![]() |
|
| Deze preek lezen als PDF-bestand | Deze preek downloaden als Worddocument |
|
Zuiverend zout
Water is van levensbelang: daar begint alles mee. Misschien
ken je wel die reclame van Spa: een baby drinkt uit de borst bij zijn
moeder, terwijl moeder ondertussen een fles Spawater drinkt. In een andere
reclame gaat Spa zelfs nog een stapje verder: een stel maffiabazen bestelt
eten in een restaurant. Voordat ze gaan eten, laten ze de ober proeven. Als
blijkt dat die het hapje overleeft, durven de maffiosi er ook van te eten.
Maar al snel vallen alle mannen vergiftigd van hun stoelen, terwijl de ober
verbaasd toekijkt met in zijn hand een glaasje Spawater. De slogan van Spa
verschijnt in beeld: Spa, het zuiverende water.
(Bekijk het filmpje
hier, 875 kB)
Lezen 2 Koningen 2:19-22
Zo op het eerste gezicht is Jericho een perfecte plaats om te
wonen: goed gelegen in het dal van de Jordaan. De stad was beroemd vanwege
de palmen en balsembomen. Op een aantal plaatsen in de Bijbel wordt Jericho
daarom de “Palmstad” genoemd.
(Deut.34:3, Richt.1:16,
3:13 en 2Kron.28:15)
Toen Israël onder leiding van Jozua de stad in bezit kreeg, moesten alle rijkdommen (gesproken wordt over gouden, zilveren, bronzen en ijzeren voorwerpen) voor de Here apart worden gezet. De rest van de stad werd in de ban gedaan en de hele stad werd verbrand. (Jozua 6) Toen sprak Jozua een vloek uit over de stad: “Wij vervloeken ten overstaan van de HEER iedere man die het waagt deze stad, Jericho, weer op te bouwen. Hij zal de fundamenten leggen ten koste van zijn oudste zoon en de poortdeuren bevestigen ten koste van zijn jongste zoon.” Later is deze vloek waarheid geworden in de tijd van de goddeloze koning Achab. Hij was één van de slechtste koningen van Israël. We lezen over hem in 1 Koningen 16:30-34: ”Achab deed wat slecht is in de ogen van de HEER; zijn gedrag was nog erger dan dat van zijn voorgangers. Alsof het nog niet erg genoeg was dat hij het voorbeeld volgde van Jerobeam, de zoon van Nebat, nam hij Izebel tot vrouw, de dochter van koning Etbaäl van Sidon, en begon hij Baäl te vereren. Hij liet in Samaria een tempel voor Baäl bouwen en richtte er een altaar voor hem op. Ook maakte hij een Asjerapaal. Zo deed hij allerlei dingen waarmee hij de HEER, de God van Israël, tergde, meer nog dan de vorige koningen van Israël gedaan hadden. In de tijd van Achab werd Jericho weer opgebouwd door Chiël uit Betel. Ten koste van zijn oudste zoon, Abiram, legde hij de fundamenten, en de poortdeuren bevestigde hij ten koste van Segub, zijn jongste zoon, zoals de HEER bij monde van Jozua, de zoon van Nun, had voorzegd.” Ja, en zo komen we aan bij het verhaal dat we zojuist gelezen hebben. Jericho – een stad met een vloek. Uiterlijk leek alles in orde, maar toch was er een groot probleem: het water was slecht. In het Hebreeuws staat het er nog duidelijker: het water is ‘kwaad’ en dan wordt hetzelfde woord gebruikt als bij de boom der kennis van goed en kwaad! Dan krijgt het ineens een heel andere lading. Zeker ook omdat dit kwaad de dood brengt. Toen Adam en Eva zondigden kregen ze inderdaad kennis van goed én kwaad. Maar daardoor kwam ook de dood in hun leven! Net als de dood hier in Jericho een domper op het mooie leven zette: door het kwade water werden misgeboorten, dood en onvruchtbaarheid veroorzaakt. Dus: op het eerste gezicht was Jericho een gezegende stad, maar wie dieper keek, ontdekte een vreselijke vloek. Het zat goed mis bij de bron! De bron is de plaats waar het leven ontspringt. En de oorsprong van Jericho – zoals het was ten tijde van Elisa – was ook goed mis: tegen de wil van God in had Chiël de vervloekte stad herbouwd, en dat in een tijd dat de afgodendienst een enorme impuls kreeg. Je zou dus kunnen zeggen, dat ook de geestelijke bron van de stad was vergiftigd. De kwade waterbron veroorzaakte doodsheid en onvruchtbaarheid, maar de vergiftigde geestelijke bron veroorzaakte geestelijke doodsheid en vruchteloosheid.
En dat brengt het probleem van Jericho wel heel dichtbij óns.
Misschien lijkt het in ons leven en dat van de mensen om ons heen aan de
buitenkant ook allemaal prachtig. Maar van binnen zitten we van nature
allemaal met het probleem van een slechte bron, vergiftigd door het kwaad.
