|
Zout voor de aarde
Overdenking over Matteüs 5:13
Jullie
zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan
het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt
weggegooid en vertrapt.
1. Zout – de smaakmaker
Jullie zijn het zout van de aarde, zei Jezus tegen zijn discipelen. Via de
bijbel klinken die woorden vandaag ook naar ons. Jullie – zout! Wat betekent
dat? Als het eten wat flauw smaakt, doen we er een snufje zout op. Zo dient
zout als smaakmaker. Veel etenswaren zijn prima te eten, maar smaken met
zout erbij toch heel wat lekkerder. Dus: jullie zijn smaakmakers. Sterker
nog: de smaakmakers van de aarde!
Ja, ja… Nadat de eerste trots over deze eretitel wat wegebt, komt er een
heel ander gevoel: wij – smaakmakers? Dat is een rol die voor gelovigen zo’n
beetje uitgespeeld lijkt. Christenen zijn juist eerder flauw; de smaakmakers
van deze tijd kom je niet tegen in de kerk, maar op tv! Of in de boekhandel,
of de bioscoop. De smaakmakers van tegenwoordig koop je op cd of video of je
downloadt het op internet! Maar de kerk…?
Hoe komt dat? Hebben we wellicht onze smaak verloren? Daar waarschuwt Jezus
in onze tekst wél tegen! Zout moet zijn smaak niet verliezen. Letterlijk
staat er dan in het Grieks: het moet niet zot worden. Dat betekent: niet
flauw, niet krachteloos, niet laf. Als je zout uit het zeewater filtert,
houd je zoet water over. Zo kan het ook gaan met gelovigen: als het zout
eruit verdwijnt, houd je iets zoets over. Hoe gaan wij om met de boodschap
van God voor de wereld? Vertellen we het met smaak, met zout? Noemen we nog
begrippen als ‘zonde’ en ‘bekering’? Of laten we dat omwille van de zoete
smaak maar weg? Dan maken we suiker van het evangelie en dan wordt het
krachteloos, zoet, zot.
Het doet met denken aan de tekst die Harpert vorige week las tijdens de dag
van vasten en gebed: “Blijf bidden en blijf daarbij
waakzaam en dankbaar. En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent
om het mysterie van Christus te verkondigen waarvoor ik gevangen zit, en bid
dat ik het mag onthullen zoals het moet. Gedraag u wijs tegenover
buitenstaanders en benut iedere gelegenheid, en als u wilt weten hoe u op de
mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist.” (Kol.4:2-6)
Vriendelijk maar beslist – in de vorige vertaling (NBG’51) stond:
“Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet
zouteloos…”
Waarin zit ons zout, onze kracht, waardoor ons vriendelijke spreken toch
beslist kan zijn? We leren het uit de paralleltekst in Marcus 9:50, waar
staat: “Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht
verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie
het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.”
Zout in onszelf, dat is een radicale geloof zonder zoetigheden. God is
liefde, maar Hij is ook heilig! Zout zuivert en houdt schoon, zo moeten wij
ook zuiver worden. We moeten ons bekeren van zonden en heilig leven. Dan
kunnen we andere mensen ook wijzen op bekering en vergeving.
Ten tweede houden we kracht, door de vrede onder elkaar te bewaren. Dat
betekent, dat er eenheid moet zijn in de christelijke gemeente. Eenheid
spreekt van liefde, liefde die een gevolg is van de ware liefde die bij God
vandaan komt. (1Joh.4:7)
2. Zout – conserveringsmiddel
Zout heeft nog een tweede functie: het houdt bederf tegen. Door zout
blijft voedsel langer houdbaar. Als Jezus zijn volgelingen dus ‘zout van de
aarde’ noemt, is dat dus ook nogal appellerend: je moet gericht zijn op het
behoud van de ander. Mensen zonder God hebben maar een beperkte
houdbaarheidsdatum. Maar met het zuiverende zout van God in je krijg je
eeuwig leven. Daarom is de waarschuwing ook zo ernstig: als jouw zout zijn
werk niet meer doet, ben je zelf ook bedorven. Dan ben je nutteloos voor God
bij het behoud van de ander en loop je het risico om weggegooid te worden…
3. Zout – kostbaar
Je zou haast niet meer blij zijn met die titel ‘zout van de aarde’… Maar
gelukkig zit er ook een bemoediging in. Hoe gewoon en veel voorkomend zout
ook was en is, het is toch een kostbaar goedje. In de tijd van Jezus was
zout niet makkelijk te winnen en daarom was het duur. Vaak ontvingen
Romeinse soldaten hun soldij gedeeltelijk in zout. Salaris betekent dan ook
letterlijk: zoutrantsoen! En een spreekwoord als ‘hij verdient het zout in
de pap niet’ is dan ook wel begrijpelijk: hij verdient heel weinig. Maar
volgelingen van Jezus zijn ‘zout van de aarde’: we zijn kostbaar in Gods
ogen!
