Deze preek lezen als PDF-bestand Deze preek downloaden als Worddocument

De ware wijnstok

Johannes 15

 

Wat zie je als je een ui doormidden snijdt? Je ziet dan dat een ui is opgebouwd uit allemaal lagen, die naar binnen toe steeds kleiner worden. En helemaal in het midden zit de kern, het kleinste stukje waarin je de ui nog herkent. Je kunt een ui helemaal van buiten naar binnen afpellen. Zo at ik als kind wel eens een zilveruitje; dan knabbelde ik laagje voor laagje weg, totdat je een minuscuul mini-uitje overhield.

In de literatuur kom je de uienstructuur ook tegen als stijlfiguur. Het verhaal wordt dan om een bepaalde kern heen verteld en van het begin tot het eind wordt in steeds kleinere cirkels naar die kern toegewerkt. Met name in het nieuwe testament kom je deze manier van schrijven tegen. Zoals in de beschrijving van de tafelgesprekken van Jezus met zijn discipelen in Johannes 13-17.

  • Johannes 13: Jezus op zijn knieën: Hij dient de discipelen met het voorbeeld van de voetenwassing

    • Johannes 14: Jezus belooft de Trooster

      • Johannes 15: Jezus vertelt het verhaal van de ware wijnstok

    • Johannes 16: Jezus belooft opnieuw de Trooster

  • Johannes 17: Jezus op zijn knieën: Hij dient de discipelen met de voorbede van het Hogepriesterlijk gebed
     

Hoofdstuk 15 wordt op deze manier gezien de kern van het onderwijs aan tafel. Hier laat Jezus dus zien wat voor zijn discipelen heel belangrijk is.

 

We lezen nu eerst Johannes 15:1-8.

 

Jezus begint dit hoofdstuk met één van de bekende “Ik ben”-uitspraken. “Ik ben de ware wijnstok…” Voor een Jood klonk de vergelijking met een wijnstok heel vertrouwd. In Psalm 80:9-12 wordt van het volk Israël zelf gezegd: “U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte, en volken verdreven om hem te planten. U gaf hem een ruime plek, hij schoot wortel en vulde het land. De bergen werden bedekt door zijn schaduw, de machtige ceders door zijn twijgen, hij strekte zijn takken uit tot de zee, tot aan de Grote Rivier zijn ranken.”
En in Jeremia 2:21 zegt God over zijn volk: “Ik heb je geplant als een edele druif, een prachtige stek...” (De Griekse vertaling van het Oude Testament zegt hier zelfs “als een ware wijnstok”!) En zo zijn er meer plaatsen in de bijbel waar Gods volk een wijnstok wordt genoemd.

Als er een ware wijnstok is, dan is er ook een onware wijnstok: een wijnstok die zijn doel mist, die dus geen vruchten voortbrengt. Dáárom past Jezus hier het beeld van de ware wijnstok op Zichzelf toe. Israël was de ware wijnstok, maar is verwilderd en brengt alleen nog slechte vruchten voort. Jeremia 2:21 gaat namelijk nog verder en zegt: “Ik heb je geplant als een edele druif, een prachtige stek, maar wat ben je geworden? Een verwilderde wijnstok, woekerende ranken!” De reden hiervoor is, dat Israël andere goden is gaan dienen en zo zijn God in de steek liet. Meerdere profeten hebben het volk hiervoor gewaarschuwd: Jesaja 5, Jeremia 2 en Ezechiël 15, 17 en 19. Israël – Gods eigen wijnstok – werd een wilde wijnstok met slechte druiven. Uiteindelijk was het volk niet beter dan alle andere volken en daarmee nutteloos voor de wijngaardenier. Want een wijnstok moet goede vruchten opleveren, dan dient hij zijn doel.

Welk doel had God met zijn wijnstok? Israël moest een voorbeeld zijn voor de wereld om hen te leren God te dienen.
(Jeremia 33:7-9; Micha 4:1-5; Zacharia 8:23; 1 Korintiërs 10:6,11; Hebreeën 4:11) Maar Israël heeft die roeping niet waargemaakt. En hier trekt Jezus die typering en roeping dus naar zichzelf toe: IK ben de ware wijnstok, Ik ben het zuivere voorbeeld voor de wereld, door Mij zullen de volken God weer gaan dienen.

