Deze preek lezen als PDF-bestand Deze preek downloaden als Worddocument

Zuiverend zout
2 Koningen 2 : 19 – 22

Water is van levensbelang: daar begint alles mee. Misschien ken je wel die reclame van Spa: een baby drinkt uit de borst bij zijn moeder, terwijl moeder ondertussen een fles Spawater drinkt. In een andere reclame gaat Spa zelfs nog een stapje verder: een stel maffiabazen bestelt eten in een restaurant. Voordat ze gaan eten, laten ze de ober proeven. Als blijkt dat die het hapje overleeft, durven de maffiosi er ook van te eten. Maar al snel vallen alle mannen vergiftigd van hun stoelen, terwijl de ober verbaasd toekijkt met in zijn hand een glaasje Spawater. De slogan van Spa verschijnt in beeld: Spa, het zuiverende water. (Bekijk het filmpje hier, 875 kB)
Ja, water uit een zuivere bron kan het verschil maken tussen leven en dood. In de Bijbel staat een verhaal met dezelfde thematiek, waar we belangrijke lessen uit kunnen leren voor ons leven.

Lezen 2 Koningen 2:19-22
De inwoners van Jericho zeiden tegen Elisa: ‘De ligging van de stad is goed, zoals u ziet, maar het water is slecht en de grond veroorzaakt misgeboorten.’ Elisa zei: ‘Breng me een nieuwe schaal, met wat zout erop.’ Ze brachten hem een schaal,  en Elisa ging naar de bron en strooide daar zout in terwijl hij zei: ‘Dit zegt de HEER: Hierbij zuiver ik dit water. Het zal geen sterfgevallen of misgeboorten meer veroorzaken.’ En tot op de dag van vandaag is het water daar zuiver, zoals Elisa heeft gezegd.

Zo op het eerste gezicht is Jericho een perfecte plaats om te wonen: goed gelegen in het dal van de Jordaan. De stad was beroemd vanwege de palmen en balsembomen. Op een aantal plaatsen in de Bijbel wordt Jericho daarom de “Palmstad” genoemd. (Deut.34:3, Richt.1:16, 3:13 en 2Kron.28:15)
We kennen de stad natuurlijk uit het spannende verhaal van de twee verspieders die Jericho verkenden, als eerste stad in het beloofde land Kanaän. Jericho had een koning en een eigen leger. De muren van de stad waren zo dik, dat er huizen op gebouwd waren. Je kunt dus wel stellen, dat de stad rijk was.

Toen Israël onder leiding van Jozua de stad in bezit kreeg, moesten alle rijkdommen (gesproken wordt over gouden, zilveren, bronzen en ijzeren voorwerpen) voor de Here apart worden gezet. De rest van de stad werd in de ban gedaan en de hele stad werd verbrand. (Jozua 6) Toen sprak Jozua een vloek uit over de stad: “Wij vervloeken ten overstaan van de HEER iedere man die het waagt deze stad, Jericho, weer op te bouwen. Hij zal de fundamenten leggen ten koste van zijn oudste zoon en de poortdeuren bevestigen ten koste van zijn jongste zoon.”

Later is deze vloek waarheid geworden in de tijd van de goddeloze koning Achab. Hij was één van de slechtste koningen van Israël. We lezen over hem in 1 Koningen 16:30-34: ”Achab deed wat slecht is in de ogen van de HEER; zijn gedrag was nog erger dan dat van zijn voorgangers. Alsof het nog niet erg genoeg was dat hij het voorbeeld volgde van Jerobeam, de zoon van Nebat, nam hij Izebel tot vrouw, de dochter van koning Etbaäl van Sidon, en begon hij Baäl te vereren. Hij liet in Samaria een tempel voor Baäl bouwen en richtte er een altaar voor hem op. Ook maakte hij een Asjerapaal. Zo deed hij allerlei dingen waarmee hij de HEER, de God van Israël, tergde, meer nog dan de vorige koningen van Israël gedaan hadden. In de tijd van Achab werd Jericho weer opgebouwd door Chiël uit Betel. Ten koste van zijn oudste zoon, Abiram, legde hij de fundamenten, en de poortdeuren bevestigde hij ten koste van Segub, zijn jongste zoon, zoals de HEER bij monde van Jozua, de zoon van Nun, had voorzegd.”

