|
Geloven is ...
preek n.a.v. Lukas
2:8-20
:: 2e Kerstdag
Mensen waren de afgelopen
weken druk met allerlei dingen rondom kerst: lekkere menu’s bedenken,
boodschappen halen, de boom versieren, een kerststalletje, kaarten
versturen, mensen uitnodigen… Winkels bleven langer open, overal gezellige
lichtjes en muziek, kraampjes met glühwein en vrolijke Kerstmannen: “Hohoho!
Vrolijk kerstfeest!” Maar door al die drukte en gezelligheid heen is er
helaas nauwelijks aandacht voor de kern van kerst: God werd mens.
We lazen het zojuist: in Bethlehem gebeurde dat heel bijzondere, dat God
mens werd. Maar ook hier verdween die kern van de gebeurtenis achter de
drukte rondom iets wat er weinig mee te maken had: de inschrijving die
Augustus had bevolen. Soms moesten er lange reizen worden gemaakt in
primitieve omstandigheden. En kwam je dan eindelijk op de plaats van
bestemming aan, dan waren de herbergen overvol. De mensen hadden dus wel
allerlei belangrijkere dingen aan hun hoofd dan een pasgeboren baby en een
groep herders. Het was een drukte van belang, ongetwijfeld met de nodige
stress en spanning.
Wat een rust straalt dan dat tafereel uit van de herders in het veld, die ’s
nachts de wacht hielden over hun kudde. En juist in die rust en stilte wordt
de kern van kerst geopenbaard: licht in de duisternis, goed nieuws – de
Redder, Messias en Heer is geboren als een kwetsbaar kind.
Hoe herkenbaar: in grote drukte is er in ons hoofd geen ruimte meer voor
iets nieuws. Als ons hoofd een gonzende chaos is van gedachten, zorgen en
stress kan er niets meer bij. Wellicht dat God daarom eigenlijk nooit tot
mensen spreekt in het lawaai. God spreekt liever in de stilte. Maar áls Hij
dan spreekt, zijn het woorden die doel treffen, die je doen opspringen, die
je in beweging zetten, die je laten zingen, die geloof opwekken.
Daarover denken we
vanmorgen na: wat is geloven…?
We gaan als het ware stagelopen bij de herders, om te ontdekken waardoor zij
tot geloof kwamen.
HOREN
Ineens is de duisternis licht en wordt de stilte doorbroken. Een engel,
boodschapper namens God, vertelt de herders dat er een kind geboren is in de
stad van David. David, de herder die koning werd. De jongen die eerst niet
meetelde bij zijn broers, maar door zijn Godsvertrouwen de reus versloeg en
de redder van Israël werd. De man die uiteindelijk door God was uitgekozen
om het volk te leiden. David die zoveel mooie psalmen schreef om God te
loven: de Heer is mijn herder…
Bethlehem is dus niet zomaar een stad. En dit kind is ook niet zomaar een
kind. Moet je horen wat de engel getuigt over de pasgeborene: het is de
Redder, de Messias, de Heer. Drie titels met een diepe inhoud, waar je niet
zomaar overheen mag lezen.
-
Hij is de Redder, ook
wel vertaald als Verlosser of Zaligmaker. Het woord ‘soter’ dat in de
Griekse grondtekst staat werd gebruikt als eretitel voor goden en keizers.
Davids Zoon is een machtige Koning die redden en beschermen kan, maar dan
niet zoals de machtige keizer Augustus die de hele wereld op zijn kop zette
in z’n eigen belang. Deze Koning zal de wereld op z’n kop zetten om de
wereld te redden.
-
Hij is de Messias, of
in het Grieks Christus, dat betekent in gewoon Nederlands ‘gezalfde’.
Profeten, priesters en koningen werden gezalfd als teken dat ze door God
zijn aangewezen en uitgekozen. Dit kind is Gods Zoon, de rechtmatige
troonopvolger van David, Hij is de grootste profeet, de allerhoogste
priester en de hoogst verheven Koning. Bovenal is Hij degene waar Israël op
wacht(te)!
