Deze preek lezen als PDF-bestand..


Overwonnen vijanden

Preek voor Pasen en daarna

Lezen: Lucas 24:13-27


LIJDEN VOOR GLORIE?
Kletspraat vonden ze het: Jezus leeft…? Dood is dood, het is over en uit! Wat een teleurstelling voor die twee mannen. Hij was het dus tóch niet: Hij was toch niet degene die Israël zou bevrijden. De machtige profeet is niet meer. Die vrouwen zeiden dat Hij leeft, een paar discipelen gingen kijken, maar Jezus zagen ze niet. Hij is dood, vermoord door de hogepriesters en leiders van het volk. Het was drie jaar lang geweldig geweest, maar uiteindelijk bleek Jezus toch niet de overwinnaar, maar de grote verliezer…
En dan komt die Vreemdeling naast hen lopen. Wat een merkwaardige opmerking: “Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” Lijden voor glorie…? Wat hebben die twee begrippen nu met elkaar te maken! Bedoelt die Vreemdeling nu, dat Jezus niet een verliezer maar een glorieuze winnaar is? Ja ja, hoe kun je een winnaar zijn, wanneer je het leven erbij inschiet?
Kijk nog eens naar dat moment op Goede Vrijdag, dat Jezus met de dwarsbalk van het kruis op zijn kapot gegeselde rug door Jeruzalem wankelde. Wat zie je dan: een winnaar of een verliezer?

WINNAAR OF VERLIEZER…
Kijk nu eens naar deze foto: is dit een winnaar of een verliezer? Een huilende vrouw, ineengezakt op het ijs. Het is Daniëlle Bekkering die uitgeput neerstort na de 200 kilometer marathon schaatsen in Oostenrijk. Maar toch is zij niet de verliezer, zij was de winnaar van deze zware wedstrijd.
(28 januari 2009, Weissensee, NK Marathon Schaatsen) Daarvoor ging ze heel diep, zo diep dat ze wel een verliezer lijkt. We leren zo, dat er geen overwinning is zonder strijd.
Dat is de les die ik uit het sterven van Jezus wil trekken: het was niet het eindpunt van een mooie tijd, maar onderdeel van zijn strijd om de overwinnaar te worden.
Het is ook de les die Jezus de twee mannen uit Emmaus leerde: “Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten.

EEN PLAATSVERVANGEND LAM
Lang voordat Jezus in Jeruzalem zijn last droeg, liep daar iemand anders met hout op zijn rug om geofferd te worden. Het was Izaäk, samen met zijn vader Abraham. Als ultieme liefdestest had God aan Abraham gevraagd om zijn eigen zoon te offeren. (Genesis 22) Terwijl Abraham en Izaäk de berg Moria beklommen, vroeg Izaäk waar het offerlam was. Abraham antwoordde toen met profetische woorden: “God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.”
Gehoorzaam heeft Abraham zijn zoon op het altaar gebonden en pas op het allerlaatste moment greep God in. Toen zag Abraham in de struiken een ram vast zitten met zijn horens. Dat werd het offerlam in plaats van Izaäk.
Op diezelfde berg Moria is nu de tempelberg in Jeruzalem. In de tempel van Salomo werden op die plaats dagelijks lammeren geofferd als zoenoffer. Zo’n lam stierf in de plaats van de zondaar. Dit verhaal wijst al vooruit naar het Paaslam Jezus, die in onze plaats de doodstraf onderging. Er was voor Hem geen plaatsvervangend lam, Hij was zelf het Plaatsvervangend Lam. Zijn hoofd zat vast in de doornenkroon, zoals het lam bij Izaäk vastzat in de struiken.

EEN PROFETISCHE BELOFTE
Nadat Abraham het lam offerde in plaats van zijn zoon, gaf God hem een prachtige belofte: “Omdat u dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren van de hemel en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u naar mijn stem gehoord hebt.”
(Genesis 22:16-18 - NBG’51)
Deze belofte heeft een profetische waarde. Want op dat moment was er nog helemaal geen sprake van een talrijk nageslacht en Abraham was wel rijk, maar had nog geen vaste woonplaats. Hij woonde zijn leven lang als vreemdeling in Kanaän.
(Genesis 21:34) Maar God belooft Hem ontelbare nakomelingen én dat hij de poort van zijn vijanden in bezit zal nemen. Die laatste belofte wil ik er uit lichten: de poort van de vijanden in bezit nemen.

