![]() |
|
| Deze preek lezen als PDF-bestand | Deze preek downloaden als Worddocument |
|
Het is een koude nacht en ik sta daar naast hem bij het vuur. Veilig op een afstand – kijken hoe het zou aflopen. Nieuwsgierig, een beetje bang ook wel. Verbaasd en een beetje geërgerd kijk ik opzij. Naast me staat één van Jezus volgelingen, de meest opvallende van de twaalf nog wel. Die durft! In het hol van de leeuw staat hij zich te warmen tussen de soldaten in. Mijn verbazing en ergernis was ontstaan door die opmerking, die leugen eigenlijk: “Vrouw, ik kén Hem niet eens!” Onzin, denk ik, je kent Hem wél. En ík ken jou ook, door de verhalen uit de bijbel. Jij bent Petrus, de discipel die om het hardst geroepen had: “Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!… Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.” (Math. 26:33, 35) “Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven!” (Luc.22:33) Jij weet heel goed wie Jezus is, jíj was toch degene die het hardop beleed: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God!” (Math. 16:16) En in de tuin van Getsemane heb je de daad bij het woord gevoegd, door Jezus te verdedigen met een zwaard. Dat was een beetje dom, maar toch ook wel dapper. En nú zeg je dat je Hem niet kent! Wat ben je voor een lafaard! Ben je soms bang? Of schaam je je voor de Heer? Ik schud mijn hoofd over zoveel verraad. Fijne discipel die Petrus, lekker betrouwbaar… Zo denkend schrik ik – en met mij Petrus nog meer – van een stem die plotseling zegt: “Jij bent ook één van Hem!” Het is één van de soldaten, maar tegen wie heeft deze soldaat het? Tegen mij? O nee – gelukkig – de soldaat praat tegen Petrus. Opnieuw vliegt daar een leugen uit Petrus mond: “Welnee man, helemaal niet!” Ik kijk stiekem even opzij, maar Petrus kijkt strak naar het vuur en zegt verder niets. Zo blijft het een uurtje stil. Nou ja, er is genoeg te doen daar in die bovenkamer van Kajafas. Ze laten Jezus geen moment met rust. Ik kan zijn rug zien en probeer me voor te stellen hoe Hij zich zou voelen. Zou Hij weten wat Petrus gezegd had? Trouwens, wat doet Petrus hier bij de soldaten? Als hij een echte vent was, dan moest hij daar maar naast Jezus gaan staan. Dat had hij toch beloofd? Hij was toch bereid om mee de gevangenis in te gaan…? Als ik Jezus was, zou ik niets meer met hem te maken willen hebben. Wat een onbetrouwbare vent! Een uurtje gaat voorbij. Dan komt één van de slaven van de hogepriester bij het vuur staan. Met een schok besef ik dat deze slaaf familie is van Malchus, degene waar Petrus in de tuin het oor van had afgeslagen! (Joh. 18:26) Dat gaat vast fout! En ja, hoor… “Zag ik u niet in de hof met Hem?” (NBG’51) Petrus reageert fel en ontkent het stellig. Maar de slaaf zegt: “Zie je wel, je dialect verraadt je: je bent een Galileeër!” Petrus vloekt en zegt: “Ik weet niet, waar je het over hebt!” En dan gebeurt waar ik al die tijd op heb staan wachten: er kraait een haan… Jezus draait zich om en… Hij kijkt mij – mij! – recht in de ogen! Die blik… ik barst in tranen uit en vlucht de duisternis in, samen met Petrus.
Een droom die me klein heeft gemaakt. Wat ik Petrus altijd verweten had, gold allemaal ook voor mij. Hoe vaak heb ik Hem verloochend? Hoe vaak heb ik me geschaamd een christen te zijn? Maar door deze droom is dat veranderd, door die blik van de Here. We lezen het verhaal uit de Bijbel in versie van Lucas, hoofdstuk 22 vers 54-62.
Ze grepen hem (Jezus) vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’ Maar hij ontkende het: ‘Ik ken hem niet eens!’ Even later merkte een ander hem op en zei: ‘Jij bent ook een van hen!’ Maar Petrus zei: ‘Welnee man, helemaal niet.’ En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: ‘Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.’ Maar Petrus zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.
Dat ene zinnetje “… de Heer draaide zich om en keek Petrus aan” heeft heel wat pennen in beweging gezet. Wat voor een blik was dat? Ik heb verklaringen gelezen waarin stond dat het een blik was, die bestraffend was, verwijtend, medelijdend, boos, gekrenkt, verdrietig, teleurgesteld en ga zo maar even door. Maar waar halen die uitleggers dat vandaan? Er staat alleen maar: “en (Hij) keek Petrus aan.” Geen enkele verdere toelichting. Ik geloof dus ook niets van boze, verwijtende, verdrietige of wat voor blikken dan ook die Jezus worden toegeschreven. Jezus kéék alleen maar, Jezus zag zijn discipel alleen aan…
Maar het was wel een blik met een grootse uitwerking: het was een levensveranderende blik. Want Petrus komt er door tot inkeer; bitter huilde hij in de duisternis. Het raakte mij ook in die droom. Wat zou er dan zo bijzonder kunnen zijn aan die blik?
Stel je de situatie in die nacht nog eens voor. Een huis vol slaven, soldaten, priesters, tempelwachten en oudsten. (vs. 47, 52) Het was een lange dag geweest en een zware, emotionele avond. Geen moment had Jezus rust gehad. Temidden van al die mensen stond Hij voor de hogepriester om eindeloos verhoord te worden. En uitgerekend op dát ene moment vindt Hij tussen al die gezichten in het halfdonker van het hogepriesterlijk paleis de ogen van Petrus! Hoe kan het, dat hij zich omdraait en precies zijn vriend in de ogen kijkt terwijl de haan kraait? Wat betekent dat? Petrus had tot drie maal toe beweerd en zelfs gevloekt en gezworen (Mark.14:71): “Ik ken Hem niet.” Maar die blik van Jezus zegt heel eenvoudig: “Lieve Petrus, vriend, Ik ken jóú wél… Ik zie je staan, Ik laat je niet in de steek, want Ik sta hier ook voor jou!”
