Deze preek lezen als PDF-bestand Deze preek downloaden als Worddocument

Nog even geduld...

Jakobus 5:7-11

 

Deze preek is gehouden tijdens een gezinsdienst als duopreek samen met een collega voorganger. De punten 2 en 4 zijn door deze collega verzorgd.

 

1. Inleiding
Nog twee weekjes en dan is het zover: zomervakantie! Hebben jullie er al zin in? Ik wel. Maar… hoe komen we die twee weken door…? Aan de ene kant is het eind in zicht, aan de andere kant duurt dat voor je gevoel nog zo lang. En dan zeg je tegen jezelf: “Nog even geduld, en dán is het zover…”
Maar geduld is zo moeilijk. We willen liever dat alle leuke dingen direct komen, toch? Want denk je even in, dat de vakantie straks écht is aangebroken: de auto volgepakt met alle spulletjes en dan op reis. Hè hè, eindelijk vakantie... Maar dan duurt die reis weer zo lang! “Mam, pap, zijn we er al bijna? Duurt het nog lang?” En het antwoord kun je vast wel raden: “Nog even geduld, dán zijn we er…”
Geduld, geduld, geduld… dat is moeilijk, zeg! Waar kun je eigenlijk leren hoe je geduldig moet zijn? Nou, wat dacht je van hier in de gemeente? Want wie in de Here Jezus gelooft, hoopt ook op Zijn terugkomst. Want Hij komt terug om ons te halen, dat heeft Hij beloofd toen Hij naar de hemel ging. Maar dat is al weer bijna 2000 jaar geleden. En al die tijd wachten de gelovige mensen maar. Nog even geduld en dán zal Hij terugkomen… Jakobus helpt ons in het Bijbelgedeelte dat we net gelezen hebben om geduld te leren. Dus let allemaal maar goed op!

2. Het voorbeeld van de boer (vers 7-8)
Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen.
Jezelf oefenen in geduld is iets wat je niet alleen moet leren in je gewone leven, maar ook in je geloofsleven. ´Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt’, zegt Jakobus in het Bijbelgedeelte wat we net gelezen hebben. Als ik het iets anders verwoord dan betekent het: ‘Heb geduld, jongens en meisjes, tot de dag waarop de Here Jezus terugkomt naar deze aarde.’ Dat is iets wat de Heer Jezus tegen zijn volgelingen gezegd heeft voordat Hij naar de hemel ging. Hij vertelde zijn leerlingen dat ze trouw moesten blijven aan de dingen die Hij hen geleerd had en dat Hij in de toekomst opnieuw naar de aarde zou komen. In de tussentijd moesten de leerlingen de mensen op aarde vertellen over de persoon van Jezus. Jezus vertelt hen wel dát Hij terug zal komen, alleen zegt Hij niet wanneer. Dat maakt het aan de ene kant heel spannend (Zou het vandaag zijn of morgen?), aan de andere kant ook heel onduidelijk (Nou, Hij is gisteren niet gekomen, dan vandaag ook wel niet.)
Dat Jezus zegt dat Hij komt, maar niet wanneer, vraagt van de discipelen dat ze geduldig moeten zijn. Maar zegt Jakobus, dat geldt niet alleen voor je geloofsleven, dat is ook zo in het gewone leven. Denk maar eens aan een boer die zijn zaad op het land uitstrooit. Het korenzaad dat hij vandaag uitstrooit is morgen nog geen korenhalf die geoogst kan worden. Het zaad dat op het land wordt uitgestrooid, moet eerst week worden in de grond en daar tot leven leven, ontkiemen. Er moeten wortels groeien, die geven voeding aan het zaad en er groeit een nieuwe korenhalm. Dat duurt een paar maanden voordat het volwassen is. Denk aan het geduld dat een boer moet hebben voordat hij kan oogsten.
Een boer doet dus eigenlijk maar twee dingen: een keer zaaien en een keer oogsten. En in de tijd daartussen kan hij rustig achter zijn computer spelletjes spelen. Eigenlijk is dat het leukste beroep dat je later kunt kiezen. Weinig doen en veel verdienen. Kijk maar naar de enige boer in ons midden. Zo ontspannen als hij leeft… Toch niet helemaal. Want terwijl jij ‘s morgens nog ligt te slapen is hij al wakker en aan het werk. Meestal koeien melken, maar als hij iets gezaaid heeft, moet hij ook zorgen dat er gemest wordt en dat er geen onkruid tussen groeit. Hij moet bidden of God regen wil geven in het voorjaar zodat het zaad ontkiemt en hij moet bidden of God regen wil geven als het koren groot wordt in het najaar. Met andere woorden: hij moet geduldig zijn, rustig blijven en wachten tot God leven geeft aan het zaad, maar tegelijk actief mee werken om de oogst voor te bereiden.
Er zijn weinig kinderen en gemeenteleden die nog op een boerderij wonen. De meesten van ons wonen in een dorp en daar zijn we gewend dat als we iets willen hebben, we naar de winkel om de hoek gaan en het daar onmiddellijk kopen. Brood of melk staat altijd onmiddellijk klaar in de supermarkt. Dat is een grote zegen, maar je leert er geen geduld van. Daarvoor kun je beter aan een boer denken. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen, zegt Jakobus. NOG EVENTJES GEDULD. Zoals je nog even geduld moet oefenen voordat de zomervakantie begint, zo moet je in je geloof ook nog even geduld hebben voordat Jezus terugkomt.