DE POORT BEZITTEN
Wat betekent deze belofte als we er meer gedetailleerd naar kijken? Wie de poort van de stad bezit, is er de baas. Je bepaalt wie er in gaat en wie er uit mag. Je hebt als het ware de sleutel in handen. Zo geven burgemeesters in sommige steden in carnavalstijd de stadssleutel aan Prins Carnaval om daarmee de macht tijdelijk over te dragen.
In vroeger tijden zat het stadsbestuur dan ook in de poort van de stad. Ook de rechters en belangrijke handelaars kon je in de stadspoort aantreffen. De poort van je vijand bezitten betekent dan ook, dat je de stad in handen had gekregen, je had die overwonnen en onder je eigen gezag gebracht.

HET NAGESLACHT
Ik geloof dat deze belofte met Pasen door Jezus volledig zijn vervulling heeft gekregen. Paulus leert ons, dat de beloften aan Abraham hun volle betekenis krijgen in Jezus Christus. Hij is HET nageslacht van Abraham, om Hem draaide het in de beloften die God aan Abraham deed: “Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet ‘nakomelingen’, alsof het velen betreft, maar het gaat om één: ‘je nakomeling’ –en die nakomeling is Christus.”
(Galaten 3:16)

DE VIJAND
Maar als deze belofte is vervuld door Jezus, wie is dan de vijand? Je kunt denken aan Satan of aan de zonde. Dat klopt, maar we leren van Paulus, wie uiteindelijk onze laatste vijand is: ”De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood...”
(1 Korintiërs 15:26) Satan zou je kunnen zien als de burgemeester van de Doodstad, die iedereen – eenmaal binnen de poort gekomen – gevangen houdt. En wat trekt je naar die Doodstad? Dat is handelaar ‘zonde’, met zijn aantrekkelijke koopwaar. Maar het levert je uiteindelijk de dood op, als loon op de zonde. (Romeinen 6:23)

GEVANGEN IN DE DOODSTAD
Wie de poort van de doodstad wil innemen, zal er zelf door heen moeten. Dat is wat Jezus deed: het graf ging potdicht, een loodzware steen ervoor. Jezus zat gevangen in de stad van de vijand: de dood. En er kwamen zelfs bewapende poortwachters voor te staan om de poort te bewaken, zodat de gevangen niet kon ontsnappen: de Romeinse soldaten.

EEN OPEN POORT
Maar toen werd het paaszondag. Een aardbeving, een bliksemlicht, een engel daalde af, een open graf! De poortwachters werden weggeblazen en vluchtten. De Heer stond op met Goddelijke kracht. Is dat geen overwinning? De dood bleek voor Jezus niet het eindpunt van het leven. Nee, het was uiteindelijk onderdeel van de strijd om te winnen. De dood werd overwonnen op zijn eigen terrein. Daarmee kreeg Jezus de poort van die vijand in bezit.
Zie Hem staan: in een geopend graf! Hij is overwinnaar! Nu Hij de poort van binnenuit geopend heeft en de dood versloeg, heeft Hij ook recht op de stadssleutels. Hij zegt zelf in Openbaring 1:18 “Ik ben degene die leeft; Ik was dood, maar Ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.”

STERVEN IS WINNEN
De dood, onze laatste vijand is daarmee zijn kracht kwijt. Jezus heeft de sleutels in handen en daarmee ook de macht over het dodenrijk. We gaan wel dood, maar de dood kan ons niet meer gevangen nemen. Wie sterft, mag namelijk leven door Hem en bij Hem. Jezus heeft ons met zijn eigen bloed vrijgekocht, we zijn van Hem, kinderen van God!
Daarom is de dood zijn prikkel nu kwijt: “Dood, je kunt de overwinning wel vergeten! Dood, wat voor kwaad zul je nu nog doen? De dood kan ons nu nog kwaad doen door de zonde. En de zonde is zo sterk omdat de wet bestaat. Maar God zij dank! Hij geeft ons, door onze Here Jezus Christus, de overwinning over de zonde en de dood.”
(1 Korintiërs 15:55-57 – Het Boek)
Het sterven van Jezus en zijn opstanding horen dus onlosmakelijk bij elkaar. Het sterven blijkt geen verliezen te zijn, maar winnen! Jezus sterven bracht ons verlossing van de zonde, zijn opstanding verlost ons van de dood.
En dat was – zo merken we al aan de belofte aan Abraham – uiteindelijk ook het plan van God om de mensheid te redden en met zich te verzoenen. Daarom stuurde God zijn Zoon Jezus naar de aarde: om de zonde en de dood de baas te worden en ons er van te bevrijden. God gaf Jezus daarom de macht en de kracht om dat verlossingswerk te doen.
Als bewijs van die macht riep Jezus al tijdens zijn leven op aarde mensen door de poort van het dodenrijk heen naar het leven:
* het dochtertje van Jaïrus
* de jongen uit Naïn
* Lazarus, de vriend van Jezus uit Bethanië.