4. Zout – meststof
Zout der aarde – in de NBV vertaald als ‘zout van de aarde’. Je kunt echter
met evenveel recht ook vertalen ‘zout VOOR de aarde’. Dat doet bijvoorbeeld
de Engelse vertaling van de Complete Jewish Bible (David Stern):
“You are salt for the Land” en ook de Groot
Nieuws Bijbel: “U bent het zout voor de aarde.”
Zout (in de vorm van kalizout) werd en wordt namelijk in de landbouw
gebruikt als kunstmest, als voorbereiding voor het zaaien om de grond
vruchtbaarder te maken. Kalizout bevordert de wateropneming van de wortels,
zodat de plant goed kan groeien. Grond met een kalizoutgebrek is herkenbaar
aan planten met gele bladeren en dode plekken. Logisch, want de wortels
kunnen het grondwater niet goed opnemen, dus de plant krijgt onvoldoende
voeding.
Als we dit toepassen op de volgelingen van Jezus, zien we opnieuw een oproep
om gericht te zijn op het behoud en de groei van de ander: wij mogen
voorbereidend werk doen voor de Zaaier. We bemesten de grond, zodat het
woord van God straks in goede aarde kan vallen. We zouten de bodem, zodat
het voedende grondwater beter door de plant kan worden opgenomen.
5. Zout – hoe ben je dat?
Hoe doen we dat? Door vriendelijk maar beslist te spreken over God
(Kol.4:5), door er gewoon voor een ander te zijn met zuivere bedoelingen,
door goede dingen te doen vanuit je diepe overtuiging dat het Levende
Grondwater ook voor de ander bestemd is.
Wanneer je kijkt naar de context, ontdek je dat vers 13 direct na de
zaligsprekingen volgt. Door die woorden van Jezus kun je leren hoe je
smaakmaker, conserveringsmiddel, kostbaarheid en meststof kunt zijn.
‘Menselijk zout’ is nederig van hart, treurt om onrecht, is zachtmoedig,
hongert en dorst naar gerechtigheid, is barmhartig, zuiver van hart en een
vredestichter.
Maar aan het eind van die mooie woorden leert Jezus zijn discipelen ook, dat
men ons – smaakmakers – niet altijd lust. Ons ‘zout zijn’ kan verzet
oproepen: “Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille
van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je
en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers
vervolgden ze vóór jullie de profeten.”
De profeten brachten Gods woord en wezen de mensen op de waarheid, maar ze
werden niet altijd gewaardeerd. Toch was hun spreken altijd gericht op
redding, het tegengaan van geestelijk bederf en het vruchtbaar maken van
harten voor Gods woord. Allemaal omdat God de mens zo kostbaar vindt. En dat
brengt ons terug bij de tekst van vorige week uit Kolossenzen 4:
“Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut
iedere gelegenheid, en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren:
vriendelijk, maar beslist.”
Benut iedere gelegenheid, sta met beide benen in de wereld als zout dat het
hele eten doortrekt en smakelijk maakt. Maar spreek niet ongezouten de
waarheid, spreek liever gezouten over de Waarheid. Spreek smakelijk!
Amen
De bijbelteksten in deze preek zijn – tenzij anders
aangegeven – ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands
Bijbelgenootschap 2004
|