagd met wie hij later wil trouwen? De kans is groot dat hij met zijn moeder wil trouwen! De band tussen moeder en kind is namelijk erg sterk, daar komt de eerste paar jaar geen ander tussen. Wat later in een kinderleven komt het moment dat mama niet meer zo ideaal is. Met een jaar of twaalf is alles wat mama zegt gewoon stom en ouderwets. Je gaat veel liever je eigen gang. Gelukkig komt dat later over het algemeen allemaal wel weer in orde.
Het lijkt wel alsof het leven van Jezus datzelfde stramien gevolgd heeft. Van zijn kindertijd weten we niet veel. Alleen Lucas wijdt er één zinnetje aan: “Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem.” (Luc.2:40) Maar toen kwam het moment dat Jezus 12 jaar werd en ja hoor: hij was zijn ouders ongehoorzaam door niet mee terug te reizen na een bezoek aan de tempel. Hij had niets tegen zijn ouders gezegd en ging blijkbaar gewoon zijn eigen gang. Toen Maria en Jozef hem eindelijk teruggevonden hadden, was hij nog een beetje brutaal ook: “Waarom hebben jullie naar mij gezocht…?” Wat een puber, hè? Nee, de meesten van jullie weten wel, dat het zo niet gelezen mag worden. Jezus was namelijk bezig met de dingen van zijn Hemelse Vader. Hij was geen opstandige puber, maar de Zoon die gehoorzaamheid leerde van de Vader! (vgl. Hebr.5:8) Uiteindelijk ging Hij ook gehoorzaam met Jozef en Maria mee en hij onderwierp zich aan hen. (Luc.2:51) Toch lijkt het later – wanneer Jezus 30 jaar is geworden – wéér een keer mis te gaan:
En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar; en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd. En toen er gebrek aan wijn kwam, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn ure is nog niet gekomen. Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat! Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. (80-120 liter) Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand. En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het. Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was (en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het) riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zeide tot hem: Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard. Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem. (Joh. 2:1-11 NBG’51)
Het was een gezellig feest: zeven dagen zou het duren en de gasten vermaakten zich uitstekend. Maar op een gegeven moment werden de bedienden wat onrustig. Ze praatten zacht met elkaar en keken bezorgd. Maria zag het al een tijdje aan. Er ging duidelijk iets niet goed. Ze had het al snel door: ze maakten zich zorgen om de wijnvoorraad! Zonder wijn geen feest. Wat een afgang zou dat worden voor het bruidspaar. Jaren later zou men hen nog nawijzen: dat zijn die twee die hun eigen feest niet konden afmaken! Ze hadden te weinig wijn… lekker gastvrij! Dat is wel een heel slecht begin voor een gelukkig en gezegend huwelijk.
Maar Maria wist wel wat: Jezus, díe zou er vast wat aan kunnen doen. Nog maar weinig mensen wisten wie haar zoon eigenlijk was; zíj wist het des te beter. De engel Gabriël had het haar al voor de geboorte verteld: haar zoon was Gods Zoon. (Luc.1:26-35) Als Híj het niet zou kunnen oplossen, wie dan wel!? Snel liep ze naar Jezus en deelde hem het probleem mee: “De wijn is op.” Nee, dat is geen letterlijke vraag, maar er lag natuurlijk wel een soort opdracht in opgesloten: “Help ze! Doe iets! Los het op!” En Jezus – goed mens als Hij toch was – greep uiteraard direct in en loste het probleem ter plekke op? … NIET DUS! Integendeel, zijn antwoord doet ons versteld staan: “Vrouw, wat heb ik met u te maken!”
Daar word je even koud van. Ik voel hier plotseling een enorme afstand! Een kind die zijn eigen moeder ‘vrouw’ noemt en er aan toevoegt: “Wat heb ik met u te maken?” Zo kennen we Jezus niet! Wat een onbegrijpelijke reactie! Waar komt die grote afstand tussen moeder en kind hier ineens vandaan! Waaraan heeft Maria dat verdiend? Ze wilde toch een ander helpen? En het zou voor Jezus toch een buitenkans zijn om te laten zien wat Hij allemaal kan?