3. Het voorbeeld van de profeten (vers 9-10)
Klaag niet over elkaar, broeders en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af. Bedenk dat de rechter voor de deur staat. Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken.
Weet je wat het gevaarlijke is van wachten? Dat je er chagrijnig en zeurderig van wordt! Denk nog maar eens aan die lange reis: als het te lang duurt wordt het er meestal niet gezelliger op in de auto. Dan ga je je zitten irriteren aan elkaar en voor je het weet heb je ruzie.
Nou, zegt Jakobus, zo is het met het wachten op de Here Jezus ook. Ga nou niet met en over elkaar zitten klagen en mopperen! Daar wordt het echt niet beter van, integendeel: je roept een oordeel over je af. De rechter staat voor de deur. Dat betekent: het duurt niet lang meer, Hij komt al bijna. Een rechter oordeelt over wat je goed en verkeerd doet.
En dan wijst Jakobus ons op de profeten. Zij moesten heel veel doorstaan, veel lijden zelfs. Maar ze deden dat geduldig, ze klaagden niet, maar kwamen in beweging. Ze gingen niet in zichzelf zitten mopperen, maar ze gingen naar de mensen toe met de woorden van God. Woorden om mensen terecht te wijzen en straf te geven als ze verkeerde dingen hadden gedaan. Maar ook woorden van troost voor mensen die verdrukt en uitgebuit waren: God ziet het en Hij gaat er wat aan doen! Profeten zeggen eigenlijk: God wacht, om de mensen in beweging te laten komen, zodat wij ons naar God toekeren. Want dáár gaat het God en de profeten uiteindelijk om: dat mensen zich bekeren. Daarom hebben God en de profeten zoveel geduld en lijden doorstaan.
In de Hebreeënbrief kun je lezen wat de profeten allemaal voor lijden moesten ondergaan: sommige profeten werden doodgeslagen, anderen werden bespot en afgeranseld en geboeid in de gevangenis geworpen. Zij werden gestenigd, gemarteld, doormidden gezaagd of met het zwaard gedood. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, door woestijnen en in de bergen. Zij moesten in grotten en holen wonen; zij leden gebrek en werden vervolgd en mishandeld. (zie Hebreeën 11:35-38)
De schrijver van de Hebreeënbrief sluit dan af met deze zin: “Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan, omdat God voor ons iets beters had voorzien, en hij hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken.”
God wil de profeten niet zonder ons de volmaaktheid laten bereiken! Zouden wij dan wel andere mensen die liefde van God ontzeggen? Nee toch! Daarom zijn de profeten in hun woorden en hun geduld een voorbeeld voor ons.

