Deze preek lezen als PDF-bestand Deze preek downloaden als Worddocument

Geschiedenis met toekomst

Preek n.a.v. 2 Korintiërs 5:17 en Matteüs 27:45-46

 

“Vroeger was alles beter.” Een cliché-uitspraak die je toch regelmatig hoort. Misschien zég je het zelf nooit hardop, maar je dénkt het vast wel eens… Zo af en toe sta je als mens namelijk even stil en denk je aan de tijd die voorbij is gegaan. En dat is niet verkeerd; reflecteren is namelijk ook een vorm van leren. Je leert van wat je fout deed en je neemt je voor om dat in het vervolg anders te doen.

Zeker in zo’n verwarrende en snel veranderende tijd als het momenteel is, gaan mensen terugkijken: waar is het fout gegaan, hoe is het zo gekomen? Dreiging van terrorisme, vaders die hun gezinnen om het leven brengen, spanningen tussen bevolkingsgroepen, toenemende criminaliteit, de kwakkelende economie, … ga zo nog maar even door. Hoe komt dat allemaal toch? En dan ga je onwillekeurig misschien toch zeggen: “Vroeger was dan toch niet álles, maar het was wel beter en rustiger dan nu.”

 

Het gevaar van terugkijken op deze manier is dat je verstart: je idealiseert het verleden en kijkt niet meer vooruit. Je gaat leven vanuit een soort verheerlijking van de geschiedenis en probeert dat verleden misschien wel te kopiëren. Maar dan ga je uiteindelijk meer stilstaan dan dat je vooruit komt, want helaas… de tijd die geweest is, komt niet meer terug.

 

Terugkijken heeft meer nut, als je daarna weer gaat vooruit kijken. Geschiedenis als vak op school is toch ook niet alleen belangrijk om te weten hoe het allemaal zo geworden is? Ik vind het ook een belangrijk vak met het oog op de toekomst. Dan kun je de geschiedenis gebruiken in de opvoeding. In de lessen over Anne Frank bespreek ik ook de huidige ontwikkelingen met Lonsdale-kleding en opkomende rassenhaat. Dan komen de ideeën van neonazi’s aan bod – maar ook ons eigen omgaan met verschillen in de klas en in de buurt waar je woont.

 

Geschiedenis is dus ook belangrijk voor de toekomst. Daarom is het christelijk geloof gebaseerd op het verleden, maar van levensbelang voor het heden én de toekomst. Want we geloven toch niet in een geschiedenisboek!? Nee, het gaat in de bijbelse geschiedenissen om de verhalen van mensen die hun weg met God gingen. Daar kunnen wij vandaag lessen uit leren. En bovenal gaat het om de verhalen van en over de Mens die de Weg naar God is. Dat oude boek fungeert dus als actuele wegwijzer: het brengt ons via de geschiedenissen in aanraking met Jezus en zo met God en zijn plannen, ook voor de toekomst. Lezen in de bijbel is dus terugkijken op de goede manier. We lezen de geschiedenis van toen, leren ervan voor vandaag en leven toe naar de toekomst.

 

Vandaag leven we tussen Pasen en Pinksteren, 50 dagen die in de Bijbel vrij summier worden beschreven. Jezus verscheen regelmatig aan zijn vrienden en legde hen dan alles uit wat ze moesten weten om uiteindelijk de Grote Opdracht uit te kunnen voeren. Meerdere keren lezen we dan, dat hun verstand ‘geopend’ werd. Ze hoorden de oude verhalen opnieuw en ineens brak het inzicht door. Het openen van hun verstand begon altijd met dezelfde boodschap, namelijk dat de Christus moest lijden en sterven, maar ook weer zou opstaan.

Zo lezen we dat onder andere in het evangelie van Lucas, hoofdstuk 24:

… op de eerste dag van de week gingen ze (= de vrouwen die met Jezus meereisden) bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ (Lucas 24:1-7)

En later die avond, ontmoette Jezus zelf de Emmaüsgangers, die maar niet konden begrijpen dat hun grote Vriend gedood was. Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. (Lucas 24:25-27) Toen Kleopas en zijn vriend weer terugrenden naar Jeruzalem om de discipelen hun ervaringen te vertellen, was Jezus ineens weer in levende lijve aanwezig bij zijn vrienden. Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de Messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’ (Lucas 24:44-49)

 

