![]() |
|
| Deze preek lezen als PDF-bestand | Deze preek downloaden als Worddocument |
|
Hebben jullie ook meegeholpen om geld in te zamelen voor Azië? Op veel scholen worden allerlei acties georganiseerd om de slachtoffers van de tsunami te helpen. Er is vast ook veel gepraat over die enorme ramp. Het is zo moeilijk te begrijpen waarom dit is gebeurd! Waar was God eigenlijk op tweede kerstdag!? Waarom heeft God het niet tegengehouden!? Als God van mensen houdt, waarom zijn er dan zoveel doden gevallen… Vragen waar we niet zo snel een antwoord op kunnen vinden. Ik vond het soms best moeilijk om God ‘onze Vader’ te noemen. Dat klinkt zo vertrouwd, zo fijn dichtbij; maar God lijkt af en toe heel ver weg! Alsof Hij het niet ziet en merkt. Toch ben ik blijven bidden, om Gods aandacht te vragen voor alle vreselijke dingen. Want misschien begrijp ik het allemaal wel niet, omdat God gewoon oneindig veel slimmer is dan ik. Net zoals een klein kind niet naar bed wil, maar tóch door papa naar bed wordt gebracht. Dat kind snapt niet dat hij veel slaap nodig heeft om goed te groeien en gezond te blijven. Zo kan het best zijn, dat er dingen gebeuren die wij stom vinden van God, maar waar Hij toch een bepaalde bedoeling mee heeft. Daarom wil ik LEREN om God te vertrouwen.
Jullie hebben de afgelopen twee weken op school verhalen gehoord over Jezus en zijn leerlingen. Twaalf heel verschillende mannen, die allemaal met Jezus meegingen om van Hem te leren. Twaalf ‘discipelen’, dat woord betekent: ‘volgelingen’ of ‘leerlingen’. Het was niet makkelijk om een volgeling van Jezus te zijn. De meeste mensen begrepen Jezus al niet, maar de discipelen snapten soms echt helemaal niets van hun Meester! Tóch bleven ze – op ééntje na (Judas) – trouw aan Jezus. Discipel van Jezus zijn betekent voor mij ook: Hem volgen, van Hem leren en Hem vertrouwen. Maar dat laatste is best moeilijk, vooral als alles tegenzit en er veel om je heen gebeurt. Gelukkig ben ik niet de enige die het moeilijk vindt, lees maar eens mee in de bijbel in Mattheüs 14:22-33 (GNB):
Jezus zei zijn leerlingen dat ze in de boot moesten stappen om alvast naar de overkant te varen. Hij zou intussen de mensen naar huis sturen. Toen Hij dat gedaan had, ging Hij de berg op om er te bidden zonder dat er anderen bij waren. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot had zich al honderden meters van de kust verwijderd. De golven beukten het schip, want de wind was tegen. In de nanacht kwam Hij naar de leerlingen toe, lopend over het meer. Toen ze Hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. ‘Een spook!’ riepen ze en ze schreeuwden van angst. Maar Jezus riep hun onmiddellijk toe: ‘Blijf kalm! Ik ben het; wees niet bang!’ ‘Heer, als U het bent,’ zei Petrus, ‘laat me dan over het water naar U toe komen.’ ‘Kom!’ zei Jezus. En Petrus stapte de boot uit en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hard het waaide, werd hij bang. Hij begon te zinken en riep: ‘Heer, red mij!’ Meteen stak Jezus zijn hand uit en pakte hem vast. ‘Wat is je geloof klein!’ zei Hij. ‘Waarom twijfelde je?’ Toen ze in de boot waren gestapt, ging de wind liggen. De leerlingen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden: ‘Werkelijk, U bent de Zoon van God.’ Dit verhaal staat drie keer in de bijbel (ook in Marcus 6:45–52 en Johannes 6:15–21), maar alleen Mattheüs vertelt over Petrus. Wat een spannende gebeurtenis! Maar laten we eens bij het begin beginnen.