Het antwoord op de vraag waar die afstand ineens vandaan komt, ligt in het tweede gedeelte van wat Jezus zegt: “Mijn uur is nog niet gekomen.” Daarmee bedoelt Hij de tijd die door God bepaald is. In alles liet Jezus zich leiden door zijn Hemelse Vader. (Joh. 5) Jezus ís overigens de Vader in zichtbare menselijke vorm. (Kol.1:15) De afstand die we hier zien, is feitelijk de afstand tussen de mens en God! Dus Maria – als vertegenwoordigster van ons mensen - tegenover Jezus – het beeld van de onzichtbare God.
Jezus was op het feest genodigd, Hij was aanwezig, Hij was erbij. Echt beeld van God dus, want JHWH’s naam betekent toch ‘de Aanwezige, de Erbij-zijnde’! Hij is bij alle punten van ons leven aanwezig. Maar nu wordt op hem een beroep gedaan vanwege zijn Almacht. Waarom? Was het soms zijn schuld dat er niet genoeg wijn was? Moest Hij er daarom dan ook maar wat aan doen? Nee, het was natuurlijk niet zijn schuld. Het lag aan het bruidspaar, dat had te weinig wijn ingekocht of een verkeerde berekening gemaakt. Het mislukken van het feest was hen uiteindelijk aan te rekenen. Toch wordt er een beroep op Jezus gedaan om het feest te redden. Maria doet hier wat wij mensen zo vaak doen: wíj hebben een probleem, maar God moet het oplossen. Meestal leven we langs de Aanwezige heen, Hij is op zijn hoogst één van de vele gasten op ons levensfeest. Tótdat we ineens diep in de problemen dreigen te komen en dan roepen we gauw God erbij. Dan moet Hij ons leven weer op de rails zetten, en wel het liefst nu meteen. Een simpel voorbeeldje uit mijn eigen leven? Ik had ooit een repetitie Engels niet geleerd en té laat kwam ik er achter dat die wel erg belangrijk was voor mijn rapport. In paniek bad ik God om hulp: “God help me alstublieft aan een voldoende!” Om Hem nog meer over te halen, voegde ik er aan toe: “Dan zal ik proberen om in het vervolg echt voor u te gaan leven.” Het heeft niet geholpen… Het cijfer weet ik niet meer, - verdrongen wellicht J - maar het was een dikke onvoldoende. Nee, God liet zich niet voor mijn karretje spannen! Het was mijn eigen fout, mijn eigen schuld, mijn eigen probleem. Ik heb het niet gebeden ‘om Jezus wil’, maar feitelijk was het een gebed ‘om mijnent wil’! Puur om mijn hachje te redden, zodat ik niet zou afgaan. Van een zelfzuchtig gebed heeft God nooit beloofd: bid en Ik zal het geven. De bijbel verbindt voorwaarden aan een gebed dat verhoord wordt: Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. (1 Joh.5:14)
Het draait dus uiteindelijk om het zoeken van Gods wil. Niet mijn wil om een goed cijfer te hebben, niet Maria’s wil om het feest van het domme bruidspaar te redden, niet… (en vul je eigen wensen maar in). Waar wij onze wil boven die van God de Vader stellen, ontstaat een kloof tussen God en mens! Hier zo zichtbaar en voelbaar tussen Maria en Jezus.
God laat zich blijkbaar niet zomaar voor het karretje van de menselijke wil en wensen spannen. Maar er zit ook iets heel bemoedigends in dit verhaal. God dóét namelijk uiteindelijk wél iets met het hulpgeroep! Maar dan op zijn tijd en op zijn manier. Daarover straks, eerst kijken we naar de reactie van Maria.
