Deze preek lezen als PDF-bestand..


Leren van lijden
2 Korintiërs 1:3 - 11

Preek voor de Zondag van de Lijdende Kerk

Lezing: 2 Korintiers 1:3-11
3 Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost 4 en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.
5 Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door Christus geeft. 6 Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt. Worden we bemoedigd, dan is het opdat u de moed krijgt te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan. 7 De hoop die wij voor u hebben is gegrond: we weten dat zoals u deelt in ons lijden, u ook deelt in de troost die ons gegeven wordt.
8 U moet weten, broeders en zusters, dat de tegenspoed die we in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, 9 we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt, 10 die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op hem hebben we onze hoop gevestigd: hij zal ons altijd redden.
11 En ook u bent ons tot steun door voor ons te bidden. Zo klinkt uit talloze monden de dankzegging voor de gunst die hij ons bewezen heeft.



LIJDEN
13 jaar was ze: Elina Das uit Bangladesh. Een heel leven heb je nog voor je als je 13 bent. Maar Elina is voor haar leven getekend. In mei 2008 werd ze door vijf moslimmannen gegrepen, toen ze ’s nachts naar de wc buiten ging. De mannen namen haar mee en verkrachtten meerdere malen. ’s Morgens lieten ze haar half bewusteloos met de mond dichtgetapet achter op de stoep voor haar huis. Toen haar vader naar buiten kwam, renden de daders net weg, maar hij herkende twee van de vijf. Vóór de verkrachting had Elina al last van dreigementen van moslimjongeren uit de buurt en van school. “Omdat mijn vader voorganger is, werd ik op school en in de buurt uitgescholden omdat ik christen ben,” zegt Elina.
Na de verkrachting wilde haar vader meteen aangifte doen bij de politie. Daar wilden ze hem niet zomaar helpen. Hij moest de politiemannen omkopen als hij aangifte wilde doen. Helaas had hij niet genoeg geld. Gelukkig wilden de politiemannen uiteindelijk de voorganger helpen, nadat iemand van hogerhand opdracht gaf. Elina is ondervraagd en naar aanleiding van haar verhaal zijn de twee herkende mannen gearresteerd en is een onderzoek ingesteld naar de andere drie mannen. Elina’s kleren zijn naar het ziekenhuis gebracht voor onderzoek, omdat daaruit moest blijken dat ze inderdaad verkracht is. Maar toen het ziekenhuis werd omgekocht voor zo’n 800 euro, is in een officieel rapport verklaard dat Elina niet verkracht is.
(Bron: Open Doors)
Open Doors bracht deze zaak vorig jaar onder de aandacht en veel mensen hebben Elina en haar gezin gesteund met gebed en met kaarten. In november 2008 bezocht een medewerker van Open Doors hen en Elina’s vader zei toen: “Dat jullie van zo ver weg mijn dochter komen opzoeken, geeft ons troost en kracht om door te gaan. Er is werkelijk een God die voor ons zorgt.”

Troost en kracht om door te gaan, omdat er werkelijk een God is die zorgt – het zijn de thema’s die je in verhalen van christenen die lijden om hun geloof veel tegenkomt. Ook in ons Bijbelgedeelte kom je die woorden veel tegen.
Paulus beschrijft in de verzen 8 en 9 hoeveel hij aan lijden en tegenslag heeft moeten verduren. Wie een beetje op de hoogte is van Paulus’ leven in dienst van Jezus, weet wel dat hij mishandeld is, schipbreuk heeft geleden, in gevangenissen heeft gezeten en zelfs een keer gestenigd is. Alles omdat hij de boodschap van Jezus verkondigde.

Opvallend dan, dat dit stukje tekst zo positief klinkt. Ondanks woorden als ‘ellende’, ’lijden’, ‘tegenspoed’ en ‘doodsvonnis’ begint Paulus zelfs met een loflied: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft…”
Deze woorden echoën als het ware na in de woorden van Elina’s vader: “…troost en kracht om door te gaan. Er is werkelijk een God die voor ons zorgt.”
Wonderlijk, dat mensen die lijden om hun geloof toch altijd weer de woorden vinden om God te prijzen en te danken! Hoe kan dat toch..?
Als wij in de moderne westerse wereld geconfronteerd worden met lijden, beginnen we te klagen. We accepteren eigenlijk geen lijden, we ontlopen het liever. En van klagen komt al snel aanklagen, want iemand moet de schuld hebben. En als we dan niemand kunnen aanwijzen, klagen mensen uiteindelijk God aan: waarom doet Hij niets? Waarom laat Hij het toe? Als er echt een God zou zijn, dan…

DANKZEGGING, TROOST, MOED EN HOOP
Hoe anders zijn de getuigenissen van vervolgde christenen, in navolging van Paulus. Zij danken God, ze prijzen Hem, ze zingen in de gevangenis! Blijkbaar kunnen we op dit gebied nog wel iets van hen leren. Waar halen zij die troost en moed vandaan? Waarom kunnen ze blij zijn in hun ellende, waarom zelfs blij zijn mét hun ellende…!?