De mannen van Jericho gaan met hun probleem naar de Man van
God: de profeet Elisa, met die mooie naam “God is redding, God heeft
geholpen”. Een naam die klinkt als een belofte. En hun vertrouwen in die
belofte wordt niet beschaamd. De mannen van Jericho moeten een nieuwe schotel halen en er zout op leggen. Elisa ging daarmee naar de waterwel en gooide het zout daarin. En toen zei hij iets heel moois, dat in de Hebreeuwse grondtekst nog duidelijker is, zie ook de Statenvertaling: “Zo zegt de Here: Ik heb dit water gezond gemaakt…”. Het is dus niet het zout dat iets doet, maar de Here. Zout was alleen maar een symbool van zuivering. Maar Gód heeft het water gezond gemaakt, eigenlijk alleen door te spreken, door zijn Woord. En nóg iets: in de grondtekst staat het in de voltooide tijd: op het moment dat Elisa de woorden sprak, wás het al gezond. Hier zien we dezelfde kracht als Jezus had, zoals die herkend werd door de Romeinse centurio van Kafarnaüm: “ ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’ Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. (…) Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich en hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden. (…)Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.” (Matteüs 8:5-13) Heb jij dat vertrouwen in de kracht van God ook? Dat Hij onze bron kan zuiveren door slechts te spreken? Geloof je, dat Hij ook jouw kwade bron neutraliseerde en zuiverde, toen Hij uitriep: “Het is volbracht!” Met andere woorden: “Zo zegt de Heer: Ik heb jouw waterbron gezond gemaakt!”
Bij het wonder dat Elisa deed, gebruikte hij twee materialen:
een nieuwe schaal en zout. Beide materialen hebben ons iets te zeggen.
Allereerst het zout. Zout is algemeen bekend als een zuiverend en
neutraliserend mineraal. Het reinigt, weert bederf en verhoogt de smaak.
Zout is in de bijbel ook een teken van iets dat niet voorbij gaat, maar
altijd blijft, zoals Gods verbond met Israël:
“Voor de HEER geldt dit als
een eeuwigdurend, met zout bekrachtigd verbond met jou en je
nakomelingen.”
(Numeri
18:19)
Ook Jezus zegt bijzondere dingen over zout:
“Het zout is goed; indien
het zout echter zoutloos wordt, waarmede zult gij het smaak geven? Hebt zout
in uzelf en houdt vrede onder elkander.”
(Marcus
9:50 NBG’51)
En wie kent niet
de tekst:
“Jullie zijn het zout van de aarde.”
(Matteüs 5:13)
Een echte discipel heeft dus een zuivere bron, gezuiverd door het zout van de Heilige Geest, die ons reinigt en heiligt. Door die Heilige Geest kunnen we het Nieuwe Leven leven en vrucht dragen. De giftige bron bracht de dood voort en daardoor was er ook geen vruchtbaarheid. Maar door de Heilige Geest is onze bron levendmakend geworden, zodat we vruchtbaar zijn en een rijke oogst mogen verwachten. Paulus schrijft erover in de Galatenbrief: “de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” (5:22-23) “Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven.” (6:8) Zie je welke zegeningen een zuivere bron brengt voor je omgeving en ook voor jezelf?
Dan het tweede materiaal dat Elisa gebruikt: een nieuwe
schotel. Waarom staat er nu zo expliciet bij dat het een ‘nieuwe’
schotel moet zijn? Blijkbaar is zomaar een schoteltje niet goed genoeg. En
het valt me op, dat de mannen van Jericho zélf voor zo’n nieuwe schotel
moesten zorgen. Ook hier zit een belangrijke les in.
Het nieuwe heeft dus alles te maken met toewijding aan God.
God heeft recht op het beste dat we hebben, op wat niet door alledaags
gebruik ontheiligd is. De eerste functie die het heeft, is dienstbaarheid
aan God. De mannen van Jericho moesten dit schoteltje zelf gaan halen: ze
worden dus door Elisa ingeschakeld bij het wonder. Ze moesten iets van
zichzelf brengen om er een nieuwe en heilige bestemming aan te laten geven. Dan word je zuiver en rein door de Heilige Geest en dus bruikbaar voor God, toegewijd aan zijn dienst. Heel mooi zegt Paulus dat ook in zijn tweede brief aan Timoteus: “…het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: ‘De Heer weet wie hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan’. In een groot huis zijn er niet alleen voorwerpen van goud en zilver, maar ook van hout en aardewerk. De eerste zijn voor bijzondere gelegenheden, de laatste voor dagelijks gebruik. Als iemand zich van alle kwaad gereinigd heeft, wordt hij een bijzonder en geheiligd voorwerp, dat zijn eigenaar vele diensten kan bewijzen en geschikt is voor elk goed doel.” (2 Timoteüs 2:19-21)
Even terug naar het begin: Jericho was een voor het oog
prachtige stad, maar met een levensbedreigend probleem: de waterbron was
vergiftigd en daardoor werd dood en onvruchtbaarheid veroorzaakt. De Man van
God, Elisa, gebruikte zout als teken van reiniging en een nieuwe schotel als
teken van toewijding aan God. Zo verbrak hij de vloek van de dood, die op de
stad lag. Uiteindelijk kon daardoor de hele landstreek weer vrucht dragen en
was er nieuw leven mogelijk. Volgens Jezus herkent een buitenstaander de zuivere bron door te kijken naar ons, de gemeente van Christus: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” (Johannes 13:35) Daarom schrijft Paulus in Galaten 6:8-10: “…wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.” Amen Christengemeente Soest, 23 oktober 2005 De bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders aangegeven – ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004
|