|
Dreaming of a white
Christmas?
4e Advent 2008 - Chanoeka 5769
Nog even en dan is het kerst, het feest waar we al vier weken naar uit
kijken in de adventsperiode. Zou het eindelijk eens weer een witte Kerst
worden? Een heerlijk feest van licht, liefde en warmte, vrede op aarde en in
mensen een welbehagen. Overal engeltjes, een kindje in een kribbe en
hopelijk sneeuw!
Toch is Kerstmis ook een beetje een raar feest. Het lijkt wel het
belangrijkste christelijke feest, maar komt helemaal niet in de bijbel voor!
Kerst is rond 350 na Christus pas ingevoerd als kerkelijk feest. een
heidense feest werd toen ‘omgebouwd’ en allerlei kersttradities stammen dan
ook af van dat feest: versierde bomen, cadeautjes geven, kaarsen branden.
Dat hoorde allemaal bij het Germaanse midwinterfeest of zonnewendefeest. Al
die heidense gebruiken pasten toevallig (?) heel mooi bij de christelijke
boodschap van het Licht dat op aarde kwam om nieuw leven te brengen.
Morgen begint er trouwens ook een ander Lichtfeest. Vanaf 22 december vieren
de Joden namelijk het Chanoekafeest. Dit feest lijkt op het eerste gezicht
wel een beetje op Advent, maar het duurt acht dagen en elke dag wordt er een
kaarsje extra aangestoken op de kandelaar.
Heel bijzonder is dat dít feest wél in de bijbel voorkomt: in Johannes
10:22: Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem; het was winter. En
Jezus wandelde in de tempel, in de zuilengang van Salomo. (NBG’51)
Jezus heeft nooit kerst gevierd, maar dus wel het Vernieuwingsfeest, dat bij
de Joden Chanoeka heet.
Wat was dit dan precies voor een feest? We moeten voor de oorsprong ervan
naar de tijd die tussen het Oude en Nieuwe Testament in ligt. Israël was
toen onderdeel van het Griekse wereldrijk en koning Antiochius Epifanes was
in Jeruzalem de baas. Onder zijn regering werden de Joden erg onderdrukt. Ze
mochten geen sabbat vieren of jongentjes besnijden, daar stond de doodstraf
op.
Deze koning ging uiteindelijk zo ver, dat hij in Gods heilige tempel een
beeld plaatste van de god Zeus, de Griekse Heer des Hemels. Ook offerde hij
er een varken. Zo werd Gods huis op een groffe manier ontheiligd! Dit leidde
tot een opstand onder de Joden, geleid door de Maccabeeën. De opstandelingen
slaagden er uiteindelijk in om Jeruzalem te veroveren en ze namen de stad én
de tempel in bezit. Op de 25e dag van de maand Kislev in het jaar 165 voor
Christus werd de tempel gereinigd (koosjer gemaakt) en opnieuw aan God
gewijd met een groot feest dat acht dagen duurde.
In de tempel brandde dag en nacht een lamp met de zuiverste, speciaal
bereide olijfolie. (zie Lev.24:2) De lamp symboliseert als het ware het
Eeuwige Licht, het Licht der Wereld.
De olie is een beeld van de Heilige Geest, die zuiver is, zuiverend werkt en
die het vuur brandend houdt. Dat leren we uit een visioen van de profeet
Zacharia: De engel die met mij sprak kwam terug en wekte mij, zoals men
een man uit zijn slaap wekt. Hij vroeg mij: ‘Wat ziet u?’ En ik antwoordde:
‘Een visioen. Ik zie een luchter, geheel van goud, met bovenaan een
oliereservoir; er zitten zeven lampen op en zoals er zeven lampen zijn, zo
zijn er ook zeven toevoerbuisjes, één voor iedere lamp van de luchter. … De
engel die met mij sprak antwoordde: ‘Weet u niet wat dat betekent?’ Ik zei:
‘Nee, heer.’ Hij zei me: ‘Het woord van de HEER tot Zerubbabel luidt als
volgt: Het gebeurt niet door kracht of geweld, maar door mijn geest, zegt de
HEER van de machten. (WV95 Zacharia 4:1-6)
De lamp kreeg zijn brandstof dus via toevoerbuizen uit het oliereservoir
bovenaan. Dit visioen laat ons de Heilige Geest zien als de Grote
Aanstichter, het Goddelijke Brandstofreservoir, waardoor het Eeuwige Licht
blijft branden.
De tempelkandelaar werd bij het Vernieuwingsfeest ook weer aangestoken, maar
er was slechts één niet-verontreinigd kruikje met zuivere olijfolie – net
genoeg voor één dag. Nieuwe olie maken zou toch wel een week duren. Toch
gebruikte men het ene kruikje olie en door een wonder brandde de lamp de
volle acht dagen van het feest. Toen was ook de nieuwe olie klaar!