In vers 5 geeft Paulus ons inzicht in het geheim van het lijden: “Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen we volop in de troost die God ons door Christus geeft.”
Paulus weet zich deel van het lichaam van Christus, waardoor hij mag leven als kind van God. Ten diepste weet hij zich gered. Niet uit handen van mensen, maar uit de macht van de grootste en laatste vijand: zonde en dood! Dat is de grootste troost: ik ben gered! Je hoeft niet meer bang te zijn voor vervolging en doodsvonnis, want God wekt doden tot leven, Hij zal altijd redden. Die wetenschap geeft moed om door te gaan als je het zwaar te verduren hebt. En dan kun je zelfs dankzeggen en prijzen in je ellende.

LIJDEN LEIDT TOT VOLHARDING EN ECHTHEID
In een andere brief schrijft Paulus over dit onderwerp: “Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. Dankzij Hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig. En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop.”
(Romeinen 5:1-4)
Ook hier zien we die vreemde combinatie van ellende en gelukkig zijn. De basis van dat geluk is opnieuw de wetenschap, dat we door Gods genade aangenomen zijn als Gods kinderen. We mogen door het werk van Jezus in vrede met God leven. Als God voor ons is, wie of wat kan dan tegen ons zijn? Als we van Christus zijn, zullen we niet alleen delen in zijn lijden, maar we mogen ook delen in zijn glorie! Daarom is er hoop voor wie lijden moet om het geloof. Het lijden is als het ware de bevestiging dat je echt christen bent. Dat werkt Paulus verder uit in de verzen 3 en 4: door ellende leer je te volharden, wie vol leert houden blijkt een betrouwbare gelovige te zijn en dan heb je uitzicht op de ‘prijs’: de vaste hoop, dat je mag delen in Gods luister.

Maar hoe leer jij nu eigenlijk te volharden? Voor ons is het niet zo moeilijk om naar de kerk te gaan. We worden niet vervolgd: we worden niet mishandeld, niet vermoord, niet verkracht, niet gevangen gezet omdat we geloven. Hooguit worden we belachelijk gemaakt, niet serieus genomen of soms genegeerd. Maar is dat lijden…?

Toch is lijden erg belangrijk voor ons geloof: het zorgt ervoor dat we leren volharden – volhouden – vasthouden! En daar laat de westerse vrije kerk toch wel veel steken vallen. Een vervolgde kerk die trouw bleef, is altijd een groeiende kerk geweest, zo zien we aan de kerkgeschiedenis. Volhardende kerken zijn vollopende kerken. Maar in onze westerse wereld lopen de kerken leeg…!
Zou dat ook komen, omdat we niet meer geleerd hebben te volharden? We hebben het goed hier, we zijn vrij, we zijn gelukkig; gelukkig – zonder ellende. Dat is exact het tegenovergestelde van wat Paulus zegt: gelukkig onder ellende… Wie gelukkig is zonder ellende, heeft ook niet meer zo’n behoefte aan hoop. Want wie alles al heeft, hoeft zijn hoop niet te vestigen op het delen in Gods luister. We maken onze eigen hemel wel op aarde. Maar dan wordt de kerk overbodig en loopt ze leeg.

Gelukkig…: jij zit hier nog! Maar… voor hoelang? Houd je ook vol, als we in de toekomst misschien vervolging krijgen? Want dan zal blijken wat je uiteindelijk drijft en wat het je waard is om christen te blijven. Wie alleen maar uit aangeleerde gewoonte naar de kerk gaat, zal onder druk al snel opgeven en wegblijven. Maar wie naar de gemeente komt uit liefde voor God en uit dankbaarheid voor zijn redding, krijgt uit het geloof de moed en troost om te volharden als het moeilijk wordt. Die is een betrouwbaar gelovige. In zo’n betrouwbaar christen zie je waarheid worden, wat Paulus zegt in Romeinen 5:4: lijden leert je volharding en volharding laat jouw betrouwbaarheid als gelovige zien.

LEREN VOLHARDEN
Maar nu terug naar de vraag van net: hoe leer jij nu eigenlijk te volharden? Zoekend naar een antwoord gingen mijn gedachten twee richtingen op:

1. De Lijdende Kerk bidt ook voor ons. Want in de westerse wereld hebben we dan wel niet te maken met lijden, maar des te meer met verleiden. Overal om ons heen is verleiding: van materialisme, seks, geld, macht, genot – het trekt aan ons en wordt ons continue voorgehouden. Hoe makkelijk halen die verleidingen onze aandacht weg bij God. Geld en spullen maken natuurlijk niet gelukkig, maar het helpt wel… Seks is altijd en overal verkrijgbaar en wordt steeds meer als gebruiksartikel voor je eigen plezier gezien. Genot is onze nieuwe god: als het maar goed voelt, is het oké. Alles moet comfortabel, plezierig, gemakkelijk en prettig. Zonder het echt te merken worden we gevangenen van onszelf en de moderne maatschappij: we raken vastgebonden en geketend aan onze hang naar meer en beter en lekkerder…
En langzaamaan verdwijnt God uit ons denken. Nood leerde ooit wel bidden, maar geluk leert helaas maar weinig danken… God is overbodig in een maakbare maatschappij. We bouwen ons leven zelf wel op en zorgen voor onze eigen zekerheden. En voor de zaken die we niet in eigen hand hebben, sluiten we gewoon verzekeringen af…
Maar Paulus doet in vers 9 als het ware een dringend appčl op ons: we moeten niet op onszelf vertrouwen, maar alleen op de God die doden opwekt…! Onze taak is het om zo’n wereld te volharden in eenvoudig vertrouwen op God. Hij is tenslotte de enige basis voor echt en blijvend geluk; voor wereldvrede; voor hoop en toekomst.