Ja, en zo komen we aan bij het verhaal dat we zojuist gelezen hebben. Jericho – een stad met een vloek. Uiterlijk leek alles in orde, maar toch was er een groot probleem: het water was slecht. In het Hebreeuws staat het er nog duidelijker: het water is ‘kwaad’ en dan wordt hetzelfde woord gebruikt als bij de boom der kennis van goed en kwaad! Dan krijgt het ineens een heel andere lading. Zeker ook omdat dit kwaad de dood brengt. Toen Adam en Eva zondigden kregen ze inderdaad kennis van goed én kwaad. Maar daardoor kwam ook de dood in hun leven! Net als de dood hier in Jericho een domper op het mooie leven zette: door het kwade water werden misgeboorten, dood en onvruchtbaarheid veroorzaakt.

Dus: op het eerste gezicht was Jericho een gezegende stad, maar wie dieper keek, ontdekte een vreselijke vloek. Het zat goed mis bij de bron! De bron is de plaats waar het leven ontspringt. En de oorsprong van Jericho – zoals het was ten tijde van Elisa – was ook goed mis: tegen de wil van God in had Chiël de vervloekte stad herbouwd, en dat in een tijd dat de afgodendienst een enorme impuls kreeg. Je zou dus kunnen zeggen, dat ook de geestelijke bron van de stad was vergiftigd. De kwade waterbron veroorzaakte doodsheid en onvruchtbaarheid, maar de vergiftigde geestelijke bron veroorzaakte geestelijke doodsheid en vruchteloosheid.

En dat brengt het probleem van Jericho wel heel dichtbij óns. Misschien lijkt het in ons leven en dat van de mensen om ons heen aan de buitenkant ook allemaal prachtig. Maar van binnen zitten we van nature allemaal met het probleem van een slechte bron, vergiftigd door het kwaad.
Vind je misschien dat ik daarin te ver ga? Lees dan met mij eens Marcus 7:20-23, waar Jezus zelf zegt:
“Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.”
En Paulus zegt in Romeinen 6:20-23: “Toen u nog slaven van de zonde was, was u niet gebonden aan de gerechtigheid. Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaamt, want ze leiden tot de dood. Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.”
Zie je de oogst van de zóndige dingen die Jezus opnoemt? Je oogst uiteindelijk geen vruchten, maar de dood. Gelukkig noemt Paulus ook de oplossing: je moet naar de Man van God, de Grote Profeet! Alleen Jezus kan de verontreinigde bron schoonmaken, zodat die geen dood meer voortbrengt, maar levend water:
“Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.”
(Johannes 4:14)
“Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.”
(Johannes 7:38)

De mannen van Jericho gaan met hun probleem naar de Man van God: de profeet Elisa, met die mooie naam “God is redding, God heeft geholpen”. Een naam die klinkt als een belofte. En hun vertrouwen in die belofte wordt niet beschaamd.
Gaan wij met ons probleem ook naar de Man van God? Naar de profeet Yeshua, met die mooie – nóg krachtiger - naam “JHWH (de Aanwezige) redt”? Een naam die klinkt als een belofte.
“Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.” (Romeinen 10:11)