-
Hij is Heer, daarmee
wordt de Redder en Messias als God zelf gekenmerkt. Heer is een
eretitel die toekomt aan iemand die je met eerbied en ontzag bejegent, aan
iemand die het voor het zeggen heeft. Een titel die bij uitstek bij God
past.
Drie ongelooflijke titels voor
een kwetsbaar kind. De engel maakt duidelijk, dat er iets ongehoords is
gebeurd. En hij noemt het ’evangelie’ – goed nieuws. Iets dat niet alleen
voor de herders van belang is, of voor de inwoners van Bethlehem, maar voor
het hele volk Israël. Een boodschap die grote vreugde teweeg zal brengen!
Als om die woorden kracht bij te zetten is de lucht ineens vol van hemels
licht en zingt een menigte van engelen een prachtig loflied.
AANVAARDEN
En dan is het weer stil en donker… Maar niet voor lang: de herders
overleggen met elkaar en zijn het al snel eens: we gaan naar Bethlehem om
het met eigen ogen te zien. Niet om te zien OF het gebeurd is, maar DAT het
gebeurd is. Dat is zien vanuit geloof. Er was geen spoor van twijfel bij de
herders. Geen van hen dacht aan een hallucinatie of een waanidee. Dit was
gewoon echt, keiharde realiteit! Niemand hield de anderen tegen: ‘Wacht
even, straks was het allemaal maar een zinsbegoocheling van ons. Dan worden
we allemaal uitgelachen in Bethlehem…’ Nee, er was geen twijfel, geen angst,
maar geloof. Ze geloofden woord voor woord wat hen door de engel was
verkondigd. Dus sprongen ze overeind om met haast naar Bethlehem te gaan.
ZIEN
Ze gingen in geloof en vonden. Zo werkt het blijkbaar in het geloof. Op het
geloof volgt het zien van Jezus, niet andersom. Je merkt het hier bij de
herders, je zult het later zien bij de wijzen. Je ziet het aan de oude
Simeon en Anna, die Gods stem hoorden én geloofden en daarom op het juiste
moment in de tempel waren. (Lukas
2:22-38) Allemaal mensen die Gods woord
als waarheid aanvaardden en vanuit dat geloof op weg gingen en toen de Heer
te zien kregen.
Wij zeggen: eerst zien en dan geloven. Het is menselijk om pas te
geloven wanneer je de bewijzen eerst gezien hebt. Toch zie je dan niet
altijd wat je ziet. Want denk eens aan al de mensen in Jezus tijd die Hem
zagen en meemaakten. Ze zagen de wonderen voor hun ogen gebeuren, en toch
wilden ze niet geloven. Eerst zien en dan geloven werkt niet bij God. God
vraagt eenvoudig vertrouwen dat Hij de waarheid is, al is die soms nog zo
ongelooflijk.
Wie zonder geloof in de voerbak keek, zag aan dat kindje in de doeken niets
bijzonders, maar de herders zagen het met verlichte ogen: dit is de Redder,
de Messias, de Heer. Groot en goed nieuws, dat moet iedereen weten!
BEKENDMAKEN
Dus gingen ze verder, ze vertelden overal wat er over dit kind aan hen
bekend was gemaakt. Ze hebben de Waarheid van die woorden in Levenden Lijve
gezien. De engel had gezegd, dat het een boodschap van grote blijdschap is,
die voor het hele volk bestemd is. Gehoorzaam aan die woorden
vertellen ze het alom, wijd en zijd. Wellicht van deur tot deur.
Eerst bij Maria en Jozef natuurlijk en Maria sloeg alles op, via haar oren
bereikte het haar hart. Maar begrijpen deed ze het nog niet. Je hoeft
blijkbaar ook niet alles te begrijpen om te geloven. Daarom bewaarde ze de
woorden en overlegde die in haar hart. Als puzzelstukjes die je heen en weer
schuift, oppakt en weer neerlegt tot het moment dat je ineens ziet waar het
past. (vgl. Lukas 2:51)
Vervolgens vertelden de herders hun verhaal
overal. Het was toch bestemd voor heel het volk? De mensen luisteren met
verwondering naar wat ze te zeggen hebben.