KLEIN PASEN
En in Matteüs 27 lezen we nog een wonderlijke gebeurtenis, waaruit duidelijk blijkt dat Jezus op Goede Vrijdag geen verliezer was, maar een winnaar: “Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest. Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen.”
Op Goede Vrijdag gaf Jezus de geest, Hij stierf. De poort van het dodenrijk ging open om Hem binnen te laten. Maar om al zijn overwinning te proclameren is er al een Klein Pasen: een aardbeving, splijtende rotsen, openscheurende graven en gestorven heiligen die tot leven worden gewekt! Pasen op Goede Vrijdag! Alsof God het dodenrijk hier al een stapje voor is: Dood, je hebt niet gewonnen, maar je gaat het verliezen.

PESACH
Van donderdag 9 tot woensdag 15 april vierden de Joden het Pesachfeest, het feest van de uittocht uit Egypte. Pesach of Pascha betekent voorbijgang of passeren. Die naam herinnert aan de doodsengel die op Israëls laatste avond in slavernij door het land Egypte ging. Overal doodde deze engel de eerstgeborene. Alleen waar volgens de opdracht van God lamsbloed aan de deurposten was gesmeerd ging deze engel voorbij. Door die levensbeschermende deur met bloed ging het volk van God even later zijn vrijheid tegemoet. Niet meer gevangen, maar levend en vrij!
Die deur met bloed doet me denken aan een andere deur, die je vandaag de dag nog in Jeruzalem kunt zien als toerist of pelgrim. Het is de deur in de Graftuin van Jozef van Arimathea. Daar zit geen bloed aan de deurposten, omdat het Lam er zelf in lag. Het lam, waarnaar het paaslam van Pesach al vooruitwees.
De dood van het Pesachlam bracht leven en vrijheid voor de Israëlieten, het bracht door zijn dood uiteindelijk bevrijding en overwinning. Wat een mooie parallel met ons Paaslam Jezus! Zijn dood brengt ons ook bevrijding en overwinning. We zijn bevrijd uit de slavernij van de zonde en ook de laatste vijand die we in ons leven nog tegen komen – de dood – is door Jezus overwonnen.
Wie overigens in de Graftuin naar binnen kijkt, ziet niets! Het is er leeg, net zoals op die eerste paaszondag. Daarom hangt op de deur een bordje, haast triomfantelijk: He is not here, for He is risen! Hij is niet hier, want Hij is opgestaan!

KLEIN PINKSTEREN
Ik hoop dat het duidelijk is, dat de dood van Jezus geen verliezen was, maar een onderdeel van zijn overwinning. Het kleine Pasen op Goede Vrijdag toont al aan, dat God de geschiedenis al een stap voor was. En nu gaan wij op weg naar Pinksteren. Maar ook in die geschiedenis liep God al weer een stap vooruit. Wist je dat het tijdens Pasen ook al weer een beetje Pinksteren werd?
Pinksteren is het feest van de Heilige Geest en het feest van Goed Nieuws voor de hele wereld. Ga en vertel, dat Jezus leeft!
Wat zei de engel tegen de eerste getuigen van het lege graf? “En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.”
(Matteüs 28:7) Ga en vertel: Hij leeft en Hij gaat jullie voor… Een soort Pinksterboodschap op paaszondag.
En later op die zondag wordt Klein Pinksteren compleet, als Jezus plotseling in hun midden staat: “Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’”
(Johannes 20:19-23)

VERTEL: JEZUS KOMT TERUG!
Jezus belooft in het laatste hoofdstuk van de bijbel, dat Hij spoedig komt.
(Openbaring 22:20) Spoedig betekent ‘met spoed’, God treuzelt niet, maar zoals we gezien hebben is Hij de geschiedenis steeds een stapje voor op weg naar de allesomvattende overwinning. Daarom was het op Goede Vrijdag al Klein Pasen en op Paaszondag werd het al Klein Pinksteren!
En nu we opnieuw op Jezus wachten, die ons is voorgegaan naar het hemels Koninkrijk, moeten we dan stilletjes blijven afwachten? Nee, we mogen nu al aan de slag om Jezus overwinning over zonde en dood te verkondigen. Zoals de Vader Hem zond, zo zendt Hij ons uit. Dus: vertel het aan de mensen, dat Jezus leeft!
 

Amen
 

Soest, 12 april 2009
Krimpen aan den IJssel, 19 april 2009

 

Zingen:
Opwekking 357 Lof zij de Heer, die ons doet triomferen