De mannen van Jericho moeten een nieuwe schotel halen en er zout op leggen. Elisa ging daarmee naar de waterwel en gooide het zout daarin. En toen zei hij iets heel moois, dat in de Hebreeuwse grondtekst nog duidelijker is, zie ook de Statenvertaling: “Zo zegt de Here: Ik heb dit water gezond gemaakt…”. Het is dus niet het zout dat iets doet, maar de Here. Zout was alleen maar een symbool van zuivering. Maar Gód heeft het water gezond gemaakt, eigenlijk alleen door te spreken, door zijn Woord. En nóg iets: in de grondtekst staat het in de voltooide tijd: op het moment dat Elisa de woorden sprak, wás het al gezond. Hier zien we dezelfde kracht als Jezus had, zoals die herkend werd door de Romeinse centurio van Kafarnaüm: “ ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’ Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. (…) Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich en hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden. (…)Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf. (Matteüs 8:5-13)

Heb jij dat vertrouwen in de kracht van God ook? Dat Hij onze bron kan zuiveren door slechts te spreken? Geloof je, dat Hij ook jouw kwade bron neutraliseerde en zuiverde, toen Hij uitriep: “Het is volbracht!”  Met andere woorden: “Zo zegt de Heer: Ik heb jouw waterbron gezond gemaakt!”

Bij het wonder dat Elisa deed, gebruikte hij twee materialen: een nieuwe schaal en zout. Beide materialen hebben ons iets te zeggen. Allereerst het zout. Zout is algemeen bekend als een zuiverend en neutraliserend mineraal. Het reinigt, weert bederf en verhoogt de smaak. Zout is in de bijbel ook een teken van iets dat niet voorbij gaat, maar altijd blijft, zoals Gods verbond met Israël: “Voor de HEER geldt dit als een eeuwigdurend, met zout bekrachtigd verbond met jou en je nakomelingen.” (Numeri 18:19)
En in Leviticus schrijft God voor dat in elk offer voor God zout moet zitten:
Aan elk graanoffer moet zout worden toegevoegd: het zout, als teken voor het verbond met jullie God, mag bij het graanoffer niet ontbreken. Ook aan de andere offers moet zout worden toegevoegd.” (Leviticus 2:13)

Ook Jezus zegt bijzondere dingen over zout: “Het zout is goed; indien het zout echter zoutloos wordt, waarmede zult gij het smaak geven? Hebt zout in uzelf en houdt vrede onder elkander.” (Marcus 9:50 NBG’51)  En wie kent niet de tekst: “Jullie zijn het zout van de aarde.” (Matteüs 5:13)
Hier leren we dat ‘zout in onszelf hebben’ een kenmerk van discipelen is. Zuiverheid van binnen is dus belangrijker dan een mooie buitenkant. Zuiverheid van binnen is als een bron die naar buiten een levendmakend effect heeft: liefde en vrede onder elkaar. En dat is weer een zegen voor alle mensen om ons heen. Zo mogen wij als discipelen smaak brengen in het leven van hen die Jezus nog niet kennen.

Een echte discipel heeft dus een zuivere bron, gezuiverd door het zout van de Heilige Geest, die ons reinigt en heiligt. Door die Heilige Geest kunnen we het Nieuwe Leven leven en vrucht dragen. De giftige bron bracht de dood voort en daardoor was er ook geen vruchtbaarheid. Maar door de Heilige Geest is onze bron levendmakend geworden, zodat we vruchtbaar zijn en een rijke oogst mogen verwachten. Paulus schrijft erover in de Galatenbrief: “de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” (5:22-23) “Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven.” (6:8) Zie je welke zegeningen een zuivere bron brengt voor je omgeving en ook voor jezelf?