Voordat dit verhaal begon, waren er heel veel mensen bij Jezus: wel vijfduizend mannen, de vrouwen en kinderen niet meegerekend… Allemaal mensen die hadden gehoord dat Jezus een bijzonder mens was: iemand die prachtige verhalen over God vertelde en die zieke mensen weer beter kon maken. Veel mensen volgden Jezus overal waar hij was en ze hingen aan zijn lippen als Hij les gaf over het Koninkrijk van God. Ze volgden Jezus en leerden van Hem, ze waren dus ook discipelen. (zie Joh.6:60-66) En zo werd het ongemerkt avond, tijd om naar huis te gaan en voor het eten te gaan zorgen. Maar de mensen wílden helemaal niet naar huis, ze wilden bij Jezus blijven. En toen zorgde Hij voor een enorm wonder: alle mensen kregen te eten van maar vijf broden en twee vissen. Dat geloof je toch niet! Nee, maar de mensen die daar toen op de grond brood en vis zaten te eten kónden niet anders dan het geloven: ze waren er tenslotte zelf getuige van. Dit kon maar één ding betekenen, dachten ze. Deze Jezus moest wel de beloofde Verlosser zijn! Dan wordt Hij de Koning van Israël! En daarom – zo lezen we bij Johannes – wilden de mensen Jezus meenemen om Hem koning te maken. (Joh.6:15)
Maar dat wilde Jezus dus niet. Waarom niet? Simpelweg omdat het daar nog niet de tijd voor was. Gods plan was anders: de Verlosser moest eerst lijden en sterven om voor de zondige mensen het eeuwige leven weer mogelijk te maken. De Koning van het Leven moest daarvoor eerst de Dood nog aan zich onderwerpen. Dáárom wilde Jezus niet dat de mensen Hem nu al koning zouden maken. De twaalf vrienden van Jezus moesten alvast wegvaren naar de overkant, terwijl Jezus de mensen dus naar huis stuurde.
Toen alles weer stil was geworden aan de oever van het meer, ging Jezus naar een bergtop om met zijn Vader te praten. Waarover? We weten het niet, maar het zal wel zijn gegaan over Gods reddingsplan voor de mensen en over Gods tijden om dat plan uit te voeren. Hij heeft vast gebeden voor zijn discipelen, dat ze Gods plan zouden begrijpen en vertrouwen. (vergelijk Joh. 17)
Ondertussen waren de twaalf discipelen op het water en het ging daar niet goed! Hoge golven en flinke tegenwind… ze waren behoorlijk in moeilijkheden gekomen. Zo iets hadden ze al eens eerder meegemaakt, maar toen was Jezus bij hen aan boord. (Mat.8:23-27) Nu is de situatie toch anders, ze staan er nu alleen voor… In het verhaal van Marcus staat er dan iets heel moois: “Toen Hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep Hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe…” (Marc.6:48 NBV) Jezus was op de berg om te bidden, het was donker en het stormde, maar tóch: Hij ZAG zijn vrienden in moeilijkheden. Dwars door de storm heen, zíét Hij ze en komt Hij naar ze toe. Wat een liefde en zorg van Jezus!
Soms lijkt het bij ons ook alsof Jezus er niet is. Hij is dan voor ons gevoel zó ver weg, alsof Hij op een hoge berg zit en met zijn gedachten niet op de aarde is. Dan kun je je net zo voelen als de discipelen, bang voor de nacht, het donker en de zware storm. Je zwoegt als het ware om vooruit te komen, maar je schiet geen meter op. En waar is Jezus dan!!! Uit dit verhaal kun je leren, dat Jezus ons altijd ziet. Ook nu is de Heer eigenlijk afwezig: Hij is voor de ogen van zijn discipelen naar de hemel gegaan. En op aarde lijkt het wel of alles tegen zit; het stormt en gaat tekeer. Maar weet je wat Jezus daar in de hemel doet? Hij bidt voor zijn discipelen. Hij “zit aan de rechterhand van God, waar Hij onze belangen behartigt.” (Rom.8:34, Hebr.7:25) Hij wéét wat we nodig hebben – wat onze belangen zijn, want Hij kent ons en ziet ons.
Zo zag Hij de twaalf vrienden die zich aftobden om niet te vergaan in de storm en Jezus ging in de nanacht naar hen toe. De nanacht is het einde van de nacht als het al weer bijna licht gaat worden, zeg maar zo tussen 3 en 6 uur in de ochtend. Dan heeft het dus aardig lang geduurd! De discipelen zullen wel wanhopig zijn geweest. Het is dan ook niet gek, dat ze in paniek reageren als ze Jezus over zee zien lopen. Zij worstelen al uren om tegen de wind in te komen en daar loopt iemand gewoon over het water! Verbijsterend! Onmogelijk! We zien spoken!