Hoe zou jij hebben gereageerd als je Maria was? Misschien wel boos over zo’n brutaal antwoord! Of teleurgesteld over de afwijzing. Of vernederd door dat afstandelijke woord ‘vrouw’. In ons bijbelverhaal lezen we echter geen van deze reacties. Maria gaat gewoon naar de bedienden en vertelt hen om alles te doen wat Jezus hen zegt. Dat is raar! Ze reageert alsof Jezus haar had beloofd om er iets aan te doen! Uit deze reactie kun je opmaken dat Maria gewoon vertrouwt, dat Jezus als zijn uur is gekomen iets gaat doen. Gewoon vertrouwen - dat is eigenlijk helemaal niet gewoon! Het is vertrouwen, dat spreekt van overgave, van geloof, van ‘je plaats weten’. Misschien mag je het wel kinderlijk vertrouwen noemen? En ze hield dat vertrouwen niet voor zichzelf, maar ze getuigde er ook van. Haar vertrouwen in Jezus kracht bracht ze over op de bedienden: “Doe wat Hij zegt, wát het ook is.” Dat is een gezonde houding van de mens tegenover God! Wij mensen hebben veel kapot gemaakt in onze verhouding tegenover God en tegenover elkaar. Zelfs de schepping heeft zwaar te lijden onder de verkeerde beslissingen van de mensen. Al gauw zijn we door alle onoplosbare problemen geneigd om God aan te stoten: “Zeg God, het gaat hier op aarde behoorlijk fout...” Met andere woorden: “Doe er wat aan, U bent toch God?” Maar zo makkelijk gaat dat niet. God wijst ons via Jezus’ antwoord aan Maria op onze eigen verantwoordelijkheid. Het klinkt vrij hard uit de mond van God: “Mens, wat heb ik daarmee te maken? Mijn tijd is nog niet gekomen.”
Kun jij het dan opbrengen? Zo’n houding van vertrouwen? En kun jij van dat geloof ook getuigen aan de mensen om je heen? “Doe wat God zegt, wat het ook is. Volg Jezus voorbeeld, waarheen het je ook brengt.” Op Gods tijd zal Hij terugkomen, om recht te brengen op deze aarde. Ja, want dát God eens zal ingrijpen staat vast, dat heeft Hij zelf beloofd: 2 Petrus 3:10-13: “Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.” Maar tot nog toe is wat dat betreft Gods uur nog niet gekomen. Waarom niet? 2 Petrus 3:9: “De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.” De tijd die nog rest is daarvoor bedoeld: dat mensen tot geloof in God komen. Maar dan moeten er wel ‘Maria’s’ zijn die God blindelings vertrouwen en daar openlijk van getuigen. Kan God ook op jou rekenen?
Hoelang het op dat trouwfeest duurde, weten we niet, maar op een gegeven moment stond Jezus op en liep naar de bedienden. Die krijgen een heel vreemde instructie: vul de reinigingsvaten met water en schep daaruit in de beker voor de ceremoniemeester. Heel bizar wat hier gebeurt. Het water in deze vaten was bedoeld om alle bekers en bestek ritueel te reinigen. Het onreine bleef dan achter in het water, zodat de maaltijd rein was. De Joden wasten ook zichzelf grondig voor de maaltijd, denk aan de voetwassing door Jezus bij de instelling van het avondmaal! Waarvoor dit water hier op het feest ook gebruikt werd (voor de vaat of voor de handen en voeten), het was absoluut onrein! Het was de bedoeling dat het onreine van het alledaagse wereldse leven achterbleef in de waterbakken en niet dat er uit gedronken zou worden…
Maar juist die waterbakken moesten ze vullen en van dat onreine water brengen bij de ceremoniemeester, zodat hij ervan kon proeven. Je kunt je misschien wel voorstellen hoe zenuwachtig de bediende is geweest, die met die beker onrein water naar de leider van het feest ging… Er zou wat zwaaien, wanneer het bedrog ontdekt zou worden! Onrein water brengen als wijn, je moet maar durven. Maar deze bediende heeft het tóch gedaan, gehoorzaam aan de opdracht van Jezus. Wat een impact heeft de opmerking van Maria blijkbaar gehad! “Doe wat Hij je zegt, wat het ook is.” De bediende had zo gedaan en stond nu zenuwachtig af te wachten, wat de reactie van de ceremoniemeester was… Nou, die viel wel duizend procent mee! Jubelend over de topkwaliteit van deze wijn riep hij het bruidspaar ter verantwoording: “Wat is dat nou! Jullie hebben het beste voor het laatst bewaard! Dat is ongewoon, maar zo wordt jullie feest wel een echte topper! Let the party go on!” Het feest was gered, op Gods tijd en op zijn unieke manier.
