![]() |
|
| Deze preek lezen als PDF-bestand | Deze preek downloaden als Worddocument |
|
Les in geduld De folders buitelen over elkaar door de brievenbus. En op televisie zap je van reclameblok naar reclameblok. Commercials, reclamefolders, spotjes – allemaal wijzen ze ons op dingen die we nog niet hebben. Of die we al wel hebben, maar die natuurlijk al weer hopeloos verouderd zijn. Reclame wijst ons op wat we kennelijk nog missen om echt gelukkig te zijn. We hebben niet eens alles nodig, maar we willen het wel graag hebben – en het liefst ook meteen! Ja, begeerte is al sinds het begin van de wereld onze zwakke plek…
Een probleem van onze tijd is, dat we geen geduld meer leren. Wat ik hebben wil, ga ik direct kopen. “Hear the cry of youth: I want it all and I want it now!” (Queen – I want it all) Waarom zou je ergens voor sparen als je het geld ook lenen kan? Koop nu, betaal later! Tegen de tijd dat de lening is afgelost, is er overigens al weer iets nieuws op de markt, nóg beter en nóg mooier. Van die lening kom je dus niet zo snel meer af. Het rijke westen leeft inmiddels massaal op krediet. (“Bijna 40% van de werkende jongeren onder de 25 jaar heeft een schuld van gemiddeld 900 euro. Van de jongeren die nog bij hun ouders wonen, heeft één op de drie een schuld van 750 euro. Maar als ze daarna alleen wonen, is dit aantal verdubbeld en heeft maar liefst twee op de drie jongeren een schuld van gemiddeld 1750 euro. Dit blijkt uit een onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting onder 2300 werkende jongeren tussen de 16 en 25 jaar. Het NIBUD vindt deze resultaten zeer zorgwekkend. Temeer omdat deze jongeren veel geld te besteden hebben, maandelijks zo´n 775 euro en dat geld voornamelijk gebruiken voor leuke dingen, zoals vakanties en uitgaan.” – Bron: Nibud.nl. Wie deze site doorleest komt nog meer verontrustende cijfers tegen.)
Niet direct bevredigde behoeften leveren ontevredenheid en onrust op. Wat dat betreft zijn we zo’n beetje weer terug bij af: volwassen baby’s. Als een hongerige baby huilt en onrustig is, krijgt hij zijn voeding of een schone luier. Daarna kan hij weer rustig slapen, totdat de luier weer vol is en het buikje leeg… Zo gaan veel mensen tegenwoordig ook van verlangen via korte bevrediging naar het volgende verlangen. Heb je net een nieuw mobieltje met mp3-speler, fotocamera en kleurenscherm; ben je de held van de klas – staat er in de folders al weer een nieuw model met nóg meer megapixels en nóg meer kleuren en nóg leukere spelletjes en waarop je ook nog eens kan msn-en! Tja, dat wordt dus zo snel mogelijk inruilen. En weer ben je even de held van de dag, totdat je de nieuwste folder ziet… Vadertje Cats zei het al in de 16e eeuw: het bezit van de zaak, is het einde van het vermaak.
Wat jammer eigenlijk, dat we zoveel tijd, aandacht en energie besteden aan wat we niet hebben. Want daardoor vergeet je twee belangrijke dingen: - wat we écht missen; - wat we wél hebben.
Wat missen we dan écht? Zo’n beetje alles is tegenwoordig te koop. Je kunt zelfs een volledig nieuw en prachtig lichaam aanschaffen, als je tenminste voldoende geld hebt voor zo’n ‘extreme make-over’. Het enige wat nog niemand voor geld heeft kunnen kopen, is gezondheid en onsterfelijkheid.
En daar zit ‘m nou net de kern van wat we missen. Het eeuwige leven heeft de mens namelijk verspeeld door de begeerte naar meer-meer-meer. De mens was ooit goed en naar Gods beeld geschapen, met alleen maar kennis van Goed. Toch verlangde hij – daartoe aangespoord door het verleidelijke reclamespotje op Radio Slang – naar meer kennis. Die ene boom kon kennis van goed én kwaad geven! “De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.” (Genesis 3:6) Toen ontdekten ze dat hun begeerte niet vervúld was, maar dat hun leven léger was geworden. Ze ontweken het contact met God, ze werden bang voor de Levende. Uiteindelijk werden ze uit de hof van Eden gestuurd, weg uit de plaats was ze samen met God konden zijn. Weg uit de tuin waar de Levensboom stond: “Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden…” (Genesis 3:22-23a)
Dát is het Grote Gemis: we missen het directe contact met God, het leven in zijn nabijheid. Alle dingen die zo onze aandacht vragen, leiden ons af van Hem. Wie gericht is op bevrediging van zijn behoeften is als Adam en Eva, die zagen dat de vrucht mooi en begeerlijk was. Wie vervolgens het contact met God verliest, ondergaat het lot van de mens die uit het paradijs gestuurd is, weg van de Levensboom. Daarom kennen veel mensen slechts twee zekerheden in het leven: de belastingdienst en de dood.