Maar dan klinkt een geruststellende stem door het gebulder van de storm: “Blijf kalm! Ik ben het; wees niet bang!” Petrus herkent de stem van de Heer en wil graag naar Hem toe. Hij denkt blijkbaar niet verder na en vraagt of hij over het water naar Jezus toe mag komen. Dat kan toch niet! Iemand anders over het water zien lopen is al onmogelijk; dan denk je dat je spoken ziet – laat staan dat je dan zélf over het water gaat lopen. Maar Petrus gaat als de Heer hem roept… en hij loopt! Wat een vertrouwen moet je daarvoor hebben, wat een geloof in de kracht van God! Ja, want de kracht van Jezus is de
kracht van Gód en ergens heeft Petrus dat misschien wel onbewust gevoeld of
geweten. Toen Jezus zei
“Ik ben het…”
klonk daar voor Petrus nog iets anders in door. Voor ons Nederlanders is dat
niet te horen, maar in de taal die Jezus en de discipelen spraken wél.
“Ik ben het”
is namelijk de Hebreeuwse naam van God! Ken je het verhaal van Mozes die God
ontmoette in de brandende struik? Mozes kreeg toen van God de opdracht om
het volk Israël uit Egypte te bevrijden. Maar Mozes vond dat een moeilijke
opdracht en vroeg: “Als
ik naar de Israëlieten ga en hun zeg dat de God van hun voorouders mij heeft
gestuurd, zullen zij vragen: ‘Over welke God heb je het?’ Wat moet ik dan
antwoorden?" "Zijn naam is: Ik ben Die Ik ben," was het antwoord. "Zeg maar
tegen hen: ‘Ik Ben’ heeft mij gestuurd!”
(Ex.3:13-14)
Heel veel mensen willen best in de buurt van Jezus zijn en luisteren naar zijn mooie en wijze verhalen. Dat is leuk en leerzaam. Maar Hem vertrouwen gaat wel een stapje verder. Vertrouwen heeft te maken met jezelf aan iemand toevertrouwen, je overgeven. Dat betekent dat je niet alleen de leuke dingen van Jezus serieus neemt, maar óók blijft luisteren als Hij dingen zegt die minder leuk zijn. Bijvoorbeeld als Hij aanwijst waar jij moet veranderen. Jezus in alles volgen kun je alleen maar, als je ontdekt hebt dat Hij meer is dan alleen een bijzonder mens. Jezelf toevertrouwen aan Jezus kan alleen als je weet dat Hij Gods Zoon is. En dat kunnen veel mensen helaas niet. Ze vinden Jezus een tof mens; heel inspirerend en leerzaam wat Hij allemaal deed. Maar Gods Zoon? Jezelf aan Hem toevertrouwen? Nee… die stap durven ze niet te zetten. Dat is teveel als lopen op water: dat kan niet, dat bestaat niet! Ook al die duizenden die Jezus volgden konden die stap later niet zetten. Toen Jezus ze had uitgelegd, wie Hij was en dat Hij door God was gestuurd om te lijden en te sterven, zeiden ze: “Dat zijn harde woorden; wie kan daar naar luisteren?” “Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.” (Joh.6, m.n. 6:60-66)
En jij? Durf jij Jezus te vertrouwen? Wil je geloven dat Hij echt de Zoon van God is, die ook voor jou wilde sterven? Dat is best moeilijk, misschien ook wel een beetje eng. Het voelt als een stap zetten op het woelige water van een zee in de storm… Weg uit de veiligheid van de boot, waar al je vrienden in zitten, omdat dat zo ‘normaal’ is. Maar elke stap op het water die je in vertrouwen neemt, is wel een stap dichter naar Jezus toe! Petrus deed dat ook, hij vertrouwde op de Goddelijke macht van Jezus en liep over het water naar Hem toe.
Maar toen gebeurde het! Ineens ging het mis… Zie je wel, dat het tóch niet kan! Petrus merkte plotseling dat hij iets deed, wat helemaal niet mogelijk was. Hij zag de golven, hij voelde de stormwind en werd bang. Het vertrouwen maakte plaats voor paniek en angst. Hij voelde alles onder zijn voeten wegzakken en Petrus zonk weg. Hij schreeuwde het uit: “Heer, red mij!” Jezus stak zijn hand uit, greep Petrus en samen klommen ze aan boord. En meteen was het windstil, weg storm, weg hoge golven. Alleen maar rust, alsof er niets gebeurd was. Indrukwekkend! Ze kunnen niet anders dan erkennen, dat Jezus inderdaad de Zoon van God is.
