|
Meditatie voor Paaszondag 2010
Matteüs 27 : 15 -
26
Geen
bevrijding door opstand, maar door opstanding
Wat was hij geschrokken! Het
was nog vroeg in de morgen, toen hij massa’s mensen hoorde schreeuwen vanuit
zijn dodencel. En ze schreeuwden zijn naam! “Barabbas, we willen Barabbas!
Geef ons die moordenaar maar!” Nu was zijn laatste uur aangebroken, ze
wilden hem. Dat kon maar één ding betekenen: hij moest sterven aan het
kruis, de straf voor misdadigers.
Hij had zo graag een redder willen zijn voor zijn volk. ’t Paste ook zo mooi
bij zijn naam: Jezus – ‘redder’ betekende dat. Nou ja, er waren wel meer
mannen die Jezus heetten, daarom noemde men hem altijd Jezus Barabbas;
Jezus, zoon van Abbas. Wel een opmerkelijke bijnaam eigenlijk, want ‘abba’
betekende gewoon ‘vader’. Barabbas betekende dus ‘zoon van de vader’.
Zou zijn vader trouwens trots op hem zijn? Hij had meegedaan met de
opstandelingen, die met geweld de Romeinse onderdrukkers wilden wegjagen,
hij had meegevochten tijdens het oproer in Jeruzalem. Daarbij had hij iemand
gedood en sindsdien zat hij vast, veroordeeld voor oproer en moord.
(Matteüs 27:15-26, Marcus 15:7, Lucas 23:19,
Johannes 18:40, Handelingen 3:14) Hij
had zijn volksgenoten willen redden door geweld, maar zou dat nu zelf met
een gewelddadige dood moeten bekopen. Zinloos was het geweest… allemaal voor
niets!
Toen de celdeur openging, werd hij niet naar een houten balk gesleept, maar
onverwachts de vrijheid in gestuurd! Hij was vrij…! Zomaar… geen straf meer!
Integendeel; een nieuwe kans, een nieuw leven… Feest vieren dus…!
Toch werd zijn kruisbalk wel gedragen, nota bene door een naamgenoot: Jezus
van Nazaret. Ja, er waren inderdaad meer mannen met de naam Jezus… Doordat
die Jezus uit Nazaret zijn kruis droeg, was hij nu vrij. Was dit misschien
een bizarre persoonsverwisseling? (Zie
ook de kenmerkende manier waarop David H. Stern Matteüs 27:16 vertaalt in
zijn ‘Complete Jewish Bible’: “There was at that time a notorious prisoner
being held, named Yeshua Bar-Abba.”)
Nee, de menigte bij het paleis van Pilatus had bewust voor hem, Jezus
Barabbas, gekozen. Dat was het geschreeuw dat hij hoorde in zijn dodencel.
Pilatus had de samengestroomde massa gevraagd: “Wie wilt u dat ik
vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de Messias wordt genoemd?”
Dát was de keuze: de ene Jezus of de andere. De schuldige Jezus of de
onschuldige. De Jezus van geweld en eigen kracht, of de Jezus van overgave
en stille gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid aan God, zijn Vader. Toen de
hogepriester Hem had gevraagd: “Zeg ons of u de Messias bent, de Zoon van
God,” was het antwoord geweest: “U zegt het.”
(Matteüs 26:63-64)
Dat is dus ‘ja’. Jezus noemde zichzelf Zoon van God. God was zijn Vader, je
kunt Hem dus ook Jezus Bar-Abbas noemen…!
(Maar dan ‘Abbas’ met een hoofdletter.)
De massa koos voor de schuldige Jezus Barabbas, de moordenaar, de
opstandeling, de gewelddadige die geloofde in eigen kracht. En nu was hij
vrij, de gevangenisdeur van de dodencel was opengegaan voor een nieuw leven.
De onschuldige Jezus werd weggeleid om de vreselijke kruisdood te sterven.
Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur
aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide
stem: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ – Toen scheurde het
voorhangsel van de tempel doormidden. En Jezus riep met luide stem: ‘Vader,
in uw handen leg Ik mijn geest.’ Toen Hij dat gezegd had, blies Hij de
laatste adem uit. – Toen de centurio Hem zo zijn laatste adem zag uitblazen,
zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’
(uit Marcus 15:33-34, 39 en Lucas 23:45-46)
Zo stierf Jezus Messias aan de
kruisbalk die bedoeld was voor een man die Jezus Barabbas heette. Dat heeft
iets heel moois. Stel je voor dat de misdadiger in de dodencel Jona had
geheten of Simon. Dan zou je wellicht denken dat Jezus Messias alleen in de
plaats van die Jona of Simon was gekruisigd. Maar deze Barabbas was de zoon
van een vader, net zoals elk mens een vader heeft. Net zoals jij
een zoon of dochter van jouw vader bent.
Barabbas vertegenwoordigt daarmee als het ware alle mensen die ooit geleefd
hebben, alle nakomelingen van Adam en Eva door alle tijden heen. Barabbas
werd vrijgelaten en in plaats van hem stierf Jezus Messias. Hij stierf dus
voor alle zonen en dochters van een vader. Daarom mag jij er nu zeker van
zijn dat je ook kunt zeggen: Jezus Messias is voor mij gestorven.
Voor Jezus Barabbas was op Goede Vrijdagmorgen de gevangenisdeur van de
dodencel wijd open gegaan. Voor Jezus Messias werd diezelfde avond de deur
van zijn dodencel hermetisch afgesloten: de steen werd voor het graf gerold,
verzegeld en bewaakt door soldaten.