Wat een triest verhaal… Maar, gelukkig, er is goed nieuws. Het is het nieuws van Advent. Het nieuws van het Kind in de voerbak: God werd mens! In alles is Hij ons gelijk geworden, maar zonder zonde en zonder te zondigen. Hij zwichtte niet voor verleidingen en aanlokkelijke voorstellen. Daarmee was Hij de volmaakte mens, die niets van God te vrezen had. Hij kon als schuldloze de straf voor schuldigen dragen en daarna voor God verschijnen. Hebreeën 4:15-16 zegt “Want de hogepriester die wij hebben is er één die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.” Wij mogen dus nu weer zonder schroom bij God komen! Daarmee is dus ons grootste gemis ongedaan gemaakt.
Maar waarom vergeten we dat dan zo vaak!? Waarom richten we onze aandacht toch nog zo vaak op eten, drinken, kleding, status, bezit. Zo blijf je vastzitten aan het aardse, want tenslotte tellen al die zaken alleen tijdens het leven hier op aarde. Blijkbaar luisteren we nog steeds naar de reclamespotjes op Radio Slang: “Hé jij daar, mis je niet iets in het leven?” Daarom is het goed dat er een helder tegengeluid is. Wie de bijbel leest, ontdekt namelijk niet alleen wat we écht en ten diepste missen, maar óók wat we écht hebben.
Wat hebben we dan écht? We hebben een erfenis in de hemel, die voor ons klaar ligt. Petrus o.a. schrijft erover in zijn eerste brief: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.” (1 Petrus 1:3-5)
Die erfenis vertoont grote overeenkomst met het paradijs: we ontvangen het leven in Gods nabijheid, het eeuwige leven. Jezus zelf legt uit wat dat is: “Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Johannes 17:3) God kennen, zoals Adam en Eva! En daarnaast Jezus Christus kennen, de Mensenzoon, de God-Mens. Paulus noemt Jezus in zijn brief aan de Kolossenzen: “…Gods mysterie: Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.” (Kolossenzen 2:2-3) Christus is de belichaming van Gods volheid en… wij hebben die volheid in Christus ook gekregen. Ja, lees maar in het vervolg: “Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.” (Kolossenzen 2:9-10) Zo dicht bij God mogen we dus zijn: vervuld van zijn volheid, vervuld dus met zijn Heilige Geest. Vervuld, dat is ‘vol’, je hebt er niets anders meer bij nodig. Dit is VOLdoende.
Wie weet dat hij de volheid van God in Christus ontvangen heeft, richt zijn aandacht dus niet meer op aardse dingen om bevredigd te worden, maar gaat radicaal anders leven. Lees maar eens mee in Kolossenzen 3. Vers 1 – 4: “Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen.” Je aandacht richten op wat God belangrijk vindt, verandert je leven hier op aarde pas echt:
We hoeven dit overigens niet alleen en op eigen kracht te doen. Na Kerst werd het toch ook Pinksteren! De Heilige Geest is ons gegeven als krachtbron voor het nieuwe leven (Handelingen 1:8) én als onderpand van de toekomstige erfenis (2 Korintiërs 5:5, Efeziërs 1:14).