De verzen 1 tot en met 8 zijn een gelijkenis. Een wijnstok bestaat uit een stam met ranken. Onvruchtbare ranken gebruiken wel de kostbare sappen, maar leveren niets op en belemmeren zo de groei van goede vruchten. Daarom worden deze ranken weggesneden. Ranken die wel vrucht dragen worden gesnoeid. In het Grieks staat hier ‘gereinigd’ (kathairo), dat betekent dat alles wat nog meer en betere vruchten in de weg staat, wordt weggehaald. Denk maar aan het krenten van een wijnrank, waarbij de te kleine druifjes weg worden gehaald, zodat de goede vruchten beter kunnen groeien. Door onvruchtbare ranken weg te snijden en de vruchtbare ranken te krenten, blijven alleen de mooiste en beste vruchten over. Bijzonder dat Jezus dan in vers 3 zegt, dat de discipelen al rein – dus gekrent – zijn door alles wat Hij hen gezegd heeft. Door te luisteren naar Jezus word je dus rein, dan laat je jezelf krenten om nog meer en betere vrucht voort te brengen. Jezus spreekt hier tegen zijn discipelen, gekrent en al. Maar er was inmiddels ook een onvruchtbare rank weggesneden: Judas is al uit hun midden weggegaan, zo lezen we in Johannes 13:30.

Ook in dit eerste deel van hoofdstuk 15 vinden we een uienstructuur, die ons leert wat de kern is van de gelijkenis. Kijk maar naar deze indeling:

Het begint en eindigt dus allemaal met de Vader, de eigenaar van de wijnstok. De wijnbouwer heeft de wijnstok juist geplant om de vrucht en daarmee voor zijn winst. Ranken vol vruchten maken de wijnbouwer groot. Daarom worden ranken weggesneden of gesnoeid.
Jezus laat dan in de kern van deze gelijkenis zichzelf zien als de schakel tussen de vrucht van de ranken, de voedingsbron en de wijnbouwer. Alleen wie in de wijnstok blijft, kan vrucht dragen. Alleen wie zich laat snoeien door gehoorzaam te zijn aan Jezus’ woord, kan meer vrucht opleveren. Jezus is voor ons dus de verbinding met het leven van de Vader.

Jezus legt tijdens het vertellen de gelijkenis ook al uit: de wijnbouwer is God de Vader, de wijnstok is Jezus zelf, de ranken zijn de leerlingen. Alleen… wat bedoelt Hij met de vruchten? Veel mensen denken nu gelijk aan Galaten 5:22, waar wordt gesproken over de vrucht van de Geest. En dat is ook wel logisch. Maar zelf denk ik – gezien het vervolg in hoofdstuk 15 – aan iets anders. Er staat niet ‘vrucht van de Geest’, maar het gaat hier over ‘vruchten van de ranken’ – ónze vrucht dus. In de hele gelijkenis gaat het om personen: de Vader, Jezus, de discipelen. Zouden de vruchten dan ook geen personen kunnen zijn? Laten we de verzen 9 – 17 nu eens lezen. Ook hierin is weer een uienstructuur te herkennen:

Weer wordt dit gedeelte ingeklemd door een verwijzing naar de Vader. Alles draait opnieuw om Hem. Hij is liefde en uit liefde heeft Hij de ware Wijnstok Jezus geplant
(Johannes 3:16) en uit diezelfde liefde snoeit Hij de ranken om meer vrucht te krijgen, blijvende – eeuwige – vrucht. Ook de thematiek is dezelfde als in de eerste acht verzen: blijf in Hem en breng vrucht voort.
Vers 1-8 en vers 9-17 zijn als het ware twee dia’s, die je op elkaar kunt leggen om het beeld compleet te krijgen. Nu is de gelijkenis echter veel praktischer uitgewerkt:

• Het blijven in Jezus als ware wijnstok betekent dat je de Vader liefhebt boven alles. Vanuit die voedingsbron kun je elkaar liefhebben. Liefde voor God en van daaruit voor elkaar is ook de samenvatting van de wet, van ”de geboden van mijn Vader”!
(Matteüs 22:36-40) Dat is ook de thematiek van de 1e Johannesbrief, met name hoofdstuk 4: de liefde van de Vader geeft ons liefde vóór de Vader en voor elkaar: “…als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden… God is liefde, wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem… Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad…” (1 Johannes 4:12, 16, 19) En liefde wordt vast niet voor niets als eerste genoemd bij de vrucht van de Geest in Galaten 5:22.
• Vanuit die voedende liefde noemt Jezus zijn leerlingen ‘vrienden’. Bij vriendschap is er sprake van een relatie. Niemand kan in z’n eentje vriend zijn, net zo min als een rank op zichzelf vrucht kan voortbrengen. Jezus vraagt dus geen slaafse gehoorzaamheid, maar gehoorzaamheid vanuit liefde. Al eerder aan de avondmaalstafel had Jezus dit gezegd: “Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.”
(14:23)
Vrienden zijn met God houdt dus wel een opdracht in. Je kunt niet vriend zijn zonder te investeren in vriendschap, zonder ook gericht te zijn op de wil van de ander. Vriendschap met God houdt een roeping in en gehoorzaamheid daaraan. Zoals Johannes de Doper de vriend van de Bruidegom wordt genoemd, omdat hij als opdracht had om de Messias aan te kondigen en gehoorzaam de weg voor de Heer bereidde. Ook Abraham wordt Gods vriend genoemd, maar wel nadat hij bereid was om in gehoorzaamheid zijn enige zoon te offeren.
(Jacobus 2:21-23) Vriendschap met God houdt dus altijd gehoorzaamheid aan Gods woorden in, gedreven door liefde voor Hem.
• Liefde is dus het levensvocht voor de ranken, van waaruit de vruchten gaan ontstaan. Hier wordt ook eindelijk door Jezus uitgelegd, wat die vruchten zijn. Of beter ‘wie’ die vruchten zijn. Vers 16 maakt het duidelijk: de leerlingen van Jezus moeten op weg gaan en vrucht dragen. De wijnstok moet de wereld veroveren en uitgroeien tot een machtige vruchtdragende plant, zie Psalm 80:9-12. De wijnrank van God moet de hele wereld over, groter worden dan de hoogste bomen. Zending en evangelisatie dus! Blijvende vruchten, waar de wijnbouwer blij mee is. Vruchten die de grootheid van de Vader zichtbaar maken
(vers 8). De vruchten zijn dus de nieuwe leerlingen die we bij de wijnbouwer brengen. Hij heeft recht op de oogst, op elke vrucht, op elk mens. Als wij mensen tot geloof mogen brengen, kan dat ons trots maken. Maar vergeet dan niet, dat het niet om onze trots gaat, maar om de grootheid van de Vader! Daarom vieren de engelen in de hemel feest, wanneer een zondaar tot geloof komt. Dan verheerlijken zij God. (Zie Lucas 15:3-10)
• We moeten er dus op uit. Niet als slaven, maar uit liefde voor de Vader. In het kader van deze preek kost het teveel tijd om ook nog het derde deel van hoofdstuk 15 te behandelen. Maar één ding haal ik er toch even uit. Vers 18 tot 27 gaan over de haat van de wereld in tegenstelling tot de liefde bij de volgelingen van Jezus. Die liefde komt voort uit de Vader en moet de haat van de wereld overwinnen. Daar wil God zelf bij aanwezig zijn en als wij in Hem blijven kan Hij ons gebruiken voor dat werk, zie vers 26-27: “Wanneer de Pleitbezorger komt die ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over mij getuigen. Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij Mij geweest.”

Zo zien we in dit hoofdstuk dat de liefde van God de Vader en wijnbouwer zich via de ware wijnstok Jezus en de leerlingen als ranken uitstrekt naar de hele wereld! Het meest zichtbaar in deze wereld is die liefde in de leerlingen van Jezus. Liefde uit zich altijd in gemeenschap met elkaar; er is iets dat samenbindt, iets gemeenschappelijks. Daarom noemt Jezus in de verzen 9, 10, 12 en 17 steeds opnieuw dat gebod om elkaar lief te hebben. Het is voor de wereld hét bewijs dat Gods liefde levend is.
De Heilige Geest is niet alleen uitgestort om ons te helpen om te getuigen, maar ook om ons als rank persoonlijke vrucht te geven. Liefde is daar de eerste van, maar ook andere woorden uit de opsomming van Galaten 5:22 herkennen we in Johannes 15, zoals blijdschap in vers 11 en trouw door aan de wijnstok verbonden te blijven. We moeten dus niet alleen vrucht dragen, maar ook zelf groeien.
Dat groeien zou je in het kader van de gelijkenis van de wijnstok kunnen zien als het groeien van de rank. De tak wordt langer, zodat er meer ruimte is voor vruchten. De tak wordt gekrent, zodat er nog meer ruimte vrijkomt voor volle druiven. Dat groeien kan alleen, als we de wijnbouwer zijn werk laten doen. Hij wil ons voeden en snoeien, rein maken dus. Ook daarvoor – voor die heiliging – is de Heilige Geest uitgestort.