Zie je, dat elke keer weer de boodschap begint met een verwijzing naar de lijdensgeschiedenis van Jezus? Dat is blijkbaar van doorslaggevend belang om de geschiedenis van Gods volk te begrijpen. Daarom is geloof in het lijden, sterven en opstaan van Jezus Christus ook van doorslaggevend belang voor ons: om de geschiedenis te begrijpen, om te ontdekken hoe God door alle tijden heen bezig is met dat ene plan: alle mensen te behouden, want Hij wil niet dat iemand verloren gaat, maar dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. (1Tim.2:4)

Daarom is het ook, dat Jezus in het laatste stukje dat we net uit Lucas lazen een link legt naar de toekomst: dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen… Hier geeft Hij al de opdracht aan, die zijn discipelen later meekregen voordat Hij naar de hemel ging: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” (Mat.28:18-20)

 

Geloof in het lijden, sterven en opstaan van Jezus is blijkbaar het startpunt om de toekomst te gaan begrijpen. Daarom wil ik nu ook even stilstaan bij een gedeelte uit die lijdensgeschiedenis, dat ons iets kan leren, wat belangrijk is voor onze toekomst en ons vandaag de dag kan helpen om naar die toekomst toe te leven:

Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ (Mat.27:45-46)
Lucas vertelt dit ook en vermeldt nog een bijzonderheid bij de drie uur durende duisternis:
Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. (Luc.23:45)

 

Drie uur duisternis, vanaf 12 uur tot 3 uur ’s middags, net op het heetst van de dag. Op zich zou het een welkome verkoeling kunnen zijn voor de lijdende Jezus: geen brandende hitte van de op zijn hoogst staande zon. In plaats daarvan de koelte van de nacht die zijn afgeranselde lichaam en zijn bebloede hoofd wat rust kon geven. Maar toch denk ik, dat het lijden van Jezus hier zijn hoogtepunt bereikt. Wat wij als verkoeling zouden kunnen zien, is in feite een verkilling. Kilte is onbehagelijke kou, het heeft een uiterst negatieve gevoelswaarde.

 

Duisternis is de afwezigheid van licht. Het is de startsituatie van de aarde: De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed… (Gen.1:2) Toen waren er nog geen zon, maan en sterren. Dus was er ook nog geen warmte van de zon. Alles was doods; leven was onmogelijk.

En toen begon God met zijn schepping. Wat was het eerste dat Hij maakte? Licht! Licht is namelijk de belangrijkste voorwaarde voor het ontstaan van leven. Maar… waar kwam dat licht vandaan op die eerste scheppingsdag? Niet van de zon, de maan of de sterren! Want die lichtdragers maakte God pas op de vierde dag. Ik geloof dus dat het licht op die eerste dag rechtstreeks van God zelf vandaan kwam: Paulus schrijft over God, dat Hij woont in een ontoegankelijk licht. (1Tim.6:16) En God zei ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. Daarom schrijft Johannes: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. (Joh.1:1-4) Hier wordt Jezus gezien als het Woord, het Leven én het Licht.

 

Wie de bijbel verder doorzoekt op informatie over het licht, ontdekt dat leven, liefde, licht en God heel vaak samen genoemd worden:

Psalm 36:10   … want bij u is de bron van het leven, door úw licht zien wij licht.

Psalm 112:4   Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister, genadig, liefdevol en rechtvaardig.

En wat te denken van de bekende priesterlijke zegen uit Numeri 6: Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.

 

Het licht op de eerste scheppingsdag is dus het Licht van God zelf, het Licht dat Leven geeft, het Woord dat gesproken en geleefd moet worden. Dat Goddelijke Licht is de basisvoorwaarde voor het Leven. Afwezigheid van dat Licht staat gelijk aan de dood.

De duisternis in de drie laatste uren van Jezus voor zijn dood had die betekenis: woest en doods. Het was voor Jezus geen verkoelende duisternis, maar een verstikkende kilte. Het was de afwezigheid van Gods Licht en daarmee de afwezigheid van God zelf. Alsof God zich in afschuw terugtrok van die vervloekte aan het kruis. Jezus was als het ware de zonde in eigen persoon geworden.

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek die de wet over ons bracht, door voor ons die vloek op Zich te nemen. Er staat immers: "Wie aan een  paal is opgehangen, is vervloekt." (Gal. 3:13, vertaling NBG’51) Al onze schuld lag op Hem en daarom werd Hij de vloek, alle zonde heeft Hij in zijn lichaam opgenomen. Hij was zó goor en vuil in Gods ogen, dat God Hem verliet. Voor het eerst in de geschiedenis werd een mens echt volledig door God verlaten vanwege de vloek van de zonde, die de dood tot gevolg heeft. Daarom schreeuwde Jezus die hartstochtelijke woorden: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”

Het is dus alsof de tijd werd teruggedraaid, terug naar de tijd van vóór de schepping, toen het licht van God afwezig was en daarmee het leven onmogelijk. Die totale Godverlatenheid maakte het sterven van Jezus tot een verstikkend lijden.