Wat ging er nu mis met Petrus? Jezus zegt het al: hij had te weinig vertrouwen, hij ging twijfelen. Hoe was dat zo gekomen? Wat een plotselinge verandering! Eerst zo vol vertrouwen en ineens was daar de twijfel… Hoe kan dat nou? Het antwoord op die vraag staat in vers 30: ”hij merkte hoe hard het waaide”. In een andere vertaling staat: “hij zag op de wind”. (NBG’51) Dat betekent dat zijn aandacht van Jezus werd afgetrokken en zich ineens richtte op de omstandigheden. Eerst had hij alleen maar oog voor zijn Meester, maar plotseling zag hij het water en de wind en dat trok nu al zijn aandacht. En toen kwam de twijfel: dit kan niet, dit is abnormaal, dit is zelfs levensgevaarlijk! Petrus raakte eigenlijk van het verkeerde onder de indruk: hij was zó onder de indruk van het gevaarlijke dat hij deed, dat hij niet meer onder de indruk was van Gods kracht waardoor hij het eerst wél kon.
Als ik dan naar mezelf kijk, dan herken ik wel wat van Petrus. Ik wil ook graag Jezus volgen en veel van Hem leren. Vooral leren om Hem te vertrouwen. En als alles lekker gaat, dan lukt dat ook wel. Maar op tweede kerstdag leek het wel alsof het een zwarte nacht was met tegenwind en hoge golven van de zee. Wat een natuurgeweld, wat een onstuimige kracht zat er in dat water! Toen ik naar de beelden keek, voelde ik als het ware de grond onder me wegzakken. ‘Jezus, hoe kan dit! Waar bent U, God! Waarom gebeurt dit?’ Ik was vast niet de enige mens op aarde die dit dacht en zei…
En weg zonk ons vertrouwen in Jezus, Gods Zoon, de Almachtige… We keken naar de golven en raakten er van onder de indruk. Soms zelfs zo, dat we vergeten wie Hij is – dat we vergeten, dát Hij er is; in de hemel, om onze belangen te behartigen. Om Gods plannen met deze wereld verder uit te voeren. Plannen die wij niet altijd begrijpen – soms zelfs gewoon stóm vinden, net zoals de discipelen het niet snapten dat Jezus geen Koning wilde worden in Jeruzalem. Het kan zelfs zover gaan, dat je helemaal geen plan van God meer ziet, maar dat je alleen maar doodsbang wordt van al het natuur- en oorlogsgeweld op aarde. Dan grijpt het je aan, zoals bij Petrus, en je zinkt erin weg.
Maar in dit verhaal kunnen we van Jezus leren, dat Hij in de donkere stormnacht ons getob ziet, terwijl Hij in de hemel voor ons bidt. En ik geloof, dat we net als in het verhaal in de nanacht zitten: dat het bijna licht gaat worden. Dan zal Hij naar ons toekomen met Goddelijke macht om rust te brengen op aarde. Hoe zal dat voor jou zijn? Alsof je spoken ziet? Of zul je Hem zien komen als de Zoon van God, de “Ik Ben”?
Jullie hebben twee weken lang op school verhalen gehoord over discipel zijn. Een discipel wil graag bij Jezus zijn en Hem volgen. Want je kunt veel van Jezus leren over de plannen van God. Vandaag hebben we geleerd, dat Jezus méér is dan een fantastische leraar en een goed mens. Hij is de Zoon van God, die je kunt vertrouwen. Want Hij ziet ons en kent onze vragen en zorgen. De vraag aan jou is nu: laat jij je afleiden door alles wat er om je heen gebeurt, zodat je aan God gaat twijfelen? Of kijk je naar Jezus en blijf je geloven, dat Hij alles ziet en weet; dat Hij op Gods tijd het plan van de hemel op aarde zal uitvoeren; dat Hij binnenkort naar ons terugkomt om rust en vrede te brengen? Als je zó op Jezus vertrouwt en je niet in de war laat brengen door verwarrende omstandigheden, dan doe je iets wat ongewoon is. Misschien wel net zo ongewoon als lopen op water!
Amen
Schoonhoven, 29 januari 2005
Liederen: Opwekking 42 ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God Opwekking 377 Wat de toekomst brengen moge
|