VERHEERLIJKEN
En daarna gaan de herders weer terug naar het veld, naar hun dagelijks werk.
Maar ze zijn veranderd, ze zijn er helemaal vol van. Zoals de herdersjongen
David vroeger God verheerlijkte en loofde om zijn grote daden, zo gaan deze
herders zingend en God verheerlijkend terug naar hun schapen. Zij weten het
zeker: God is trouw aan David, het is echt waar wat ze gezien en gehoord
hebben. Voor hen geen teleurstelling over de reactie van de mensen in
Bethlehem. Hun vreugde is gewoon te groot om teleurgesteld te zijn. Zij zijn
enthousiast, overtuigd van de waarheid en daarom is er alle reden om God te
loven en prijzen.
Grote vreugde…?
Terwijl de herders jubelend teruggaan naar hun schapen, blijven wij
ietwat verbijsterd in Bethlehem achter. Want… we merken niets van die grote
vreugde! Men is slechts verwonderd en verbaasd. Hoe kan dat nou? Terwijl de
boodschap toch zo bijzonder is: de Redder, de Messias, de Heer is geboren!
Vlakbij, hier in je eigen stad. Maar de mensen die het horen verwonderen
zich alleen maar over wat de herders tegen hen zeggen. Hoe komt dat toch?
Ik denk, doordat het allemaal niet aan de verwachtingen voldeed. Men
verwachtte wel de Messias, de Redder, maar dan niet zo: als een klein,
hulpeloos kind. De Messias moest een machtig man zijn, een sterke verlosser,
die de overheersers zou verslaan, die van Israël weer een zelfstandig
koninkrijk zou maken. Dan heb je toch meer aan een sterke strijder dan aan
een kwetsbaar kind? Dan verwacht je herauten met schetterende trompetten, en
een legermacht met stampende laarzen, die komen vertellen dat de redding
nabij is en niet een groepje herders! (vgl.
Jesaja 9:5-6: dreunende soldatenlaarzen tegenover een Kind…!)
Dan verwacht je dat de boodschap wordt gebracht aan de machtige
hogepriesters en de Schriftgeleerden in de koningsstad Jeruzalem en niet aan
eenvoudige ongeletterde mannen die de nacht doorbrengen in de velden rond
een dorpje.
Daarom willen de mensen best luisteren naar de herders met hun fantastische
verhaal. Ze schudden hun hoofden en vinden het allemaal maar heel bijzonder.
Maar vervolgens gaat iedereen weer over tot de orde – of juist chaos – van
de dag. Ze hadden wel meer te doen met al die drukte rondom de volkstelling.
Ze betrekken dit geweldige nieuws niet op hun leven, terwijl ze er toch alle
reden toe hebben: ze waren op dat moment in de stad Bethlehem aanwezig,
omdat ze er vanwege de volkstelling moesten zijn. Dat betekende dat hun
voorouders uit de stad van David kwamen. Er waren dus veel meer
afstammelingen van het geslacht van David aanwezig, allemaal verborgen
prinsen en prinsessen… Wat ontzettend jammer dat ze niet herkennen, dat God
zijn belofte aan David over een eeuwige koning op de troon aan het inlossen
is.
En wij?
Zo is het vaak ook wanneer wij getuigen van het geloof. Mensen willen ons
best aanhoren en verwonderen zich over wat je zegt. Maar ze betrekken het
niet op hún leven: ‘Fijn voor jou, dat je zoveel aan je geloof hebt.’
Maar nee, het is goed nieuws voor heel het volk! Niet alleen voor mij, maar
ook voor jou dus. Dat Jezus geboren is, gaat heel de wereld aan:
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij
Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet
verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
(Johannes 3:16)
Toch, ook bij ons getuigen zullen veel mensen hun schouders ophalen. Bijna
iedereen heeft wel eens gehoord van het kerstverhaal. Er ontstaat op z’n
best wel verwondering over dit mooie en oude verhaal, maar erg weinig
geloof. Waarom aanvaarden en zien zo weinig mensen Jezus als Redder, Messias
en Heer? Hoe komt dat toch?