Maar Godzijdank, dat was het einde niet! Want vanmorgen vieren we feest,
omdat Hij weer leeft. Hij is opgestaan! Ook zijn dodencel ging wagenwijd
open. Hij deed iets wat Barabbas nooit had gekund: Hij ging dwars door de
dood heen. Hij wilde in onze plaats aan het kruis hangen en sterven, om ons
dus dwars door de dood heen naar echte vrijheid te brengen. Naar nieuwe
kansen en een nieuw leven, waar geen einde meer aan komt.
Jezus Barabbas had een probleem met onderdrukking door de Romeinen. Hij zag
de oplossing in opstand, in geweld, moord en eigen kracht. Net als de
allereerste zoon van de allereerste vader ooit: Kaïn, de zoon van Adam, de
eerste moordenaar. Die zocht ook met geweld een oplossing voor zijn
boosheid. (Genesis 4:3-8)
Maar tegenover hem staat Jezus Messias, de andere Zoon van Adam.
(Lucas 3:23-38)
Deze Jezus toonde aan dat de echte onderdrukking in onszelf zit: in onze
zonden en de schuld die we daarmee op ons laden. Hij loste dat probleem op
met liefde en genade, door zichzelf aan te bieden als het onschuldige
Paaslam, geslacht om ons te bevrijden.
En op die zondagmorgen kreeg Hij de beloning van God voor dat offer: nu werd
Hij door zijn Vader aangewezen als de Zoon van God en door de Heilige Geest
met macht bekleed door op te staan uit de dood.
(Romeinen 1:4)
De opstanding was het bewijs, dat zijn woorden waarheid waren. Hij zou
opstaan uit de dood, dat had Hij zijn discipelen en ook de leiders van volk
voorspeld. Daarom wilden de priesters en Farizeeën het graf laten bewaken!
(Matteüs 27:62-66)
Maar niets of niemand kon zijn opstanding tegenhouden! Want door de kracht
van God scheurde de dodencel van Jezus Messias open en een engel rolde de
steen weg. (Matteüs 28:2)
Je hoeft de Levende niet meer te zoeken onder de doden
(Lucas 24:5b),
Hij is bevrijd uit zijn donkere gevangenis. Dat is toch wel heel wat anders
dan Barabbas ooit had kunnen doen.
• Barabbas zocht bevrijding door opstand en hij vond het niet,
hij werd gevangen gezet. De dood van Barabbas zou niets hebben opgelost,
want voor hem zou gelden: dood is dood, het is voorbij…
• Maar Jezus bracht bevrijding door opstanding! Hij bewees
daardoor méér te zijn dan een gewoon mens, zoals als er miljarden zijn.
Jezus had door zijn opstanding bewezen Gods Zoon te zijn, zo kon Hij ook de
grootste vijand en onderdrukker aan: Hij overwon de dood door op te staan.
Vandaag mag ik het laatste schilderij onthullen van een persoon die een
ontmoeting had met Jezus. Op Pasen moet dat natuurlijk iemand zijn die ons
de kern van Pasen toont. In dit schilderij komt het leven van Jezus
tot zijn climax en doel: Hij kwam om de straf van de dood voor een ander te
dragen. Bij niemand werd dat meer zichtbaar en tastbaar dan bij Barabbas;
een schuldig mens kreeg dankzij de onschuldige Jezus letterlijk de vrijheid
om een nieuw leven beginnen.

Daarom kijken we vandaag als
het ware in de spiegel. Dit schilderij ben jij! Jij bent Bar-abbas of
Bath-abbas – zoon of dochter van een vader. In jouw plaats droeg Jezus
Messias de straf. Hij deed dat vrijwillig, omdat Hij jou (door de straf van
de dood heen) naar het leven wilde brengen. Dat was het plan van de Vader in
de hemel: Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons
overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing
heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.
(Kolossenzen 1:13-14)
Daarom zijn we vrij; de dood is er nog wel, maar heeft uiteindelijk geen
macht meer over ons. Omdat Jezus leeft en de dood overwonnen heeft, mogen
wij vrij leven!
Harpert schreef bij dit laatste schilderij deze woorden:
GEVANGEN OF VRIJ?
Zeven weken geleden begonnen we aan een stille tocht waarbij we in beeld en
woord mensen tegenkwamen die in de periode voor de kruisiging een ontmoeting
hadden met Jezus Christus. Als laatste vandaag Jezus Barabbas. Ze treffen
elkaar niet letterlijk, maar hun levenspaden kruisen hier wel. Barabbas is
een oproerkraaier die in de gevangenis zit voor moord. Jezus Christus wordt
na valse beschuldigingen ook gevangen genomen. Een schuldige en een
onschuldige. Jezus en Jezus. Vanwege het Paasfeest laat de Romeinse overheid
als gebaar van goede wil een gevangene vrij. Het is duidelijk dat de tweede
Jezus vrijgelaten zou moeten worden, maar het volk roept luidkeels dat het
de eerste moet worden. Zo komt Barabbas vrij uit de gevangenis en wordt
Christus gedood. Maar wie is er nu echt vrij? Aan deze verwarring komt na
drie dagen en drie nachten een eind: Jezus Christus staat op uit het graf en
komt vrij uit de gevangenis van verraad, oproer en dood!
Amen
Soest, Paaszondag 4 april 2010
Meer informatie over het schilderijenproject
van de Christengemeente Soest tijdens de veertigdagentijd:
http://www.christengemeentesoest.nl/html/40_dagen.html
|