 

Toch begint het goede nieuws dat de engelen brengen en dat Jezus zelf na zijn opstanding brengt steeds met dat lijden. Daarmee begon de ommekeer namelijk. Op het moment dat het lijden ondragelijk werd, scheurde het voorhangsel in de tempel van bovenaf naar beneden doormidden. Een nieuwe tijd brak daarmee aan: de tijd dat het Heilige der Heilige niet meer onbereikbaar is! God is dichterbij gekomen. Het is weer een beetje zoals het vroeger was, toen Adam en Eva in de Hof wandelden met God in de avondkoelte. Zo’n vriendschappelijke omgang met God is weer mogelijk, omdat de vloek die tussen Hem en ons instond is weggenomen door de dood van Jezus.

Het is net, alsof door het lijden en sterven van Jezus, de schepping weer over is gedaan. Dat zegt de bijbel ook bij monde van Paulus, die ook zijn boodschap telkens weer begint met het wijzen op de noodzaak van Jezus lijden en dood.

Uit 1 Korintiërs 15: Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen… (…) Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren. En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. (…) De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood…  (1Kor.15:1-5, 20-26)

 

Dat is herschepping: de schepping overnieuw. Dat begon met Christus en zal ook eindigen met Hem. Daarover zingt Paulus een lied in zijn brief aan de Kolossenzen:

Beeld van God, de onzichtbare, is hij,

eerstgeborene van heel de schepping:

in hem is alles geschapen,

alles in de hemel en alles op aarde,

het zichtbare en het onzichtbare,

vorsten en heersers, machten en krachten,

alles is door hem en voor hem geschapen.

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.

Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.

Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden,

om in alles de eerste te zijn:

in hem heeft heel de volheid willen wonen

en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen,

alles op aarde en alles in de hemel,

door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.            (Kol.1:15-20)

Jezus is dus de eerste van de nieuwe schepping. Hij maakte die herschepping mogelijk door zelf alles te ondergaan. Het mooie is, dat je door te geloven in Jezus’ dood en opstanding, zélf deel wordt van die herschepping.

Dat schrijft Paulus in zijn 2e brief aan Korinte: Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2Kor.5:17-21)

 

Deel zijn van die nieuwe schepping kan alleen maar door terug te kijken naar de geschiedenis. En dat geeft ook kracht voor vandaag: vroeger wás echt niet alles beter, maar straks wórdt het zeker beter!

 

Dat is een boodschap die iedereen mag horen: er is hoop voor nu en voor de toekomst. Daarom gingen de discipelen van Jezus er ook op uit, om het te vertellen: Petrus, Jacobus, Johannes, Matteüs, Lucas, Marcus, Paulus en ga zo maar door. Allemaal werden het enthousiaste boodschappers van dat evangelie.

Dat enthousiasme was bij allemaal begonnen, toen hen verteld werd over het lijden en sterven van Jezus. Dat is blijkbaar het fundament van levend geloof, daardoor word je een nieuwe schepping. Met geopende ogen en oren kun je de oude verhalen uit de Bijbel opnieuw bezien en beluisteren, zodat je ze echt begrijpt. De discipelen hebben dat ervaren in die veertig dagen dat Jezus na zijn opstanding nog bij hen was. En na Pinksteren is die ervaring er voor iedereen die Gods Geest ontvangen heeft.

 

De bijbel is een boek waarin ons de geschiedenis vanuit Gods perspectief wordt verteld. Juist door die geschiedenis te geloven, worden we mensen met toekomst. Dan is terugkijken niet meer verstarrend, maar het maakt vrij. En dat geeft je inspiratie om nu te leven, als getuige van die vrijheid. Dan heeft het leven zin, want je leeft maar niet alleen voor het hier en nu – nee, je leeft voor de eeuwigheid. Eeuwig leven in Gods licht is vandaag de dag al mogelijk voor wie de dood van Jezus aanvaardt als de basis voor zijn leven.

 

 

Amen

 

 

Schoonhoven, 24 april 2005

Capelle aan den IJssel, 1 mei 2005

 

 

 

 

De bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders aangegeven –

ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004

 

Liederen:

Opwekking 044          Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft

Opwekking 248          God is getrouw, zijn plannen falen niet

Opwekking 334          Heer, Uw licht en Uw liefde schijnen

Opwekking 489          Wij willen U ontmoeten

 

 

Tekst:

Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft. Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.

(1Kor.15:51-58)