Bij één van de eerste discipelen zien we wat dit werk van de Heilige Geest veroorzaakte: Petrus hield op de Pinksterdag een preek, waarin geen woord van twijfel meer was terug te vinden. Een preek waarin de woorden van zijn Heer te herkennen waren. Petrus zien we hier gesnoeid: eerst was hij haantje de voorste, impulsief reagerend, soms vol twijfel en zelfs zijn Heer verloochend – hier is hij een heel ander mens. Vol passie en vuur spreekt hij over de enige Weg voor de verwilderde wijnstok Israël: keer terug naar de Ware Wijnstok, Jezus Christus! “Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de Heilige Geest u geschonken worden…” En wat een vrucht droeg de rank Petrus op die ene dag: 3000 mensen, 3000 blijvende vruchten voor de wijnbouwer! Vruchten die weer de levenssappen kregen vanuit de wijnstok en zo zelf begonnen te groeien in liefde, blijdschap en trouw, lees maar eens de beschrijving van het leven van de eerste gemeente.
(Handelingen 2:43-47) Waardoor nóg meer groei ontstond, nieuwe vruchten: “De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.”

Vrucht dragen betekent dus in de eerste plaats ‘op weg gaan’, getuigen – evangelisatie en zending. Via ons heeft God de hele wereld op het oog. Alleen in dit verband kun je die moeilijke teksten over gebedsverhoring begrijpen:
Als jullie in Mij blijven en Mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.
(15:7)
• Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
(15:16) en in de hoofdstukken er omheen:
• En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen.
(14:13)
• Ik verzeker jullie: wat je de Vader ook maar vraagt in mijn naam – Hij zal het je geven. Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.
(16:23-24)
God verhoort elk gebed dat past bij het doel van de wijnbouwer: blijvende vrucht, geloof en verheerlijking van de Vader. Het geldt dus niet voor een gebed om een mooi huis, een nieuwe auto, een mooi rapport op school, geluk of gezondheid. Daarvoor mag je allemaal best bidden, maar voor zo’n gebed geeft Jezus ons nergens een verhoringsgarantie!

Volmaakte vreugde is bij het onderwijs van Jezus verbonden aan gehoorzaamheid aan God en liefde voor God en zijn kinderen, kijk maar naar Johannes 15:10-12 en de 1e Johannesbrief. Alleen wie uit liefde en gehoorzaamheid verbonden blijft met Jezus en zo met God, mag ook in Jezus naam bidden. Dan bid je namelijk met de autoriteit van Jezus! Je hebt als het ware zijn zegelring in handen, je zet zijn handtekening onder je gebed. Jouw gebed wordt daardoor Jezus’ gebed. Wanneer het gebed past bij het plan en het doel van de Vader past het ook bij het doel van Jezus’ leven en dan zal Hij het 100% zeker verhoren.
Op weg gaan om vruchten te dragen, mag dus gedragen worden door een gebed dat naar Gods hart is. Dan ziet de wijnbouwer het voedende sap van zijn liefde verder stromen via de wijnstok en de ranken naar nieuwe vruchten. En om veel vrucht is het Hem juist te doen. Zo’n gebed verhoort Hij daarom altijd.
Voor de discipelen is het ruimschoots verhoord: wij zijn toch de vrucht van hun werk? Ook wij mogen zo op weg gaan om vrucht te gaan dragen. Uit liefde voor de Vader, gevoed vanuit de ware wijnstok, gehoorzaam aan de Grote Opdracht
(Matteüs 28:18-20).

 

Amen

 

Capelle aan den IJssel, 24 februari 2008
Soest, 9 maart 2008

Zingen: Opwekking 486 Ga dan in zijn naam

 



De Bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders aangegeven – ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004