4. Het voorbeeld van Job (vers 11)
Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig.
In vers 11 spreekt Jakobus heel positief over de mensen waar Ite net over sprak en die hun geloof in God hebben vastgehouden ondanks de tegenslagen waar ze in hun leven mee te maken hadden. Zij hebben het echte geluk gevonden. Dit echte geluk is dat ze geduldig gebleven zijn terwijl de omstandigheden waarin ze leefden vaak heel moeilijk waren en dat ze soms helemaal niet in hun eigen leven zagen waar ze wel in geloofden. Mensen die niet geloofden vonden hen maar ongelukkig. Maar dat is een vergissing, zegt Jakobus. Deze mensen zijn juist heel gelukkig omdat ze bleven geloven in God, terwijl zoveel anderen om hen heen dat niet deden. Dat is het echte geluk. Dat is geluk dat niet een tijdje duurt, maar dat is geluk dat ook na dit leven blijft bestaan. Leven met God.
En dan herinnert Jakobus zijn lezers aan een Bijbelse figuur die dit ook heel indrukwekkend in praktijk heeft gebracht. U hebt gehoord hoe standvastig Job was. Standvastig is een woord dat je niet gauw gebruikt als je praat, maar het betekent dat je blijft staan, terwijl je door de moeilijkheden ook zou kunnen vallen. Job was een man die het heel goed voor elkaar had in zijn leven. Hij had een vrouw en kinderen, een huis en veel bezit. Dan gebeuren er in korte tijd een heleboel vervelende dingen waardoor hij bijna alles van zijn rijkdom verliest. Zijn bezit wordt geroofd of getroffen door natuurrampen, zijn kinderen overlijden. Alleen zijn vrouw en gezondheid houdt hij over. Maar even later wordt hij ook nog ziek. Het indrukwekkende in het verhaal is dat Job standvastig blijft in zijn geloof ondanks alle tegenslagen die hem treffen. Dat wil niet zeggen dat het allemaal makkelijk te aanvaarden was omdat hij geloofde, want hij heeft ook wel zijn vragen en bedenkingen. Hij leeft een tijdlang zonder antwoorden te hebben. In die periode is hij geduldig.
En u weet welke uitkomst de Heer gaf, zegt Jakobus. Uit de manier waarop het afliep kun je leren dat het zinvol is om geduldig te zijn. Ook in perioden dat je niet overal een antwoord op hebt. Het einde van het verhaal zoals het in de bijbel staat vertelt dat God tot Job gaat spreken en hem opnieuw geeft wat hij eerder is kwijtgeraakt. Hij wordt weer gezond. Zijn vrouw en hij krijgen opnieuw kinderen en ook in zijn bezit ontvangt Job zoveel van God dat hij opnieuw een rijk man is.
Kijk, zegt Jakobus, daarom moeten jullie ook geduldig zijn. De dingen die je graag wilt hebben zijn er soms nog niet, maar God wil ze jullie geven. In de bijbel worden soms dingen beloofd die in de toekomst zullen gebeuren, maar nog steeds niet hebben plaatsgevonden. Dan moet je niet in de war raken, maar mag je rustig blijven verwachten dat God die dingen nog zal waarmaken. God is immers liefdevol en barmhartig kun je uit het levensverhaal van Job leren. Er is een heel belangrijke waarheid die we als gelovigen steeds vast moeten houden: God is betrouwbaar. Wat Hij beloofd zal Hij altijd doen. Maar God wil dat we dit niet alleen weten, maar ook uit ervaring kennen. Vandaar dat we niet altijd onmiddellijk krijgen wat we willen hebben. Als je weet hoe het is om iets niet te hebben, waardeer je het nog meer als je iets wel krijgt. Dan leer je uit eigen ervaring dat God liefdevol is en dat zijn gevoelens barmhartig (met medelijden) zijn.

5. Afsluitend: Het voorbeeld van Jezus
Na de voorbeelden van de profeten en Job, wil ik nog even terug naar de oproep van Jacobus waar deze preek mee begon: Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk … aan de boer, de profeten, Job… Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen.

Jakobus spreekt hier ons aan en vraagt ons om geduldig te zijn. Daarover wil ik afsluitend nog twee dingen zeggen:
• geduldig wachten is een houding
• geduldig wachten is wat anders dan niksdoen

 

Geduldig wachten is een houding. Denk nog eens aan de lange autorit naar je vakantieadres. Je kunt natuurlijk de hele reis gaan zitten ruziemaken en je ergeren aan elkaar. Ook leuk: elkaar daarvan de schuld geven: “Jij begon!” “Nee, jij begon!” “Welles!” “Nietes!” En om het kwartier kun je vragen: “Zijn we er al bijna? Hoe lang duurt het nog?” Daar wordt de reis echt niet korter van, maar gegarandeerd wel een heel stuk vervelender…
Of je zorgt dat je voor die lange reis leuke spelletjes hebt bedacht om samen te doen. Je neemt een spannend boek mee, een gezellig meezingmuziekje, een puzzelboekje. Onderweg af en toe pauzeren bij een wegrestaurant met een speeltuin. En daarna weer fris de auto in, al zingend: “En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet…”, gevolgd door “We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal!”
Zie je het verschil in houding? Je kunt negatief wachten (mopperend, klagerig, ruziemakend) of juist positief. Die laatste houding spreekt van hoop en van verwachting. Dan is wachten minder erg. Zo kun je ook met een positieve werkhouding de laatste twee weken voor de zomervakantie doorkomen: nog even doorzetten, houd de moed erin, nog twee weken je best doen en dan komt het beslist. Zo duren die twee weken een stuk minder lang dan wanneer je chagrijnig onderuitgezakt op je schoolstoeltje zit, toch?

En tenslotte: geduldig wachten is wat anders dan niksdoen. Het gaat God er tenslotte om dat wij in beweging komen. Want Hij wil nog zoveel mensen de volmaaktheid laten bereiken! Daar kunnen wij van vertellen om anderen te bemoedigen en op te roepen zich tot God te keren. Dat is niet altijd makkelijk en die boodschap is niet altijd welkom. Maar het is wel de moeite waard.
Daarin is de Here Jezus ons voorbeeld. Zijn hele leven was een geduldig wachten: wachten tot Gods tijd was gekomen en wachten tot mensen in beweging kwamen om Hem te volgen. Maar je kunt toch echt niet zeggen, dat Jezus niks deed. Jezus was actief en vol verwachting van Gods koninkrijk. Zo leefde Hij en zo mogen wij leven. Petrus zegt daarover: Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt. (1 Petrus 2:21-23)
Jezus is ons voorbeeld om actief én geduldig tegelijk te zijn. Nog even geduld, maar Hij komt zeker!
 



De Bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders aangegeven – ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004