Ik denk om diezelfde reden als de mensen in Bethlehem: omdat Jezus en God
niet voldoen aan de verwachtingen. Want zeker, mensen hebben wel
verwachtingen van God – als Hij zou bestaan. ‘Als er een god is, dan zou
hij wel iets doen aan oorlog, aan ziekte, aan ellende, aan oneerlijkheid,
aan aardbevingen, aan… noem maar op.’ We verwachten blijkbaar van God
dat Hij onze problemen oplost en wel zo snel mogelijk. We verwachten van
Hem, dat Hij rampen voorkomt en onrecht aanpakt. Als Hij dát zou doen, dan
gingen we allemaal in Hem geloven! Daar heb je het bekende menselijke
principe dus weer: eerst zien en dan geloven…
Maar zo werkt het niet bij God. Hij vraagt geloof zonder dat je het direct
ziet. Maar wie zich in geloof overgeeft aan God, gaat zien dat God wel
degelijk iets doet aan oorlog, ziekte, ellende, oneerlijkheid, aardbevingen
en rampen! Maar alles op Zijn tijd. Wie gelooft, ontdekt namelijk dat God
het grootste probleem het eerst aanpakt en dat daarmee alle andere problemen
uit de wereld zullen gaan. Het probleem wat aan al het lijden ten grondslag
ligt is de zonde.
De zonde is een macht, die mensen gevangen houdt en die de schepping aan
zinloosheid onderworpen heeft.
(Romeinen 7:23-24 en 8:20) En dát
universele probleem heeft God nu juist de eerste prioriteit gegeven, al
direct nadat de vloek van de zonde de aarde in haar greep kreeg. Toen klonk
dwars door de vervloeking van de slang heen al een belofte:
“En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de
vrouw, tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; dat zal u de kop vermorzelen
en u zult Het de hiel vermorzelen.”
(Genesis 3:15, de zogenaamde ‘moederbelofte’-
moeder van alle beloften.) De kop van
de slang – waar het leven in zit – zal vermorzeld worden door het Nageslacht
van de vrouw… dat is een belofte die uitziet op de Verlosser, de Redder, de
Messias!
God houdt Woord
En hier is Hij dan! De herders zagen Hem daar liggen in de voerbak. Ze
geloofden Gods woorden en zagen de vervulling van de belofte liggen: het
Nageslacht van een vrouw, Hij die de slang de kop zou gaan vermorzelen! Dit
kind is de vervulling van alle beloften over een profeet groter dan Mozes,
een priester naar de orde van Melchizedek, een eeuwige Koning op Davids
troon. (Deut.18:15, 18, Hand.3:22 /
Psalm 110:4, Hebr.5:6, 6:20 / 1Kon.2:4, Jesaja 9:7, Lucas 1:32-33)
God houdt woord, Hij doet wat Hij beloofd heeft. Het Woord van God ligt hier
in menselijk vlees. Het Woord is vlees geworden,
zegt Johannes over de geboorte van Jezus Messias.
(Johannes 1:14)
Jezus is Gods spreken en woord houden in Levenden Lijve. Vlees
geworden – dat benadrukt het kwetsbare, het vergankelijke, het menselijke.
God is niet oppermachtig op afstand gebleven, maar kwetsbaar heel dichtbij
gekomen. Dat is die liefde uit Johannes 3:16.
Want liefde wil muren afbreken om gekend te worden, om steeds dichterbij te
komen. Liefde is het leven delen, de breekbaarheid delen, het lijden op je
nemen. Zoals je van een ziek en kwetsbaar kind soms de last van het lijden
over zou willen nemen. Dat deed God in zijn Zoon Jezus. Hij werd kwetsbaar
en kwam in ons vergankelijke vlees om alle vloek op zich te nemen en zo de
kop van de slang te vermorzelen, de vloek te verbreken, zodat er ruimte zou
komen voor zegen. Dit is de grootste stap vooruit in de geschiedenis van de
wereld: God komt in onze geschiedenis binnen, zo dichtbij – tot in de kern
van ons probleem: in ons vergankelijke vlees…
Maar om dát in dit kleine kerstkind te zien en te herkennen heb je geloof
nodig. Alleen dan begrijp je waarom de geboorte van dat kleine kind Goed
Nieuws – Evangelie – wordt genoemd door de engel. Alleen dan begrijp je
waarom de herders opsprongen en het overal bekend maakten.