Als herinnering aan dit wonder vieren de Joden sindsdien het Chanoekafeest.
Op een kandelaar worden acht dagen lang kaarsjes aangestoken, elke dag één
meer, net zoals wij bij advent elke week een kaarsje meer laten branden.
Dit oude verhaal van Chanoeka heeft me aan het denken gezet: een
verontreinigde tempel die weer opnieuw werd ingewijd… Als vanzelf schoten
enkele teksten uit de brieven van Paulus aan de Korintiërs door mijn
gedachten:
Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?
Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten.
Want de tempel van God is heilig, en die tempel bent u. (WV95 1 Kor.
3:16-17)
Wat voor eenheid kan er bestaan tussen Gods tempel en die van de valse
goden? Ja, wij zijn de tempel van de levende God, Die heeft gezegd: "Ik zal
bij hen wonen en bij hen zijn. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk
zijn."
Daarom heeft de Here ook gezegd dat wij niet meer moeten omgaan met mensen,
die niets van Hem willen weten; wij moeten ons van hen afkeren en ons niet
met hun onreinheid inlaten. “En Ik zal u aannemen," zegt de Here, Die alle
macht heeft. "Ik zal uw Vader zijn en u zult mijn zonen en dochters zijn."
Vrienden, omdat God ons zulke geweldige beloften heeft gedaan, moeten wij
ons afkeren van alles wat ons lichamelijk en geestelijk bevuilt. Wij moeten
onszelf reinigen door ontzag voor God te hebben en ons volkomen aan Hem te
geven. (Het Boek 2 Kor. 6:16-7:1)
Als je in God gelooft, ben je een tempel – jij, wij! Je mag Gods Heilige
Geest ontvangen, die het vuur van het Eeuwige Licht in je hart brandend
houdt. (Handelingen 2:38; 2 Korintiërs 1:22; 2 Korintiërs 5:5b)
Maar dat is me nogal wat: een woonplaats van God te zijn. Durf je dat echt
hardop te zeggen? Of is jouw tempel misschien ook een beetje aan afgoderij
en niet alléén aan God gewijd? En hoe superschoon – rein – is het daar
binnenin? En wie zijn je vrienden?
In de gemeente van Korinte hadden de gelovigen veel moeite om zuiver te
leven. Het liefst leefden ze zoals de afgodendienaars om hen heen. Daarom
waarschuwt Paulus hen ernstig, om zich van de mensen af te keren die niets
van God willen weten.
Toch zegt Paulus ook hele mooie dingen over mensen die in Jezus geloven. We
zijn de tempel van de levende God, we zijn niet alleen zijn volk, maar zelfs
aangenomen als zonen en dochters van de Almachtige… wát een beloften! Maar
daarop volgt wel een serieuze oproep: omdat God ons zulke geweldige
beloften heeft gedaan, moeten wij ons afkeren van alles wat ons lichamelijk
en geestelijk bevuilt. Wij moeten onszelf reinigen door ontzag voor God te
hebben en ons volkomen aan Hem te geven. (7:1 volgens Het Boek)
Ja, want wie eerlijk naar zichzelf kijkt, zal erkennen dat hij bevuild en
verontreinigd is. Zo niet, pas dan eens op jezelf toe, wat Paulus schrijft
in de brief aan de Kolossenzen:
Weg dan met alle aardse zonden, zoals sexuele zonden, vuiligheid,
hartstocht, slechte verlangens en hebzucht. Door altijd maar meer te willen
hebben, aanbidt u een afgod. … nu mag er bij u geen sprake meer zijn van
bitterheid, woede en boosaardigheid, van roddel en vuile taal. Lieg niet
tegen elkaar; dat hoorde bij uw oude leven, waarmee u hebt afgerekend. (Kol.
3:5-9 Het Boek)
Hebzucht is niet anders dan afgoderij… Hebzucht is dus in wezen hetzelfde
als dat beeld van Zeus in de tempel van Jeruzalem. Oei…! Slechte verlangens,
vuile taal, roddel, bitterheid… Er is denk ik nog wel wat aan mij te
veranderen en te vernieuwen… En door welk stukje werd jíj erg aangesproken?
En toch… we zijn een tempel van God! Dus een grondige schoonmaak van onze
tempels zou geen overbodig luxe zijn, maar hoe doe je dat dan? Hoe kun je je
tempel weer vernieuwen?
Als je in de Bijbel zoekt naar het woord ‘vernieuwing’ dan ontdek je twee
teksten, waarin dat woord voorkomt:
• Romeinen 12:2 NBG’51 … wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar
wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken…
• Titus 3:5 NBG’51 Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte
en van de vernieuwing door de Heilige Geest…
We moeten ons denken, ons verstand laten vernieuwen door de Heilige Geest.