Waarom merk ik daar zo weinig van? Tja… het moeilijke van dit alles is, dat we nog zo weinig mérken van wat we bezitten! Het is veel makkelijker om eerst te zien en dan te geloven. Maar je hebt niets zichtbaars en tastbaars in handen. Het is dan ook een schat in de hemel. Wel een schat die zijn uitwerking heeft voor ons dagelijkse leven, maar toch… Het wordt pas ons eigendom als Jezus terugkomt en ons meeneemt naar de hemel. Daarom wijst de bijbel ons de weg van advent: wachten, hopen, verwachten. God is namelijk heel geduldig, dat blijkt uit meerdere plaatsen in de Bijbel. Van de 14 keer dat het woord ‘lankmoedig’ in de bijbel voorkomt, wordt het 12 keer over God gezegd. Wie gaat lijken op God, zal dus moeten leren om geduldig te zijn! (Net zoals Jezus onze menselijke positie innam en door zijn lijden leerde om gehoorzaam te zijn. Hebr.5:8)
Abraham moest het al leren: wachten op de vervulling van Gods beloften. Ook de priester Zacharias leerde te wachten, al kostte het hem veel moeite. Hij moest zelfs tijdens de periode van Elisabets verwachting zwijgen; wachten in stilte! Zoals ook de profeet Jeremia stil en berustend wachtte: “Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd. Goed is de HEER voor wie hem zoekt en alles van hem verwacht. Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt.” (Klaagliederen 3:24-26. Het is overigens de moeite waard om de rest van dit hoofdstuk eens te lezen; over een juiste kijk op de ellende van de wereld, de oorzaak van het lijden en Gods hand/handelen daarin.)
Advent is een tijd van verwachten; wachten op wat ver weg is. Zo leren we geduldiger te worden, onze behoeften niet direct te bevredigen. Dat is onderdeel van ons steeds meer lijken op God. Met Kerst vieren we de menswording van God. Advent zou je dan kunnen omschrijven als een periode van ons groeien naar het beeld van God. Groeien in geduld, maar wel met de zekerheid, dat ons geduld beloond zal worden. Daar is het Kerstkind het levende bewijs van. Het Kerstkind dat nógmaals zal komen; Hij, die nu in de hemel is, om voor ons een plaats in orde te maken. (Zie Johannes 14:1-3)
Die belofte op het leven in Gods nabijheid geeft hoop en die hoop verandert ons leven vandaag: “Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is. Ieder die dit vol vertrouwen van hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is.” (1 Johannes 3:2-3)
De apostel Jakobus schrijft ook over dit onderwerp in zijn brief. Hij waarschuwt ons voor een verkeerde levenshouding: een houding die alleen gericht is op het verzamelen van aards geluk; op rijk worden en blijven. Hij signaleert, dat zo’n houding niet alleen nutteloos is, maar ook asociaal kan uitpakken! Hoe vaak gaat een kapitalistische levenshouding niet ten koste van anderen? In een wereld waar alles om nóg meer winst maken draait, is de verleiding groot om mensen aan de kant te schuiven als er machines zijn die het goedkoper kunnen. Ten gunste van grotere winstpercentages worden mensen ontslagen, omdat het werk goedkoper gedaan kan worden in de lagelonenlanden. Dit systeem gaat uiteindelijk ten koste van mensen. Daarmee staat het in feite lijnrecht tegenover de houding die God van ons vraagt: een houding van zorg voor de zwakkere en van afhankelijkheid van de Schepper.
Luister maar naar Jakobus. Eerst spreekt hij de rijken aan en wijst ze op het nutteloze en het gevaarlijke van hun houding: “Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen. U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet.” Na deze waarschuwende woorden, spreekt hij de gelovigen aan met een bemoediging en een oproep: “Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen.” (Jakobus 5:2-8)
Advent, een les in geduld. God geeft ons zo als het ware de tijd om te groeien naar zijn beeld. Met de aandacht naar boven gericht, want ligt onze echte schat al voor ons klaar. De zekerheid dat we die schat zullen ontvangen, geeft ons vandaag de dag een andere kijk op het leven. Het geeft ons in een jachtige wereld zelfs rust en vrede. Ik denk dat die vrede ten diepste ook de vrede is, waar de engelen over zongen bij de geboorte van Jezus: “Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft!” (Lucas 2:14)
Amen
Schoonhoven, 18 december 2005 (4e Advent)
Liedboek 477 / Opwekking 383 Geest van hierboven Wij mogen zingen van grote dingen, als wij ontvangen al ons verlangen!
Opwekking 460 Wat mij dierbaar was Wat mij dierbaar was, wat ik vinden wou, dingen waar ik mij aan binden zou, alles wat ik zocht: kennis, macht of geld, heeft geen waarde meer. Wat werk’lijk telt: Ik wil U kennen, Jezus, dat is mijn grootste schat…
Opwekking 123 Groot is uw trouw, o Heer Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden en uw nabijheid, die sterkt en die leidt: kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst, Gij geeft het leven tot in eeuwigheid
Slottekst uit 2 Petrus 3:13-15 en 18 … wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen. Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is. (…) groei in de genade en in de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus. Hem komt de eer toe, nu en in eeuwigheid. Amen.
Alle bijbelteksten in deze preek zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004
|