2. De Lijdende Kerk leeft het ons voor. Volharden leren we namelijk vooral van onze broeders en zusters in de Lijdende Kerk. We zijn net als zij verbonden met Christus. We mogen ons dus in dezelfde hoop met hen verbonden weten. Daarom is hun lijden ook voor ons heel belangrijk. Ze leren ons wat volharding is en hun volharding mag ons weer bemoedigen in het geloof dat God nog steeds helpt, zorgt en redt.
Lees maar mee in vers 6: “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt. Worden we bemoedigd, dan is het opdat u de moed krijgt te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan.”
De lijdende kerk is zo een dienende kerk: ze dienen ons met hun lijden, om ons zo te bemoedigen en te redden. Aandacht en gebed voor de lijdende kerk versterkt namelijk ons vertrouwen op de reddende God. Zonder aandacht voor de lijdende kerk wordt ons geloof al snel vanzelfsprekend, maar nu leren we dat geloof je iets kosten kan. Het kan je de vrijheid kosten, je vrienden, zelfs je leven. En tóch houden deze gelovigen vol: wat een voorbeeld van volharding. Wat bemoedigend om te zien, dat zij kúnnen volhouden door de kracht die God hen geeft. Daar getuigen ze tenslotte zelf van! Ja, God redt ook vandaag nog! Hij helpt in tegenspoed, Hij redt in doodsgevaar. En wordt je om het geloof gedood, dan troost ons de wetenschap dat God doden opwekt. Hij zal ons altijd redden! Dit geloof geeft de lijdende kerk moed, maar het mag ook ons bemoedigen om te volharden in het geloof. Zo zijn we verbonden via Christus met zijn lijdend lichaam, we delen dezelfde troost die God ons door Christus geeft, we hebben dezelfde zekerheid dat God altijd redt.

Begin je te begrijpen dat er zelfs in ellende genoeg reden is om te zingen, te danken en te prijzen…? In het lijden komt onze Redder Jezus Christus namelijk héél dichtbij. De lijdende kerk ervaart zijn kracht, zijn liefde, zijn mee-lijden aan den lijve... Dan leer je leven uit de hoop, de troost en de bemoediging: “…houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.”
(Matteüs 28:20)

BIDDEN STEUNT
Wanneer we ons zo met het lijdend lichaam van Christus één weten, is het niet meer dan logisch om voor de vervolgde christenen te bidden. We doen samen een beroep op de reddende God: ‘Heer help! Wees genadig en red!’
Zo leren we ons vertrouwen in God uit te spreken: we verwachten redding van Hem. Wij kunnen tenslotte niet veel betekenen. Jawel: we kunnen bidden! “U bent ons tot steun door voor ons te bidden”, zegt Paulus in vers 11. Ons bidden steunt, het doet werkelijk iets. Want wat is het bemoedigend voor de vervolgde kerk om te weten, dat er voor haar gebeden wordt, dat er meegeleden wordt, dat er aan haar wordt gedacht, dat er kaarten en brieven worden gestuurd.
In ons bidden zien zij de zorgende hand van God. Denk maar aan de woorden van Elina’s vader: “Dat jullie van zo ver weg mijn dochter komen opzoeken, geeft ons troost en kracht om door te gaan. Er is werkelijk een God die voor ons zorgt.”

Bidden versterkt ons vertrouwen in een reddende, zorgende, liefdevolle God. Het leert ons van Hem afhankelijk te zijn. Alles wat nodig is ontvangen we van God onze Vader. Hij geeft wat geen verzekering, geen geld, goud of machtspositie ons geven kan: redding uit de dood, leven, troost en uiteindelijk de hoop te mogen delen in zijn luister.

DANKZEGGING
En wie ontvangt, zegt ‘dank je wel’, nietwaar? Daarom eindigt ons Bijbelgedeelte bijna zoals het begon: “Zo klinkt uit talloze monden de dankzegging voor de gunst die Hij ons bewezen heeft.”
Ja, laten we het samen proclameren: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.”

Amen

Soest, 7 juni 2009

Zingen: Opwekking 434 “Tot zijn eer en heerlijkheid”

Tot zijn eer en heerlijkheid delen wij zijn lijden.
Tranen die de grens van tijd en ruimte overschrijden.
Wat door Hem volbracht is, sterkt ons in de strijd.
Vult ons met verwachting, tot zijn eer en heerlijkheid.