De Geest van God leert ons namelijk de wijsheid van de Schepper kennen:
Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is
alleen de Geest van God in staat om God te kennen. (1 Kor.2:11 NBV)
Kijk, dat is het schoonmaakmiddel voor ons denken: laat je verstand
aansturen door Gods gedachten, denk wat Hij denkt, doe wat Hij doet. De
Heilige Geest is dan de zuivere olie die ervoor zorgt dat de lamp niet walmt
of flakkert. Hij verlicht je denken. Laat dat wonder maar gebeuren.
Misschien dacht je, dat je maar een klein beetje Heilige Geest hebt, te
weinig om helder en langdurig licht te geven. Denk dan maar aan dat kleine
beetje olie dat de Joden hadden bij de inwijding van de tempel. Toch staken
ze het kleine beetje aan en het was genoeg tot er nieuwe olie bereid was. Om
dat ene kruikje olie uit te schenken was moed nodig, maar vooral vertrouwen.
Dat geldt ook voor ons: heb de moed en het vertrouwen, dat God ons kleine
vuurtje weer kan aanwakkeren.
Geef je opnieuw of voor het eerst over aan de leiding van de Heilige Geest.
Hoe je dat doet? Door te bidden, te vertrouwen én door vooruit te kijken.
Judas zegt het heel helder: …bid in de kracht van de heilige Geest,
vertrouw u toe aan de liefde van God, in afwachting van onze Heer Jezus
Christus die u in zijn barmhartigheid het eeuwige leven zal geven. (Judas
1:20b-21, GNB)
Bidden, vertrouwen en verwachten – dat zijn de vonkjes die de zuivere
olijfolie weer aan het branden krijgen. De Heilige Geest is die zuivere
olie, waardoor de Here Jezus als het Licht van de wereld door ons heen kan
schijnen. Is het geen goed voornemen voor het komende jaar, om de heilige
olie weer aan te vullen en te laten branden? Om onze tempel opnieuw aan
Israëls God toe te wijden, vol vertrouwen dat het Licht niet meer doven zal?
De bezem er door? Dat was toch ook de eigenlijke bedoeling van Jezus’
geboorte. Hij is niet gekomen om een lief klein kindje te blijven, maar om
onze onreinheid weg te nemen, om ons schoon te wassen – witter dan de
sneeuw! (Ps. 51:9, 1Joh.3:4)
Bidden, vertrouwen en verwachten. Verwachten is advent, advent is kijken
naar wat komt. En we weten het: Jezus is gekomen, maar Hij komt ook terug!
Daar hopen we toch op? Dan zullen we Hem zien komen met macht en majesteit:
als onze Koning. We zullen heel dicht bij Hem mogen zijn en zelfs worden
zoals Hij.
Ja, Hij maakt dan de klus volmaakt af: nu ben ik nog lang niet zo zuiver als
Jezus. Maar als wij Hem gelijk zullen wezen, zijn we zondeloos, zuiver en
rein. Met die verwachting kun je nu al aan de slag in de kracht die de
Heilige Geest heeft.
Johannes schrijft daarover in zijn eerste brief: Vrienden, we zijn nu al
kinderen van God en wat we zullen zijn, is nog niet onthuld. Maar wel weten
we, dat we na zijn verschijning aan Hem gelijk zullen zijn en Hem zullen
zien zoals Hij is. Al wie dit verwacht in vertrouwen op Hem, maakt zich
rein, zoals Jezus Christus rein is. (1Joh.3:2-3 GNB)
Hierin komt alles samen: de adventsverwachting moedigt je aan om je te
reinigen. Niet op eigen kracht of door geweld, maar door de Heilige Geest –
die ons verstand wil verlichten, die ons rein wil maken door ons te richten
op Gods gedachten.
Ons vierde kaarsje op deze adventszondag spreekt van dat verlangen. Maar ook
de acht chanoekakaarsjes, die de Joden de komende week aansteken spreken
daarvan!
Kerstmis heeft de neiging om ons zachtjes in slaap te wiegen op de
romantische muziek van Stille nacht en het Kindeke klein, o kindje zo teer…
Soezerig van de glühwein en de volgegeten maag dromen we over ‘a white
Christmas’.
Maar Chanoeka werpt een heel ander licht op de decembermaand: het licht van
hoop en vertrouwen, licht dat zuiverend wil werken. Jezus is dat Licht, dat
eeuwig brandt. Hij wil ook branden en schijnen in jouw tempel. Maar
misschien moet de kandelaar eerst wel opnieuw gevuld worden met olijfolie.
Misschien moet het pitje van de kandelaar bijgeknipt worden, zodat hij niet
meer walmt en weer een helder licht verspreiden kan.
Dreaming of a white Christmas…? Chanoeka schudt ons wakker uit de droom: er
is werk aan de winkel. Dat is óók advent, want wie uitziet naar de
wederkomst van Jezus, maakt zich rein, omdat Hij rein is.
Amen
Soest, 21 december 2008
|