Let trouwens eens goed op het woordgebruik in vers 61. Lucas schrijft steeds over ‘Jezus’, maar hier schrijft hij opeens ‘de Heer draaide Zich om’. Het valt bijna niet op, zo subtiel geeft Lucas hier aan wie Jezus is en hoe het kan dat Hij Petrus precies wist te vinden – al stond Hij met de rug naar Petrus gericht. In het Grieks staat er "kurios" en dat betekent ‘de machtige, de krachtige’. Jezus is de machtige God die alles weet en ziet; ook waar Petrus is en wat hij zegt. Je herkent het haast niet, maar Jezus toont hier ondanks al zijn zwakheid even zijn Goddelijke gezicht.
Je zou het overigens bij alle ellende die Hem overkomt haast vergeten, maar Jezus staat hier vrijwillig. Hij heeft het toegelaten dat men Hem gevangen nam. Jezus had als Heer eenvoudig kunnen weglopen. Dat had Hij al eens eerder gedaan. (Lucas 4) Hij was op een sabbat in Nazaret en ging daar voor in de synagoge. Aan de hand van een gedeelte uit de profeet Jesaja legde Jezus uit, dat Hij de door God gezondene was. Hij kondigde zichzelf aan als de Messias, die in de eerste plaats Gods liefde aan de mensen kwam laten zien, maar die ook geloof eiste. “Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om hem in de afgrond te storten. Maar hij liep midden tussen hen door en vertrok.” (Luc. 4:28-30)
Maar nú had Jezus dat niet gedaan, Hij had zich laten meevoeren en nu stond Hij bijna machteloos tegenover de Hogepriester. Hij had er vrijwillig voor gekozen om zwak te zijn, want nu was Gods tijd gekomen. (Mat.26:45) De tijd dat ons Paaslam (1Cor.5:7) zou worden geslacht: “…het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt”. (Joh.1:29) “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.” (Joh.3:16-17) Dáárom stond Hij daar vrijwillig, uit pure Goddelijke Liefde voor ons. En voor Petrus…
Want die blik…? Dat was een blik van allesdoordringende liefde! Zeker… ook een blik die je van zonde overtuigt…, maar voorál een blik die van genade sprak: “Ik ken je wel, Ik doe dit ook voor jou! Al ben je nog zo diep gevallen, je bent nog steeds Mijn vriend, je blijft Gods kind. Ik laat je niet los. Ik zie je aan, Ik zie je stáán!”
Wat een liefde moet je hebben, als je zoveel verraad verdragen kan! Eerst Judas, die het symbool van de liefde verkracht door een kus vol haat. Dan de andere discipelen, die in de tuin van Getsemane alle kanten op gevlucht zijn. En vervolgens Petrus, die trouw tot in de dood gezworen had…
Wat een liefde heeft Jezus voor zijn leerlingen, en daar mogen wij ons ook onder scharen. Hij schaamde zich niet eens voor Petrus en voor de andere discipelen. Nee, Hij wilde ons door zijn lijden en sterven in het reine brengen met God, zodat we Hem “Onze Vader” mogen noemen. In Hebreeën 2:10-11 staat dat zo ontroerend geschreven (vertaling Het Boek): “Door de goedheid van God heeft Jezus de dood geproefd voor iedereen in de hele wereld. Het was juist en goed dat God, Die alles terwille van Zichzelf heeft gemaakt, Jezus heeft laten lijden. Daardoor heeft Hij vele van Zijn zonen in Zijn heerlijkheid laten delen. Door Zijn lijden is Jezus hun volmaakte leider geworden, de enige die hen kon redden. Nu wij door Jezus voor God zijn afgezonderd, hebben wij dezelfde Vader als Hij. Daarom schaamt Jezus Zich er niet voor ons Zijn broeders te noemen.”
Als Jezus zich niet voor Petrus en voor mij schaamt, waarom zouden wij ons dan voor Hem schamen? “Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” (Joh.15:13) Die boodschap mag de wijde wereld in, iedereen moet weten dat God hem of haar ziet staan en in liefde aanziet. Daar wil ik een getuige van zijn, juist ook vandaag op Goede Vrijdag. Daarom is het ook zo goed om op deze avond het Heilig Avondmaal te vieren. Het Avondmaal is namelijk een getuigenis! Paulus zegt in 1 Cor. 11:26: “… altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.”
De dood van de Heer – dat gedenken we op Goede Vrijdag. Maar we mogen het ook verkondigen – uitroepen! God heeft zoveel liefde, Hij schaamt zich niet voor zondaars, Hij keert Zijn Ogen niet vol afschuw van ons af, maar ziet ons allemaal persoonlijk liefdevol aan. Zullen wij dan ook – met misschien wel tranen in de ogen – het donker in rennen? Niet om te vluchten, maar om aan de mensen die in het donker leven te vertellen over Gods brandende liefde voor de wereld? Want Gods liefde is een vuur waar je niet alleen je handen aan kunt warmen, Gods liefde verwarmt de ziel en zet je hart in vuur en vlam. Voor die boodschap van liefde, redding en genade hoeven we ons toch niet te schamen? “Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven…” (Rom.1:16)
Amen
Goede Vrijdag 25 maart 2005
|