WAT IS GELOVEN?
Geloven is dus niet het gevolg van zien, maar het is omgekeerd: om te
geloven moet je eerst horen!
• Zoals de herders de boodschap van de engel hoorden;
• zoals de oude profeet Simeon de stem van de Heilige Geest hoorde;
• zoals de ongelovige christenvervolger Saulus Jezus’ stem hoorde onderweg
naar Damascus…!
Maar Saulus aanvaardde het woord van Jezus dat hij hoorde als waarheid en
Saulus werd Paulus, vurig apostel van Jezus, zijn Redder, Messias en Heer.
In Romeinen 10 legt hij uit hoe geloof ontstaat:
Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen,
zal zalig worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven?
En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe
zullen zij horen zonder iemand die predikt? En hoe zullen zij prediken, als
zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de
voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen!
Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt
namelijk: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?
Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.
(Romeinen 10:13-17)
En dat Woord van God is het evangelie
van Christus, want Hij is Gods vleesgeworden Woord, hét goede nieuws.
Maar Romeinen 10 vers 16 geeft
de tweede kant van geloven ook duidelijk aan: het is uiteindelijk naast
horen toch ook een persoonlijke keuze om te gehoorzamen, te
aanvaarden en antwoord te geven op Gods Woord. Als je hoort, neem je het dan
ook aan? Pas je het goede nieuws van God toe op je eigen leven? Of hoor je
het alleen maar verwonderd en verbaasd aan?
Het blijft dus een persoonlijke keuze van de hoorder. Heb jij die al
gemaakt? Want als je gehoorzaam aanvaardt wat je als evangelie hoort, zul je
het gaan zien: Jezus is de Redder, de Messias, de Heer – Hij is de
vervulling van Gods beloften. God bekommert zich dus wel degelijk om onze
wereld! Hij is zo ongelooflijk dichtbij gekomen.
En sinds de eerste Pinksterdag wil Hij nog dichterbij zijn, want toen
stuurde Jezus de Heilige Geest om de wereld te overtuigen van zonde, van
gerechtigheid en van oordeel. (Johannes
16:8-10)
-
Door de Geest leer je zien dat
de macht van de zonde het grootste probleem in jou, de mensheid en de
schepping is.
-
En de Geest leert je ook dat
er gerechtigheid is, voor wie het Woord van God aanneemt:
“Ieder die in Hem (Jezus) gelooft, zal niet
beschaamd worden. … Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal
zalig worden.” (Romeinen
10:11, 13)
-
Maar… er is oordeel
voor wie de uitgestoken hand van God niet aanneemt.
Dat dringt ons om het aan
iedereen te vertellen. Help je – op jouw manier – mee, nu je het kerstkind
gezien hebt? Ook als het niet direct aan de verwachtingen van de mensen
voldoet? Want hoe kunnen ze gaan geloven, als ze niet kunnen horen, omdat
niemand ze het vertelt?
Laat je niet tegenhouden door mogelijke teleurstellingen. De herders hoorden
het evangelie, geloofden het, zagen de waarheid en vertelden het verder. En
daarna keerden ze terug naar hun dagelijks werk. Maar er was iets in hen
totaal veranderd: overtuigd van de waarheid konden ze niets anders dan God
verheerlijken en loven.
Als jij het gehoorde evangelie ook gelooft en overtuigd bent van de waarheid
van Gods liefde en trouw, zing dan zo dadelijk met overgave mee met de
lofliederen! Want Gods Woord dat vlees is geworden, vraagt om ons
antwoord.
Amen
Soest, 26 december 2010
2e Kerstdag
De Bijbelteksten in deze
preek zijn uit de Herziene Statenvertaling © Stichting HSV 2010
|