Wat was het gevolg van dit wonder? Jezus toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem, zegt vers 11. Wat een aaneenschakeling van mensen die vertrouwen krijgen in Jezus! Het begon met Maria, die ondanks de terechtwijzing Jezus geloofde als Zoon van God. Haar geloof zette ze om in een opdracht voor de bedienden, die ook weer hun vertrouwen op Jezus stelden. Uiteindelijk zagen de discipelen het en ook zij geloofden: ze zagen de grootheid van de Zoon van God. Op hun beurt getuigden zij later weer van dit geloof, zodat het verhaal in de bijbel is terecht gekomen als een oproep aan ons om Jezus te vertrouwen – ook als het onbegrijpelijk is en onrealistisch of zelfs volstrekt bizar lijkt.
Zie je hoe belangrijk het getuigenis en het vertrouwen van die ene vrouw Maria is geweest? Allemaal om Gods doel te bereiken: dat alle mensen tot inkeer komen en geloven en niet verloren gaan. Nogmaals die vraag: wil jij ook een Maria zijn? Kan God op jou rekenen?
Straks komt Gods uur, het moment waarop Hij definitief zal ingrijpen om de problemen die wij mensen hebben veroorzaakt op te lossen. Wij willen misschien liever dat Hij dat nú direct doet. God kan er toch best nu al voor zorgen dat de conflicten in het Midden Oosten worden opgelost? Hij kan toch ook wel voorkomen, dat er zoveel milieurampen zijn? Waarom heeft God eigenlijk niet voorkomen dat er zoveel doden vielen door de orkaan Katrina?
Mensen willen NU oplossingen voor onze grote en kleine problemen. Sommigen geven God min of meer de schuld van alle ellende: als er een God is, waarom zijn er dan oorlogen, hongersnoden en grote rampen? Anderen geven God dan wel niet de schuld, maar willen wel dat Hij de zaak redt en het liefst snel en op de manier die ons het meest handig lijkt…
Wat heb jij nu geleerd van dit verhaal? Wat heb je geleerd van Jezus’ reactie? En wat zegt jou het vertrouwen van Maria en de bedienden? Heb je iets gezien van Gods gedachten achter dit alles? Dat Hij de tijd neemt om juist nog meer mensen tot inkeer te brengen? En als eindelijk dan zijn tijd gekomen is, dan komt hij met het beste. Ongedacht goed, van absolute topkwaliteit!
Ja, dat vind ik verrassend en prachtig: het onreine waswater wordt een grand cru! Iets goors wordt een topproduct! Dat geldt ook voor ons, de kerk: onreine mensen worden door Jezus omgevormd tot een reine bruid.
Paulus zegt in Efeze 5:25-27, dat Christus “de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver.” Is dat niet mooi? Jezus begon zijn officiële werk op een trouwerij in Kana en Hij beëindigt zijn werk ook op een bruiloft, de bruiloft van het Lam! (Openb.19-21) Maar het beste feest heeft Hij voor het laatst bewaard. Dan vieren we dat de heiligen schoongewassen zijn, gereinigd en geheiligd, zuiver en schoon. Een opmaat van dat trouwfeest vinden we in de bruiloft te Kana. En is ook niet elk avondmaal dat we vieren een herinnering aan die toekomst? Want als wij van de wijn drinken, denken we er ook aan dat het bloed van het Lam ons reinigt. (Hebr.9:11-15, 1 Kor.11:23-26) Wij, onreine mensen, zijn en worden door Jezus gereinigd en geheiligd om een topproduct te worden. Eerst was je als het ware vies en waardeloos rioolwater, dat je na gebruik snel weggooit. Maar Jezus maakt een Grand Cru van je, een waardevolle wijn, bedoeld om bewaard te worden voor die éne, heel speciale gelegenheid. Door Jezus ben weer echt de ‘bijna goddelijke’, de kroon op de schepping, glanzend als een gouden beker, schoongespoeld in het de waterbak met reinigingswater. (Ps.8:6)
Geloof je dat? Getuig je daar dan ook van? Want God wil dat alle mensen het horen, tot inkeer komen en behouden worden. Ook al hebben we het niet verdiend, toch wil God ons als kinderen aannemen. Deze liefdevolle wens van God toont iets van zijn grootheid en het versterkt ons geloof in Hem. (Joh.2:11)
Schoonhoven, 11 september 2005
|