Dan het tweede materiaal dat Elisa gebruikt: een nieuwe schotel. Waarom staat er nu zo expliciet bij dat het een ‘nieuwe’ schotel moet zijn? Blijkbaar is zomaar een schoteltje niet goed genoeg. En het valt me op, dat de mannen van Jericho zélf voor zo’n nieuwe schotel moesten zorgen. Ook hier zit een belangrijke les in.
Het was in Bijbelse tijden heel gewoon om alleen nieuwe, gave en ongeschonden zaken te gebruiken in dienst van God. Daarom moest een offerdier helemaal gaaf zijn, het mooiste dier van de kudde. Daarom zetten de Filistijnen de ark die ze buitgemaakt hadden op een nieuwe wagen met twee koeien ervoor die nog nooit een juk gedragen hadden.
(1 Samuël 6:7) Ook David vervoerde later de ark op een nieuwe wagen. (2 Samuël 6:3)

Het nieuwe heeft dus alles te maken met toewijding aan God. God heeft recht op het beste dat we hebben, op wat niet door alledaags gebruik ontheiligd is. De eerste functie die het heeft, is dienstbaarheid aan God. De mannen van Jericho moesten dit schoteltje zelf gaan halen: ze worden dus door Elisa ingeschakeld bij het wonder. Ze moesten iets van zichzelf brengen om er een nieuwe en heilige bestemming aan te laten geven.
Zo zou je dat ook op ons kunnen betrekken: wie zijn binnenste bron – het hart – heeft laten zuiveren met het zout, brengt zichzelf als nieuw vaatwerk bij God. Je brengt jezelf om een nieuwe en heilige bestemming te krijgen: om het zout te bevatten dat je hart zuivert. Dan heb je – om Marcus 9 te citeren – ‘zout in jezelf’.

Dan word je zuiver en rein door de Heilige Geest en dus bruikbaar voor God, toegewijd aan zijn dienst. Heel mooi zegt Paulus dat ook in zijn tweede brief aan Timoteus: “…het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: ‘De Heer weet wie hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan’. In een groot huis zijn er niet alleen voorwerpen van goud en zilver, maar ook van hout en aardewerk. De eerste zijn voor bijzondere gelegenheden, de laatste voor dagelijks gebruik. Als iemand zich van alle kwaad gereinigd heeft, wordt hij een bijzonder en geheiligd voorwerp, dat zijn eigenaar vele diensten kan bewijzen en geschikt is voor elk goed doel. (2 Timoteüs 2:19-21)

Even terug naar het begin: Jericho was een voor het oog prachtige stad, maar met een levensbedreigend probleem: de waterbron was vergiftigd en daardoor werd dood en onvruchtbaarheid veroorzaakt. De Man van God, Elisa, gebruikte zout als teken van reiniging en een nieuwe schotel als teken van toewijding aan God. Zo verbrak hij de vloek van de dood, die op de stad lag. Uiteindelijk kon daardoor de hele landstreek weer vrucht dragen en was er nieuw leven mogelijk.
We hebben gezien, dat wij mensen eigenlijk hetzelfde probleem hebben als Jericho: ons hart is de bron van het kwaad dat we voortbrengen. Uiteindelijk oogsten we daarmee de dood. Maar de Man van God, Jezus, heeft die vloek verbroken. Hij wil ons hart zuiveren van elk vergif, door ons zijn Heilige Geest te geven. Door jezelf over te geven aan die Geest, word je helemaal nieuw: een heilig en aan God toegewijd gebruiksvoorwerp. Want Hij kan je dan gebruiken in zijn dienst, tot zijn eer én om weer tot een zegen te zijn voor de mensen om je heen.
Dan ga je vrucht voortbrengen; vrucht die gericht is op de ander. Want hoe kun je liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing laten groeien, als er geen anderen om je heen zijn? De vrucht van de Geest is dus bedoeld om leven te brengen bij anderen. Eerst bij andere gelovigen, die uit dezelfde bron putten als jij. Maar vervolgens mag ons levende water ook stromen naar de mensen buiten de gemeente, zeg maar de landstreek rondom ons.

Volgens Jezus herkent een buitenstaander de zuivere bron door te kijken naar ons, de gemeente van Christus: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” (Johannes 13:35) Daarom schrijft Paulus in Galaten 6:8-10: “…wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.”

Amen

Christengemeente Soest, 23 oktober 2005


De bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders aangegeven – ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004